Deel 3 – Fatsoenlijk rechts of bestuurlijke normalisering?
In de aanloop naar verkiezingen gebeurt er altijd iets interessants. Woorden verschuiven. Begrippen vervagen. Het midden lijkt te bewegen. Een van die woorden is “gematigd rechts”. JA21 positioneert zichzelf consequent als fatsoenlijk, bestuurdersgericht en nuchter. Geen geschreeuw. Geen complotten. Geen theatrale provocaties. Gewoon beleid.
Maar wie mijn eerdere analyses leest, ziet dat mijn zorg niet zit in de toon – maar in de onderliggende mechanismen.
In deze blog verbind ik mijn eerdere stukken over JA21 en laat ik zien waarom ik hun politiek duid als radicaal-rechts in framing, zelfs wanneer die bestuurlijk wordt gepresenteerd.
1. Wanneer “oneerlijk” framing wordt
(Zie: “Oneerlijk? Of eindelijk consequent?”)
De discussie rond de Wet Werkelijk Rendement was illustratief. JA21 noemde de voorgestelde heffing “oneerlijk”. Dat klinkt krachtig. Moreel zelfs. Alsof hier een fundamenteel onrecht wordt rechtgezet. Maar wat hier feitelijk gebeurt, is iets anders: er wordt gekeken naar dezelfde economische materie, vermogen en rendement, vanuit een andere interpretatie. Dat mag. Politiek is interpretatie. Wat niet neutraal is, is het woord “oneerlijk”. Dat woord suggereert morele misstand. Ongelijkheid. Onrecht.
Terwijl hier sprake is van een verschil in economische benadering. Noem het dan ook zo. Door het “oneerlijk” te noemen, wordt het debat moreel geladen en versmald. En dát is framing. Zoals ik in mijn eerdere blog schreef: dit gaat niet alleen over belastingtechniek, maar over hoe je werkelijkheid benoemt.
2. Nuchtere toon, versmalde werkelijkheid
(Zie: “Wanneer woorden olie op het vuur zijn”)
JA21 gebruikt geen schokkende slogans. Geen grove taal. Maar taal is niet alleen wat je zegt. Taal is wat je doet. In hun retoriek over migratie, identiteit en nationale bescherming zien we een patroon:
- migratie wordt crisis
- grenzen worden bescherming
- culturele verschillen worden risico
Dat is niet automatisch extremisme in juridische zin. Maar het verengt complexe systemen tot overzichtelijke tegenstellingen. De werkelijkheid wordt niet breder, het wordt smaller. En dat is precies wat radicaal-rechtse framing doet: complexiteit reduceren tot conflict.
3. De schaduwzijde van ‘fatsoenlijk rechts’
(Zie: “De schaduwzijde van fatsoenlijk rechts”)
JA21 wil nadrukkelijk afstand nemen van FvD of PVV. In stijl lukt dat. Maar in methodiek zien we parallellen:
- het bevestigen van wij versus zij
- het agenderen van emotioneel geladen thema’s
- het minimaliseren van nuance
Het klinkt beheerster. Administratiever. Bestuurlijker. Maar de onderliggende mechaniek blijft: polariseren via simplificatie. Fatsoen in toon verandert niet automatisch de aard van het frame.
4. Migratie als hoofdoorzaak of als zondebok?
(Zie: “Woningnood is geen migratieprobleem” en “De fuik van de zondebok”)
In mijn eerdere blogs betoogde ik dat woningnood geen migratieprobleem is. Migratie is een factor, maar geen primaire oorzaak van structurele bestuurlijke nalatigheid. Wanneer migratie echter consequent wordt gepresenteerd als dé sleutelvariabele, dé oorzaak van woningtekort, druk op zorg, spanning in wijken, verschuift het debat. Dan bewegen we van beleidsanalyse naar zondebok-politiek.
Laat ik hier zorgvuldig zijn: het benoemen van migratie als probleem is op zichzelf geen extreemrechts standpunt. Maar het reduceren van complexe maatschappelijke problemen tot één groep of één factor, en die structureel aanwijzen als primaire oorzaak, is een mechanisme dat historisch sterk verbonden is met radicaal- en extreemrechtse politiek.
Zondebok-politiek moeten we altijd herkennen en tegengaan. Niet omdat discussie verboden is. Maar omdat simplificatie samenlevingen uit elkaar trekt.
5. Polarisatie als instrument
(Zie: “De fuik van de zondebok”)
Polarisatie ontstaat zelden per ongeluk. Wanneer een probleem wordt teruggebracht tot een duidelijke schuldige, wordt het debat overzichtelijk. Het publiek krijgt een helder narratief. Een richting. Een tegenstander. Dat werkt. Politiek effectief zelfs. En dat is maatschappelijk destructief. Mijn zorg bij JA21 is niet dat zij buiten de rechtsstaat opereren. Mijn zorg is dat zij mechanismen normaliseren die polarisatie bestuurlijk verteerbaar maken.
Zonder schreeuwen.
Zonder grove taal.
Maar mét structurele versmalling van het debat.
6. Radicaal frame, geen juridisch extremisme
(Verbonden aan meerdere eerdere stukken)
Laat dit helder zijn. Ik stel niet dat JA21 een partij is die de democratische rechtsstaat afwijst. Dat zou onjuist zijn. Wat ik wél constateer, is dat bepaalde frames en narratieven die zij gebruiken wortels hebben in radicaal- en extreemrechtse politieke tradities. Wanneer structureel wordt gewerkt met:
- wij versus zij
- bescherming tegen vermeende interne bedreiging
- reductie van complexiteit tot culturele tegenstelling
Dan zien we elementen die historisch door extreemrechtse bewegingen zijn gevoed.
Dat betekent niet dat JA21 een randextreme partij is. Maar het betekent wel dat hun discours bijdraagt aan de normalisering van radicaal-rechtse denkpatronen binnen het bestuurlijke midden.
En dat is zorgelijk.
7. Kritiek op ideeën is geen aanval op mensen
In al mijn eerdere stukken heb ik geprobeerd één lijn vast te houden: De strijd is niet tegen mensen. De strijd is tegen mechanismen. We kunnen het oneens zijn over beleid. We kunnen verschillen in visie. Maar zodra framing werkelijkheid vervangt, zodra zondebokken beleid vervangen, zodra nuance wijkt voor simplificatie, dan moeten we spreken. Niet vanuit haat. Maar vanuit zorg.
Conclusie
JA21 presenteert zich als fatsoenlijk rechts. Maar in hun discours zien we structureel:
✔ reductie van complexiteit
✔ normalisering van polarisatie
✔ morele framing van beleidsverschillen
✔ versmalling van maatschappelijke analyse
Dat maakt hen geen partij buiten de rechtsstaat. Maar wel een partij die radicaal-rechtse frames bestuurlijk salonfähig maakt. En juist die verschuiving van het midden vraagt om alertheid. Niet om hysterie. Niet om demonisering. Maar om scherpe analyse, historisch besef en de bereidheid om zondebok-politiek altijd tegen te spreken.
Dit is deel 3 van het vierluik “Wanneer het midden verschuift”. De andere delen gaan over:
- PVV – emotie en zondebokpolitiek – Verscheen 6 maart
- FvD – framing en democratische weerbaarheid – Verscheen 9 maart
- VVD – de verschuiving van het liberale midden – Verschijnt 15 maart
En als afsluiting van het 4-luik volgen nog:
- Verkiezingsdag – Verschijnt 18 maart
- De uitslagen – Verschijnt 21 maart

Je zet het woord ‘oneerlijk’ weg als een slimme politieke truc, maar daarmee negeer je de werkelijkheid. Als de staat belasting heft over winst die alleen op papier bestaat, is dat geen ‘economische interpretatie’. Dat is simpelweg onbehoorlijk bestuur.
Een fictieve winst op een scherm betekent niet dat je dat geld ook echt hebt. Als die waarde volgend jaar verdampt, geeft de fiscus niet thuis. Het is een one-way ride: de staat pakt de lusten, de burger draagt alle lasten. Het is oneerlijk dat mensen hun huis of bezit moeten verkopen om belasting te betalen over geld dat er niet is. Dat is geen beleid, dat is diefstal.
De term oneerlijk is hier geen ‘radicaal-rechts frame’, maar de enige juiste omschrijving van een verbroken sociaal contract. Door deze terechte morele verontwaardiging zo te labelen, ontneem je burgers de taal om overduidelijk onrecht te benoemen. Dát is pas een kwalijke versmalling van het debat.
Voor je reageert is het verstandig om even door te klikken naar de uitgebreide blog en daar vooral te luisteren naar het filmpje van de JA21-er… HIJ neemt “oneerlijk” in zijn mond, ik reageer daarmee op zijn stelling. In die blog leg ik bovendien haarfijn uit hoe ik naar deze materie kijk. En waarom, vanuit een ander perspectief, het wel eerlijk is. Het gaat dus niet om eerlijk of oneerlijk, maar om een perspectief. Daar mogen we in verschillen, maar noem het dan ook zo: Een ander perspectief! En niet iets wat het niet is. En dat is precies de lading die in deze blog belangrijk is: Framing!
Noem het ‘framing’ wat je wilt, maar de realiteit is dat mensen hun biezen pakken. Ik heb zelf al een investering buiten de EU geplaatst vanwege dit oneerlijke belastingklimaat. Als de staat winst belast die niet bestaat en wegkijkt bij verlies, is dat geen ‘perspectief’ maar diefstal.
Vergeleken met andere termen in het huidige politieke discours is ‘oneerlijk’ nog heel mild uitgedrukt voor deze puinhoop. Ik steun JA21 dan ook 100%.
Op 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Woon je in Amsterdam, Utrecht, Almere, Leeuwarden, Gouda, Sittard-Geleen of Etten-Leur? Word wakker en stem op JA21 voor een eerlijk en nuchter bestuur!
Het belastingsysteem is NIET oneerlijk, in mijn blog leg ik exact uit waarom het niet oneerlijk is! Maar inhoudelijk kom je er niet op terug, ik vraag me openlijk af waarom dat zou zijn….
Verder zal ik je niet tegenhouden, Danny. Voor mij is dat hetzelfde als al die idioten die de vlucht nemen naar belastingparadijzen. Maar als het dan ineens gevaarlijk wordt wel leunen op ons belastinggeld om terug gevlogen te worden naar het veilige, en kennelijk toch wel heel fijne, Nederland. JA21 is radicaal onfatsoenlijk bijna extreem rechts. NIEMAND wordt daar beter van. Mijn stemadvies op wie niet te stemmen is duidelijk, feitelijk onderbouwd. Ieder kan daar zijn/haar voordeel mee doen.
Ante, er zijn een paar onderwerpen die me echt bezig houden, en Box 3 staat daar met stip bovenaan — het is gewoon zo verdomd onrechtvaardig geregeld. Als de overheid niet oppast, kan dit leiden tot kapitaalvlucht. Daarom heb ik met alle liefde inhoudelijk op je artikel over Box 3 gereageerd.
Danny, dat dit onderwerp je bezighoudt is duidelijk en dat is natuurlijk prima. Alleen merk ik dat we nu vooral blijven hangen in één onderdeel van de blog, namelijk de discussie rond Box 3.
In dit stuk probeer ik echter een bredere analyse te maken van het discours van JA21, uitgewerkt in zeven punten. De discussie over het woord “oneerlijk” bij Box 3 was daarin slechts één illustratie van een breder mechanisme: hoe beleidsverschillen in politieke communicatie regelmatig worden vertaald naar morele kwalificaties.
Op de andere punten uit het artikel ga je eigenlijk niet in. Bijvoorbeeld de versmalling van complexe vraagstukken, het reduceren van maatschappelijke systemen tot één dominante oorzaak, en het gebruik van polariserende narratieven in een bestuurlijk ogende verpakking.
Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar. Zie jij die mechanismen niet terug in het discours van JA21? Of ben je het met een deel van die analyse wel eens?
Als je de inhoudelijke discussie over Box 3 verder wilt voeren, lijkt het me logischer om dat onder het artikel over de Wet Werkelijk Rendement te doen. Daar gaat het stuk namelijk volledig over dat onderwerp en heb je daar ook al een reactie geplaatst.
Deze blog probeert vooral een bredere vraag te stellen: wat gebeurt er met het politieke midden wanneer bepaalde frames en narratieven bestuurlijk genormaliseerd raken?