De mens heeft een opmerkelijk talent: we herkennen onrecht vaak feilloos, maar we zijn minstens zo goed in het wegredeneren ervan zodra het onszelf niet raakt.
En misschien nog fundamenteler: we houden ervan als iemand ons vertelt wie er schuldig is. Niet omdat we slecht zijn, maar omdat het rust geeft.
De wereld is ingewikkeld. Problemen zijn groot. Systemen zijn ondoorzichtig. Politieke keuzes zijn zelden zwart-wit. Het vraagt inspanning om te begrijpen hoe woningnood ontstaat, waarom zorg vastloopt, hoe onderwijs onder druk staat of waarom ongelijkheid groeit. Dat vraagt tijd, nuance en zelfreflectie. Maar een zondebok aanwijzen is eenvoudig. Het biedt een verhaal met een begin, een midden en een vijand. En zolang we die vijand buiten onszelf kunnen plaatsen, hoeven we niet naar binnen te kijken.
Radicaal en extreemrechts bouwen precies op dat menselijke mechanisme. Ze bieden geen echte oplossingen, maar herkenbare schuldigen. Vluchtelingen. Minderheden. “De elite”. “De woke”. “Links”. Altijd is er een ander die zogenaamd veroorzaakt wat wij voelen.
Dat voelt logisch. Het voelt bevrijdend. Het geeft richting aan frustratie. Maar het is een illusie. Want woningnood ontstaat niet door asielzoekers, maar door jarenlang falend woonbeleid. Zorg kraakt niet door migratie, maar door marktwerking en personeelstekorten. Onderwijs staat onder druk door politieke keuzes, niet door kinderen met een andere achtergrond. Toch blijft het aantrekkelijk om de schuld elders te leggen. Want als zij het probleem zijn, hoeven wij niets te veranderen.
Daar zit de echte fuik. Zolang we boos kunnen zijn op een groep mensen, hoeven we niet kritisch te zijn op systemen. Zolang we met de vinger wijzen, hoeven we niet te kijken naar onze eigen rol. Zolang iemand anders verantwoordelijk is, blijven wij moreel comfortabel.En ondertussen verschuift de grens.
Eerst wordt er gesproken over “overlast”.
Dan over “belasting”.
Dan over “aanpassen”.
Dan over “terugsturen”.
Elke stap voelt klein. Elke stap lijkt verdedigbaar. Maar samen vormen ze een glijdende schaal waarin menselijkheid steeds meer onder voorwaarden komt te staan. Wat daarbij vaak vergeten wordt, is dat de zondebok nooit het eindstation is. Autoritaire bewegingen hebben voortdurend nieuwe schuldigen nodig. Zodra de ene groep voldoende is gemarginaliseerd, komt de volgende aan de beurt. Want het probleem zit niet bij die mensen, het zit in de leegte die ontstaat wanneer macht geen tegenspraak krijgt.
Vandaag zijn het vluchtelingen.
Morgen critici.
Overmorgen rechters.
Daarna iedereen die niet meebeweegt.
Geschiedenis laat zien dat dit patroon zich steeds herhaalt. Niet omdat mensen massaal kwaadaardig worden, maar omdat te veel mensen meegaan in eenvoudige verklaringen voor complexe pijn.
En misschien is dat wel de moeilijkste spiegel: radicaal rechts groeit niet alleen door haat, maar door menselijke vermoeidheid. Door het verlangen naar overzicht. Door de behoefte aan duidelijkheid. Door de hoop dat iemand eindelijk zegt waar het op staat.
Maar wie belooft dat alles de schuld is van “de ander”, liegt.
Niet altijd bewust.
Maar wel structureel.
Zolang wij blijven zoeken naar zondebokken in plaats van naar oorzaken, blijven we gevangen in dezelfde cirkel. Dan wisselen alleen de namen, niet de problemen.
Echte verandering vraagt iets anders.
Het vraagt dat we complexiteit verdragen. Dat we erkennen dat systemen falen. Dat we onze eigen rol onder ogen zien. Dat we durven opstaan wanneer iemand onrecht wordt aangedaan, ook als het ons persoonlijk niets kost of oplevert.
Want rechtvaardigheid begint niet bij beleid.
Ze begint bij mensen die weigeren mee te gaan in het gemak van schuld afschuiven.