De wolf is van nature een gevaarlijk monster
De wolf is terug in Nederland en met zijn terugkeer lijkt ook een verhaal te zijn teruggekomen dat hier eigenlijk nooit is weggeweest. We lezen over wolven op de Veluwe, over schapen die worden aangevallen, over hondenbezitters die worden gewaarschuwd en inmiddels ook over incidenten waarbij mensen gewond zijn geraakt. De aanwezigheid van de wolf roept daardoor begrijpelijke vragen op over veiligheid en over de ruimte die we in een dichtbevolkt land aan een groot roofdier willen geven. Tegelijkertijd speelt in die discussie iets mee wat veel ouder is dan de eerste wolf die in 2015 vanuit Duitsland onze grens overstak. Wij hadden namelijk al een uitgesproken beeld van dit dier voordat vrijwel iemand van ons ooit een wolf in het wild had gezien.
Dat beeld kregen we als kinderen mee.
De wolf wachtte op Roodkapje in het bos, verslond grootmoeder en nam vervolgens haar plaats in bed in. Bij de zeven geitjes wist hij het huis binnen te komen en at hij bijna het hele gezin op. In het verhaal van de drie biggetjes is hij opnieuw degene die jaagt en dreigt. Later kwamen daar weerwolven, films, boeken en talloze andere verhalen bij waarin de wolf steeds opnieuw opdook als vertegenwoordiger van gevaar. Zelfs in onze taal kreeg hij die rol. We spreken over een wolf in schaapskleren wanneer iemand zich vriendelijk voordoet terwijl hij slechte bedoelingen heeft.
Zo werd de wolf veel meer dan een dier, hij werd een symbool.
Eeuwenlang stond hij voor het gevaar buiten de veilige wereld van huis, dorp en gemeenschap. Daarachter begon het donkere bos, een gebied dat mensen veel minder konden controleren dan tegenwoordig. In dat bos leefden dieren die sterker en sneller waren dan wij, terwijl mensen in eerdere eeuwen veel directer afhankelijk waren van hun vee. Een wolf die een schaap doodde, veroorzaakte toen niet alleen verdriet of financiële schade. Het kon rechtstreeks gevolgen hebben voor het levensonderhoud van een gezin.
De angst voor de wolf kwam dus niet uit het niets. Alleen groeide rondom een werkelijk risico een verhaal dat uiteindelijk veel groter werd dan het dier zelf. En toen verdween de wolf uit Nederland.Het dier verdween maar het verhaal bleef. Generaties Nederlanders groeiden vervolgens op in een land zonder wilde wolven en toch hoefde niemand ons uit te leggen dat een wolf gevaarlijk was. Dat wisten we al. Roodkapje had haar werk gedaan.
Toen in 2015 opnieuw een wolf door Nederland liep en enkele jaren later de eerste wolven zich daadwerkelijk op de Veluwe vestigden, gebeurde daardoor iets bijzonders. Een dier dat voor de meeste Nederlanders alleen in dierentuinen, natuurdocumentaires en verhalen bestond, liep ineens weer vrij door hetzelfde bos waarin wij wandelen, fietsen en onze hond uitlaten.
Inmiddels leven meerdere roedels in Nederland en is de wolf geen toevallige bezoeker meer. Hij heeft zich opnieuw gevestigd en daarmee komen mens en wolf vaker in elkaars leefgebied terecht. Nederland is tenslotte geen uitgestrekte wildernis. Onze natuurgebieden worden doorsneden door wegen, wandelpaden en fietsroutes en liggen vaak vlak bij dorpen en steden. Wanneer wolven hier leven, zullen ontmoetingen plaatsvinden.
Daar horen ook incidenten bij en die moeten we serieus nemen.
In 2025 werd een hardloopster door een wolf gebeten. Een andere vrouw raakte gewond bij een ontmoeting met een wolf die eerder al afwijkend gedrag had laten zien. Op de Utrechtse Heuvelrug vond een ernstig incident met een kind plaats. Een wolf die zijn natuurlijke terughoudendheid tegenover mensen verliest en herhaaldelijk toenadering zoekt, kan een daadwerkelijk veiligheidsprobleem worden. Uiteindelijk kan zelfs het doden van zo’n individueel dier noodzakelijk blijken.
Wie van de wolf een ongevaarlijk knuffeldier probeert te maken, creëert daarom gewoon een nieuwe mythe.
Een wolf is een groot wild roofdier. Hij beschikt over krachtige kaken, kan grote afstanden afleggen en is gebouwd om prooien te achtervolgen en te doden. Wie een wolf in het wild ziet, hoort afstand te houden. Een wolf moet nooit worden gevoerd en we zouden ook niet moeten proberen hem aan menselijke aanwezigheid te laten wennen. Zijn natuurlijke afstand tot mensen is juist een van de belangrijkste voorwaarden om samenleven mogelijk te maken.
Daarmee komen we bij het interessante onderscheid in deze MythBuster. De vraag is namelijk niet of een wolf gevaarlijk kan zijn. Vrijwel ieder groot wild dier kan onder bepaalde omstandigheden gevaarlijk zijn. Een edelhert kan een mens ernstig verwonden, een wild zwijn eveneens en zelfs runderen veroorzaken jaarlijks gevaarlijke situaties. Bij de wolf lijkt alleen iets anders te gebeuren. Het mogelijke gevaar wordt al snel onderdeel van de identiteit van het dier zelf.
De wolf kan gevaarlijk zijn en wordt daardoor in onze beeldvorming een gevaarlijk dier.
Dat verschil lijkt klein en is tegelijkertijd essentieel.
Mensen behoren namelijk niet tot de normale prooidieren van wolven. Wolven jagen voornamelijk op wilde hoefdieren zoals reeën, edelherten en wilde zwijnen. Daarnaast kunnen zij landbouwhuisdieren aanvallen, waarbij vooral schapen kwetsbaar zijn. Voor veehouders is dat een heel concreet probleem dat niet kleiner wordt door te vertellen dat de wolf een belangrijke plaats in het ecosysteem heeft. Wie ’s morgens tussen doodgebeten schapen staat, beleeft de terugkeer van de wolf vanuit een totaal ander perspectief dan iemand die enthousiast een wolvenspoor op de Veluwe fotografeert.
Beide werkelijkheden bestaan naast elkaar.
Hetzelfde geldt voor onze veiligheid. Een wolf kan een mens verwonden en tegelijk is een mens geen normale prooi voor een wolf. Wolven vermijden menselijke aanwezigheid doorgaans en houden van nature afstand. Dat betekent dat er iedere dag ontmoetingen plaatsvinden waarvan wij helemaal niets merken. Een wolf ruikt of hoort een wandelaar voordat die wandelaar hem heeft gezien en verdwijnt tussen de bomen.
Daar verschijnt geen nieuwsbericht over.
Een wolf die een mens bijt, verschijnt vanzelfsprekend wel in het nieuws.
Daardoor ontstaat een interessant verschil tussen het werkelijke risico en het risico zoals wij dat ervaren. Ieder incident bevestigt namelijk een beeld dat al klaarstond voordat het incident plaatsvond. Zodra ergens wordt gemeld dat een wolf een wandelaar heeft benaderd, hoeven we het verhaal nauwelijks meer in te vullen. Het donkere bos en het roofdier kennen we al.
Zet een ree aan de rand van een wandelpad en veel mensen pakken hun telefoon om een foto te maken. Zet op exact dezelfde plek een wolf en dezelfde bomen, dezelfde struiken en hetzelfde wandelpad voelen ineens anders.
De omgeving veranderde niet en onze waarneming wel.
Daar zit voor mij het fascinerende van deze mythe. Wij kijken nooit volledig onbevangen naar een dier. We nemen onze verhalen mee, onze geschiedenis, onze ervaringen en alles wat we vanaf onze jeugd hebben geleerd. De wolf draagt daardoor een culturele bagage met zich mee waar hij zelf vanzelfsprekend niets vanaf weet.
- Hij kent Roodkapje niet.
- Hij weet niets van de zeven geitjes.
- Hij heeft nooit gehoord van een wolf in schaapskleren.
- Hij doet wat wolven doen.
Hij zoekt voedsel, bewaakt zijn territorium, vormt een roedel, brengt jongen groot en probeert te overleven in een landschap waarin de mens vrijwel overal aanwezig is. Daarbij doodt hij andere dieren, want dat is wat een roofdier doet. Voor veel mensen botst juist dat met het romantische beeld dat we tegelijkertijd van natuur hebben ontwikkeld. We houden van reeën in de ochtendmist, van edelherten op de heide en van jonge zwijntjes achter hun moeder. Wanneer een wolf zo’n dier doodt, worden we geconfronteerd met een kant van dezelfde natuur die minder gemakkelijk op een ansichtkaart past.
Natuur kent schoonheid en geweld, geboorte en dood, bescherming en predatie. De wolf brengt niets nieuws in dat systeem. Hij maakt alleen opnieuw zichtbaar wat wij gedurende zijn afwezigheid nauwelijks meer hoefden te zien.
Daarom helpt het ook niet om in het debat te kiezen tussen twee karikaturen. Aan de ene kant staat het bloeddorstige monster dat onmiddellijk uit Nederland zou moeten verdwijnen, aan de andere kant het prachtige bijna mystieke dier waarvan iedere vorm van kritiek wordt gezien als onwetendheid of angst. Geen van beide beelden doet de werkelijkheid recht.
Samenleven met wolven vraagt iets ingewikkelders.
Het vraagt dat veehouders hun dieren daadwerkelijk kunnen beschermen en daarbij voldoende ondersteuning krijgen. Het vraagt dat mensen weten hoe ze zich in wolvengebied moeten gedragen. Het vraagt dat we afstand houden, wolven nooit voeren en afwijkend gedrag melden. Het vraagt ook dat overheden durven ingrijpen wanneer een individuele wolf aantoonbaar zijn natuurlijke schuwheid tegenover mensen verliest en gevaarlijk gedrag ontwikkelt.
En tegelijkertijd vraagt het dat we bereid zijn onze angst langs dezelfde kritische meetlat te leggen.
Want de wolf die na anderhalve eeuw terugkeerde naar Nederland, kwam terecht in een landschap waarin zijn reputatie hem al lang vooruit was gereisd.
Dat maakt deze MythBuster uiteindelijk ook minder een verhaal over wolven dan over onszelf. Over de manier waarop verhalen onze werkelijkheid kunnen vormen, zelfs eeuwen nadat ze zijn bedacht. Over hoe een sprookje uit onze jeugd ongemerkt kan meereizen wanneer we als volwassene door een bos lopen. En over hoe moeilijk het is om onderscheid te blijven maken tussen wat een dier werkelijk is en wat wij ervan hebben gemaakt.
De wolf is geen ongevaarlijk dier maar hij is ook geen monster.
Hij is een wild roofdier waarmee we in Nederland opnieuw moeten leren samenleven. Dat vraagt kennis, voorzorg, afstand en waar nodig stevig ingrijpen. Het vraagt eveneens dat we de echte wolf leren onderscheiden van het dier dat al eeuwen door onze verhalen loopt.
Roodkapje mag rustig in de boekenkast blijven staan, haar wolf kunnen we daar beter ook laten.