JA21 Het “fatsoenlijke” rechts, of toch niet?
JA21 presenteert zich als een ‘fatsoenlijk rechtse partij’. Een partij van orde, gezag en redelijkheid. Maar wie beter kijkt naar de geschiedenis van haar boegbeeld Annabel Nanninga, ziet een ander verhaal. Een verhaal dat schuurt met het beeld van fatsoenlijkheid dat de partij zo zorgvuldig probeert op te bouwen.
In dit blog wil ik niet oordelen over de politieke inhoud van JA21, maar over de waarden die zij zegt te vertegenwoordigen. Want woorden doen ertoe. Zeker in een tijd waarin grenzen vervagen tussen satire, provocatie en kwetsing. Wanneer iemand jarenlang uitspraken doet over Joden, vluchtelingen en minderheden die velen diep kwetsen – en daar nooit werkelijk afstand van neemt – dan gaat het niet meer om humor of context. Dan gaat het over karakter.
Annabel Nanninga is niet zomaar een lid. Ze is medeoprichter, boegbeeld en senator van JA21. Haar woorden wegen dus zwaarder. In de loop der jaren heeft ze talloze uitspraken gedaan die bij herhaling voor ophef zorgden. Uitspraken die door velen als racistisch, antisemitisch of vrouwonvriendelijk werden ervaren. Wie wil weten hoe dat precies zit, kan een overzicht lezen via:
Het opmerkelijke is dat noch Nanninga, noch JA21 ooit afstand hebben genomen van dat verleden. In plaats daarvan worden de uitspraken vaak afgedaan als ‘sarcasme’, ‘humor’ of ‘uit hun context gehaald’. Maar fatsoen is geen kwestie van context, het is een kwestie van houding. En als je als partij zegt fatsoenlijk te zijn, moet je dat ook laten zien – juist wanneer het ongemakkelijk wordt.
In de kern raakt dit aan de geloofwaardigheid van een partij die zegt te staan voor orde, vrijheid en verantwoordelijkheid. Een partij die die waarden serieus neemt, hoort duidelijk te maken wat ze niet accepteert. Dat geldt ook voor het verleden van haar eigen vertegenwoordigers. Zolang dat niet gebeurt, blijft het beeld hangen van een partij die fatsoen claimt, maar wegkijkt bij morele grenzen.
En dat is gevaarlijk. Want politiek is niet alleen beleid, het is ook beschaving. Wie met woorden schuurt aan de waardigheid van anderen, schuurt aan de fundamenten van onze democratie. De vraag is dus niet of JA21 rechtse standpunten mag hebben – natuurlijk mag dat. De vraag is of een partij die ‘fatsoenlijk rechts’ wil zijn, zich moreel kan veroorloven zulke uitspraken te dragen zonder duidelijk afstand te nemen. Zolang dat niet gebeurt, blijft het masker van fatsoen scheuren.
Menselijkheid in de politiek begint niet bij je mening, maar bij je houding tegenover anderen.