What’s in a name…

Mijn naam is Ante Brinkman. Ik voldoe aan de zeven vinkjes van Joris Luyendijk. Vinkje zes en zeven niet letterlijk, maar met werkervaring, andere vormen van educatie en – durf ik te zeggen – een goed werkend stel hersenen, kom ik ook daar een eind. Juist daardoor mis ik echter een ander vinkje: het vinkje dat ik een mening mag of kan hebben over racistisch, discriminerend of vergelijkbaar gedrag, of over wat ‘men’ daarvan vindt.

Ik ben dan al snel een wegkijker, ontkenner of iemand die “het licht nog niet heeft gezien”. “Als je het eenmaal ziet, kan je het niet meer niet-zien.” En precies dáár gaat het mis.

In de huidige publieke discussie is nuance schaars. Als je belabberd gedrag niet direct duidt als gedrag van ‘foute witte mannen’, heb je het kennelijk nog niet gezien. En als je het eenmaal ziet, wordt vrijwel elk onhandig of onmenselijk gedrag van een witte man automatisch geïnterpreteerd als fout gedrag op basis van ras, uiterlijk of afkomst.

Aanleiding was een draadje over naamsverwarring. Karima beschreef hoe haar naam structureel verkeerd wordt uitgesproken en concludeerde dat dit voortkomt uit een mentale snelkoppeling: een reeks A-I-A-klanken bij vrouwelijke namen als Karima, Fatima, Hafida en Jamila. Ze noemde dit treffend de ‘Spotify-shuffle van diversiteit’. De impliciete conclusie: dit structurele verkeerd benoemen heeft een racistische of discriminerende achtergrond.

Laat één ding helder zijn: een naam doet ertoe. Het is geen detail, maar de meest basale vorm van gezien worden. Daar ben ik het volledig mee eens. Namen verkeerd gebruiken is pijnlijk en onacceptabel. Tegelijkertijd weiger ik te accepteren dat dit altijd en automatisch voortkomt uit afkomst of sekse.

Ik heb zelf ook geregeld problemen met mijn naam. En ja, ik voldoe aan die zeven vinkjes. Natuurlijk zijn ‘uitheemse’ namen vaak lastiger te onthouden dan meer gangbare Nederlandse namen. Maar daarmee is de oorzaak nog niet per definitie discriminatie. Vaak is het simpelweg een gebrek aan aandacht en menselijkheid. Dat zegt iets over de ander, niet over jouw waarde.

Ik herken dat gebrek aan aandacht in allerlei vormen. Zo heb ik meegemaakt dat mensen mij niet groetten in de lift wanneer ik in spijkerbroek en trui stond, maar een paar dagen later – in pak – wel. Dezelfde huidskleur, vermoedelijk dezelfde vinkjes, maar een andere uitstraling. Dat zegt iets over interesse, status en aandacht, niet over ras.

Arjen Noordhof reageerde daarop met een belangrijk punt: posities en machtsverhoudingen doen ertoe. Hij beschreef hoe hij ooit terecht werd weggeduwd door een schoonmaker bij een koffieapparaat, en erkende eerlijk dat hij bij een leidinggevende meer aandacht zou hebben gehad. Posities spelen een rol. Daar ben ik het deels mee eens.

Maar ook dat is geen natuurwet. Het werkt alleen zo als menselijkheid ontbreekt. Ook hier gaat het uiteindelijk om aandacht, respect en bewustzijn. Niet alles is een rassenkwestie. Soms is het een machtskwestie. En vaak is het gewoon onoplettend, onmenselijk gedrag.

Wat mij zorgen baart, is de tunnelvisie die ontstaat wanneer elk voorbeeld langs één verklaringsmodel wordt gelegd. Dan wordt elk gebrek aan aandacht van een witte man richting iemand met een andere achtergrond automatisch racistisch of discriminerend genoemd. Dat helpt niemand. Het vergroot misverstanden en maakt echte oplossingen lastiger.

Laten we elkaar aanspreken op gedrag. Zeg dat het niet oké is om iemands naam niet te onthouden. Dat mag en moet benoemd worden. Maar laten we stoppen met het automatisch plakken van etiketten die meer verharden dan verbinden.

En nee, ik ontken niet dat discriminatie bestaat. Die is er, helaas. Maar lang niet altijd. Soms is een naam gewoon lastig. En soms is iemand simpelweg niet aandachtig of menselijk genoeg. En dát is waar het echte werk ligt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.