Ich bin ein Israëlische professor

Zaterdag 7 februari zat ik in de kerk in Meppel. Het was sabbat. De dienst werd geleid door Frank Teuwen, en in zijn preek stond het verhaal centraal van Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron. Een verhaal dat ik al mijn hele leven ken, maar dat deze keer niet langs mij heen ging. Het werd niet alleen verteld, het werd geplaatst. In de tijd, in de verhoudingen, in de spanning tussen volkeren, overtuigingen en angsten. Het werd voelbaar gemaakt als een morele keuze.

Joden en Samaritanen leefden langs elkaar heen in wantrouwen en vijandigheid. Men vermeed elkaars gebied, niet uit gemakzucht maar uit angst en afkeer. Toch kiest Jezus van Nazareth er bewust voor om dwars door Samaria te reizen. Hij gaat zitten bij de bron. Hij spreekt een vrouw aan. Niet alleen een vrouw, maar een Samaritaanse vrouw. Niet alleen een Samaritaanse vrouw, maar een vrouw met een reputatie. Hij vraagt haar om water. Daarmee doorbreekt hij religieuze, culturele en morele grenzen, niet door macht of woorden, maar door nabijheid. Hij kiest niet voor afstand, maar voor ontmoeting.

Die preek bleef bij me. Niet als een mooie gedachte, maar als een ongemakkelijke spiegel.

De volgende ochtend keek ik een documentaire van de NPO over de situatie in Gaza en Israël. Wat ik daar zag, raakte mij diep. Niet alleen door de beelden, maar door het verhaal van één man. Een Israëlische docent. Een Jood. Een Israëli. Iemand die midden in zijn samenleving staat en daarbinnen jarenlang zijn werk heeft gedaan. Hij plaatste foto’s van Palestijnse kinderen die in Gaza zijn omgekomen. Niet om te choqueren, niet om Israël te delegitimeren, niet om Hamas te verdedigen, maar om zichtbaar te maken wat geweld doet wanneer het elke morele begrenzing verliest.

De reactie op zijn handelen was meedogenloos. Hij werd gearresteerd en zat in de gevangenis. Toen hij later terugkeerde op school, werd hij bespuugd door leerlingen en uitgemaakt voor verrader. Collega’s met wie hij jarenlang had samengewerkt, keerden zich van hem af. Niet omdat hij loog. Niet omdat hij opruiing pleegde. Maar omdat hij liet zien wat men liever niet wilde zien.

Op dat moment vielen de preek van zaterdag en de documentaire van zondag samen. Niet als toeval, maar als betekenis. Wat zaterdag werd aangereikt als moreel verhaal, werd zondag zichtbaar als actuele werkelijkheid. De keuze om niet om het “Samaria” van deze tijd heen te lopen, maar erdoorheen. De keuze om naast mensen te gaan staan die door de meerderheid als vijand worden gezien. De keuze om waarheid niet te laten bepalen door groepsdruk.

Daarom wil ik vandaag iets uitspreken wat voor mij niet langer te vermijden is: Ich bin ein Israëlische professor. Niet omdat ik Israëlisch ben, maar omdat ik mij verenig met iemand die als Jood en als Israëli zegt: dit kan niet. Iemand die laat zien dat kritiek op Israëlisch staatsgeweld geen verraad is, maar trouw aan menselijkheid, geweten en waarheid.

Ik geloof dat wat Israël in Gaza doet genocide is. Ik geloof dat dit per direct moet stoppen. En ik geloof dat het al veel eerder had moeten stoppen. Ik weet ook dat wie dit benoemt, vrijwel automatisch wordt weggezet als antisemiet of Hamas-aanhanger. Dat frame wordt gebruikt om het gesprek te sluiten, niet om het te verdiepen. Ik wil dat frame niet ontwijken, maar ontmantelen.

Ik ben opgegroeid als Zevendedags Adventist, een geloof dat diep geworteld is in het Oude Testament, hetzelfde Schriftgedeelte als de Tenach binnen het Jodendom. Wij vieren de sabbat. Wij hanteren vergelijkbare spijswetten. Religieus en spiritueel voel ik mij sterk verbonden met het Jodendom. Juist vanuit die verbondenheid kan ik niet zwijgen wanneer geweld wordt gelegitimeerd en ontmenselijking normaal wordt.

De Bijbel leert mij niet dat geweld gerechtvaardigd raakt zodra het door “ons” wordt gepleegd. Hij leert mij dat morele kracht zichtbaar wordt waar mensen weigeren hun vijandbeeld boven hun menselijkheid te plaatsen. Dat hoorde ik zaterdag in de kerk. Dat zag ik zondag in die documentaire. En samen vormen zij voor mij één verhaal.

Angst, trauma en geschiedenis zijn reëel. Ze verdienen erkenning en zorg. Maar ze kunnen nooit dienen als rechtvaardiging voor genocide. Niet door staten. Niet door religies. Niet door wie dan ook. Wie dat benoemt, is geen vijand, maar een geweten dat weigert te zwijgen.

Daarom spreek ik mij uit. Niet tegen Joden. Niet tegen Israëli’s. Maar samen met hen die binnen Israël zelf zeggen: dit mag nooit normaal worden. Ich bin ein Israëlische professor, omdat wie naast de waarheid gaat staan vaak alleen komt te staan, en omdat juist daar solidariteit noodzakelijk is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.