IK BEN EEN GELUKSZOEKER

Dit gaat niet over een abstract land. Niet over “het Westen”. Niet over ergens ver weg.
Dit gaat over Nederland. Over ons! Over hier! Over nu!

Wij noemen onszelf graag een vrij land. We herdenken vrijheid. We vieren haar. We dragen haar als moreel visitekaartje de wereld in. Maar tegelijk schuift er iets fundamenteels. Stil, bijna ongemerkt. Vrijheid wordt selectief. Voorwaardelijk. En steeds vaker: verdacht.

In Nederland is het woord gelukszoeker veranderd in een scheldwoord. Alsof het verlangen naar een beter leven iets laags is geworden. Iets om te wantrouwen. Iets om te bestraffen. En dat zegt uiteindelijk meer over ons dan over degene die we zo noemen.

In College Tour stelt Twan Huys een vraag aan Ahmed Aboutaleb die precies raakt aan waar Nederland vandaag staat.

“Je bent geen vluchteling, je zegt steeds: ik ben een…?” Aboutaleb antwoordt:

“Gelukszoeker.”

En hij weigert dat woord los te laten. Juist omdat het is vergiftigd. Juist omdat het wordt gebruikt om mensen te reduceren tot probleem.

Zijn tegenvraag snijdt dwars door alle politieke frames heen: Maar bent u geen gelukszoeker? Wie is dat niet?

Die vraag raakt Nederland recht in het hart. Want hoe zijn wij hier gekomen? Door te blijven waar we zaten, ongeacht omstandigheden? Of door te bewegen, te kiezen, te hopen? Onze ouders die van dorp naar stad trokken. Onze grootouders die werk zochten, zekerheid, toekomst. Studenten die verhuizen. Mensen die scheiden en opnieuw beginnen. Ondernemers die risico nemen. Wij verplaatsen ons voortdurend – zolang het maar binnen onze eigen morele comfortzone blijft.

En nu ligt er in Nederland wetgeving op tafel die niet gedrag strafbaar stelt, maar bestaan. Illegaal zijn. Aanwezig zijn. Ademhalen op de verkeerde plek. Strafbaarstelling betekent dat je iets crimineels hebt gedaan. Maar wat is hier de misdaad? Dat je bent gegaan waar je denkt dat je leven beter kan worden?

Sinds wanneer bestraft Nederland hoop?

Wat hier werkelijk zichtbaar wordt, is geen migratiecrisis maar een systeemcrisis. Asielopvang die vastloopt. Procedures die verlammen. Gemeenten die geen ruimte krijgen. Politiek die vooral bezig is met beeldvorming. En in plaats van dat systeem te repareren, zoeken we iemand om de schuld te geven. Dat is makkelijker. Dat verkoopt beter. Dat levert stemmen op.

Maar een slot op de deur is geen beleid. Het is een vlucht.
En zondebokken aanwijzen is geen kracht. Het is onvermogen.

Een land dat vrijheid serieus neemt, zorgt dat systemen werken. Dat procedures menselijk zijn. Dat recht niet verandert in repressie zodra het ingewikkeld wordt. Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid. Niet alleen voor wie “erbij hoort”, maar juist voor wie buiten de boot dreigt te vallen.

Als Nederland werkelijk een vrij land wil zijn, dan begint dat hier:
met erkennen dat gelukszoeker geen scheldwoord is.
Met durven zeggen: ik ben er ook één.

Ik ben een gelukszoeker.
Niet ondanks Nederland.
Maar juist omdat ik geloof dat dit land beter kan dan angst, uitsluiting en schijnoplossingen.

Vrijheid die alleen geldt voor wie al binnen is, is geen vrijheid.
En een land dat zijn zwaksten straft voor systeemfalen, verliest iets wezenlijks onderweg.

Dit gaat over Nederland.
En over wie wij kiezen te zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.