Een zakelijke terugblik die meer zegt over leven dan over werk
2024 was zakelijk gezien een sabbatical. Niet omdat het zo gepland was, maar omdat het niet anders kon. Na een rumoerige periode privé voelde ik de behoefte om letterlijk afstand te nemen van alles wat moest. Geen doelen. Geen deadlines. Geen verwachtingen. Alleen tijd. Tijd om stil te staan. Tijd om te herijken. Waar sta ik? Waar wil ik heen? En misschien nog wel belangrijker: waar ga ik eigenlijk heen als ik niets afdwing?
Aan het einde van dat jaar werd dat afstand nemen concreet. Een lange reis door Noorwegen, ruim een half jaar onderweg. Daarna nog een maand naar de Filipijnen. Niet als vakantie, maar als ruimte. Ruimte om te denken, te voelen, te reflecteren. Weg van het bekende ritme, weg van de rollen die ik zo lang had vervuld. Die reis was geen pauze van het leven, het was leven. En tegelijk wist ik: dit proces was nog niet af.
Terug in Nederland diende de realiteit zich weer aan. Er moest brood op de plank komen. Dus ik ging solliciteren, opdrachten zoeken, gesprekken voeren. En die kwamen ook. Of beter gezegd: ze kwamen langs, maar ik greep ze niet. Ik haalde ze niet binnen. Elke afwijzing voelde als falen, maar wat me verbaasde – en frustreerde – was dat ik niet boos werd op de gemiste kansen. De boosheid richtte zich vooral naar binnen. Een spagaat die ik niet begreep: wanhopig omdat het niet lukte, maar emotioneel vreemd onaangedaan door het verlies ervan. Alsof mijn hoofd iets anders wilde dan mijn hart.
In die verwarring lonkte het Pieterpad. Nog één keer volledig op mezelf aangewezen zijn. Een maand lang wandelen, van noord naar zuid door Nederland. Maar niet zomaar. Ik wilde het lopen als ‘vluchteling’. Op €0-budget het land door. Geen onderdak vooraf regelen. Geen vangnet. Alleen de etappes volgen en vertrouwen op wat zich onderweg zou aandienen.
Kan ik vertrouwen op wat er komt?
Durf ik zonder planning te gaan?
Bestaat menselijkheid nog, buiten praatjes en goede bedoelingen om?
Het antwoord bleek een volmondig ja.
Het Pieterpad – door mij “Walking for Humanity” genoemd – werd helend. Niet omdat het makkelijk was, maar omdat het eerlijk was. Ik ontdekte dat menselijkheid overal aanwezig is, als je haar durft toe te laten. Dat plannen niet noodzakelijk zijn om succesvol te zijn. Dat vertrouwen op wat de dag brengt voldoende kan zijn. Je wordt voorzien, als je geeft.
Ik gaf met mijn verhalen. Met mijn openheid. Met mijn behoefte aan contact. Met mijn luisterend oor voor de mensen die ik ontmoette. Ik deelde waarom ik liep – om menselijkheid zichtbaar te maken – en kreeg die in overvloed terug. Augustus werd hiermee een maand van overvloed. Niet in geld, maar in betekenis.
Vanaf september begon een nieuwe fase: de Miracle Roadmap van 365 Dagen Succesvol. Opnieuw een reis naar binnen. Zakelijk veranderde er ogenschijnlijk weinig. Opdrachten kwamen nog steeds niet vanzelf. Maar wat wel kwam, was richting. Een nieuw doel. Uw-Topia deed zijn intrede in mijn leven. Door Jonas werd ik er langzaam in meegenomen. Een nieuwe organisatie, een nieuwe dynamiek, nieuwe kennis, nieuwe werelden, een nieuw toekomstbeeld.
En toen ik me daar eenmaal in onderdompelde, viel het kwartje. Ik begreep ineens waarom het al die tijd niet lukte met die opdrachten. Niet omdat ik niet kon. Maar omdat ik niet meer wilde.
Ik was klaar met die wereld. Klaar met managers helpen veranderen, terwijl de organisatie dat diep van binnen niet wil. Klaar met processen optimaliseren die losstaan van menselijkheid. Klaar met oplossingen leveren voor problemen die structureel in stand worden gehouden. Ik heb dat werk jarenlang met plezier gedaan – en met toewijding – maar deze fase was voorbij. Het roer moest om. En het ging om.
Uw-Topia bestaat al. In het hoofd van Jonas. In mijn hoofd. En eerlijk gezegd: in ieders hoofd. We dragen allemaal een vorm van utopie met ons mee. Voor mij – en ik vermoed ook voor Jonas – gaat die over het bouwen aan een circulaire, duurzame toekomst voor onze kinderen. En hun kinderen. En de generaties daarna. De toekomst dus.
Het moet.
Het is nodig.
Maar vooral: het kan.
Alles is er al. Het is geen kwestie van kunnen, maar van kiezen. Wij maken die keuze door te beginnen bij kindinstellingen. Alle plekken waar kinderen van 0 tot 18 jaar verblijven buiten hun reguliere woning. Dáár begint de toekomst. Niet met beleid, maar met voorbeeld. Niet met woorden, maar met doen.
Als ik vooruitkijk naar 2026, voel ik vooral zin. Energie. Nieuwsgierigheid. De eerste klanten zijn al binnen. En nog voordat we echt beginnen, worden opdrachten verbreed. Dat voelt niet alleen goed – het voelt kloppend. Alsof alles wat onderweg leek te stokken, zich nu vanzelf in beweging zet.
Er komen nieuwe plannen, zeker. Maar wel met de wijsheid die dit alles me heeft gebracht: plannen zijn prima, zolang je weet dat het leven zich niet laat dwingen. Het loopt zoals het loopt. En dat is niet iets om tegen te vechten.
Dat is iets om te vertrouwen.
En dat is, misschien wel, de meest zakelijke les die ik ooit heb geleerd.