De post van Marcel Kolder en zijn dochter verscheen op LinkedIn zoals zoveel berichten verschijnen. Maar deze liet ik niet voorbijgaan. Niet omdat hij schreeuwde om aandacht, maar omdat hij iets raakte wat ik herken uit mijn eigen werk. In zijn woorden zag ik flarden terug van wat ik als chauffeur soms van dichtbij mag meemaken: het leven achter voordeuren waar geen camera’s komen, waar geen applaus klinkt en waar zorg geen functie is, maar een manier van bestaan. Juist die stille eerlijkheid maakte dat ik bleef lezen.
Ik las over de nachten die nooit echt stil zijn. Over wakker worden op sokken die geen paar meer vormen, over obstakels die je uit je hoofd leert omdat licht aandoen te veel is. Over vermoeidheid die geen fase is, maar een huisgenoot. En terwijl ik las, dacht ik aan mijn eigen werk. Aan de ochtenden waarop ik voor de deur sta, de middagen waarop ik terugbreng. Aan het korte moment waarop werelden elkaar raken.
Als taxichauffeur haal ik cliënten op om ze naar de dagbesteding te brengen. Op papier is het vervoer. In werkelijkheid ben ik de schakel tussen thuis en daar waar de dag zich afspeelt. Tussen ouders die soms al een halve dag achter de rug hebben vóór negen uur ’s ochtends, en begeleiders die het overnemen met hun eigen zorg, aandacht en verantwoordelijkheid. Dat tussenstukje probeer ik zo goed mogelijk te laten zijn. Zo rustig mogelijk. Zo menselijk mogelijk.
Soms zit dat in hoe ik rijd. Rustig optrekken. Geen harde bochten. Even wachten tot iemand echt zit, echt veilig is. Soms zit het in een paar woorden. Of juist in het laten vallen van woorden. In aanvoelen wanneer stilte beter is dan vragen. Tijdens die ritten houd ik mijn ogen en oren open. Niet nieuwsgierig, maar betrokken. Omdat gedrag onderweg iets kan zeggen over hoe het ervoor staat. Onrust die er gisteren niet was. Stilte die anders voelt. Een blik die langer wegblijft.
Aan het einde van de dag geef ik dat soms terug aan een ouder. Voorzichtig, zonder oordeel. Gewoon wat ik zag. Wat ik voelde. Wat me opviel. En ik merk hoe waardevol dat kan zijn. Ouders geven vaak aan dat ze het fijn vinden. Omdat het bevestigt wat zij misschien al voelden, of juist omdat het iets nieuws laat zien. Het is maar een klein stukje informatie, maar het kan groot zijn in wat het losmaakt. In hoe een avond verloopt. In hoe iemand verder kijkt naar morgen.
Wat me raakte in Marcels woorden, was de totale afwezigheid van heldendom. Geen cape, geen standbeeld, geen trompetten. Gewoon doorgaan. Opstaan. Havermout maken. Kleren klaarleggen. Uitleggen waarom sorry zeggen belangrijk is. Waarom de wereld soms gemeen is, maar je dat zelf niet hoeft te zijn. Liefde zonder voorwaarden, beschreven zonder opsmuk. Zwaar en licht tegelijk.
Er wordt wel eens gezegd dat iedereen dit werk kan doen. Autorijden, iemand ophalen, iemand terugbrengen. Ik weet inmiddels dat dat niet zo is. Het vraagt aandacht. Aanwezigheid. Het vermogen om te schakelen tussen werelden die elkaar niet altijd zien, maar elkaar wel nodig hebben. Het vraagt dat je je eigen verhaal soms even parkeert, niet omdat het er niet toe doet, maar omdat er op dat moment iemand anders is die op je rekent.
Die ogenschijnlijk kleine gesprekken onderweg, een grapje, een geruststellend woord, een moment van herkenning, maken de rit waardevol. Voor de cliënt, voor de ouders, voor de begeleiders. En eerlijk gezegd ook voor mij. Ze laten zien dat zorg niet alleen zit in grote gebaren, maar juist in het onzichtbare. In het volhouden. In het blijven zien van de mens, ook als dagen op elkaar lijken.
De post van Marcel liet me weer voelen waarom dit werk zo mooi is. Zo dankbaar. Zo nodig. Omdat achter elke rit een leven schuilgaat dat veel vraagt, veel geeft en zelden wordt gezien. En omdat menselijkheid vaak precies daar zit: in dat kleine stukje ertussen.
Marcel Kolder, dank je wel. Voor mij ben je een held op sokken (dat laatste letterlijk én figuurlijk). En Mayim, vandaag is het jouw verjaardag… van harte gefeliciteerd!! Maak er een onvergetelijk mooie dag van, geniet van alle aandacht en liefde!!!
En dank je wel, dat jij, en je vader, even mijn inspiratie mochten zijn!
