Het imago van het VMBO – deel 2

In de afgelopen dagen zie ik geregeld posts voorbij komen over de “Baas van morgen” (een prachtig initiatief van JINC). Ik word er enorm blij van dat bedrijven de deuren van de directiekamer open stellen om deze jonge mensen van de toekomst een kijkje in de keuken te geven. Niet zelden komen de kinderen met prachtige reacties waarvan ik hoop de die bedrijven er ook daadwerkelijk iets mee gaan doen. Zo las ik een reactie van Marit die aangaf dat bij #Visma|Raet dat zij diversiteit een offciele doelstelling moeten maken. En dit zowel in- als extern uit te dragen. En gelijk heeft zij, ik hoop dat Visma|Raet deze oproep beantwoord en zich daarvoor ook in zal zetten. Of Maxime en Reda (bij #Rabobank Amsterdam) door te vertellen wat hun dromen zijn leren hoe belangrijk eigenwaarde en gelijke kansen zijn. Erik (de betrokken directeur in deze) voegt de daad bij het woord en start een whatsapp groep en is al gelijk actief bezig zijn netwerk in te zetten. Ik word hier enorm blij van en hoop dat er velen van deze acties zullen volgen….

Gelijke kansen, diversiteit, inclusiviteit… het staat op dit moment redelijk onder druk. Niet alleen door de Corona pandemie (die ons meer en meer verdeeld), maar ook door de verhardende maatschappij. Sterk volgend op diezelfde trend in de politiek (of zou dit andersom zijn volgordelijkheid hebben?). Inclusiviteit staat niet eens in de Vandale, en wordt door Word niet herkend en wordt zelfs‘verbeterd’ naar “exclusiviteit”. Voor de slimme zoekers: ”Exclusiviteit” staat (gelukkig) ook niet in het woordenboek….

Inclusiviteit op Internet
Inclusiviteit in Word

Wel is te lezen dat het woord “inclusiviteit” sinds 2017 een “flinke opleving” mee maakt. Het wordt in verband gebracht met een toenemende diversiteit in de samenleving en gebruikt in de strijd tegen allerlei vormen van discriminatie. De stichting jINC is al bijna 20 jaar bezig om hier aandacht aan te geven. “Baas van morgen” is daar één uiting van.

Maar afgelopen week besefte ik maar eens te meer dat we nog veel te bereiken hebben. Alweer een lange tijd geleden schreef ik deel 1 van een blog over het “Imago van het VMBO”. In dit blog beschreef ik de indeling van het Nederlandse onderwijs en de rare gevolgen die dit met zich meebrengt. Het imago van het VMBO-onderwijs is, in mijn ogen ten onrechte, niet zo best te noemen. Niet voor niets blijven scholen vasthouden aan het aanbieden van MAVO (ipv de juiste benaming VMBO-TL). Ik ben nog niet toegekomen aan de volgende delen over het VMBO, dus beschouw ik deze maar als zodanig.

Loesje snapt het….

Maar dan deze periode. Een periode waarin menig student de billen bij elkaar knijpt met welke boodschap de mentor hen gaat bellen: Examenstress!! Voorheen werden alle leerlingen op dezelfde dag geïnformeerd of ze wel of niet geslaagd zijn. Of de vlag wel of niet uit mag. Of er wel of geen herkansingen zijn te benutten. Iedereen die slaagt is een topper en iedereen die slaagt verdient daar alle lof en aandacht voor. Maar wat is er nu aan de hand? Alleen het VMBO (basis en kader) moeten een week langer wachten op hun uitslag. Dus iedereen heeft deze week zijn/haar uitslag binnen, overal hangen de vlaggen uit, kunnen ouders en verzorgers, vrienden en familie er op uit trekken om versieringen cadeautjes en kleinigheidjes binnen te hengelen voor de geslaagden. Ik wil hen allen van harte feliciteren, want zij verdienen die aandacht en gezelligheid.

En dan een week later volgt het VMBO. Ook die toppers hebben hard gewerkt. Maar tegen de tijd dat zij de resultaten horen zijn de spulletjes uitverkocht, in de uitverkoop (om toch maar de laatste restjes nog even verkocht te krijgen) en is de aandacht al weer volop op het lopende EK. Hun vlaggen vallen in het niets met de oranjeversiersels die inmiddels uit de schuren de bestaande vlaggen met schooltassen hebben mogen vervangen. Andermaal is er te weinig aandacht voor deze toppers. Andermaal delven deze toppers weer het onderspit in het onderwijs.

Nu zou ik mij kunnen indenken dat de tijdelijke maatregelen naar aanleiding van de pandemie roet in het eten gooit. Dat de regels omtrent een tweede herkansingsronde het niet anders mogelijk maakt om dit op deze wijze te organiseren. Maar naar mijn weten waren de VMBO-examens digitaal! De uitslag was daarmee al direct na het examen bekend. En ja. Dan moet er nog een normering overheen, alvorens er cijfers en uitslagen aan gekoppeld kunnen worden. Maar dit moet bij elk afgenomen examen. Waarom zijn dan net deze examens de ‘laatste der Mohikanen’? Ik kan alleen maar concluderen dat ‘men deze groep niet belangrijk genoeg vind’. Wanneer gaan we ECHT waarde geven aan een ieder? Wanneer laten we aan iedereen zien dat ze belangrijk zijn, nu en in de toekomst? Het is deze groep mensen die uiteindelijk de basis van de maatschappij vormen. En ja, de basis klinkt als het laagste van het laagste, maar is tevens het belangrijkste en het fundament van waar we allemaal op staan. Zonder deze basis is er geen maatschappij, geen economie, geen fijn en plezierig leven. En dat geldt ook voor iedereen!! Want ook de TOP van de maatschappij onderhoudt niet zelf zijn/haar tuin, bakt niet zelf zijn/haar brood, wast niet zelf zijn/haar bolide, bouwt niet zelf zijn/haar huis. Is het zo moeilijk te realiseren dat wij ALLEMAAL de maatschappij zijn? En dat iedereen in die maatschappij aandacht en gelijkheid verdient?


Het imago van het VMBO – deel 1

Dit jaar doe ik mee met een werkgroep die nadenkt over hoe we het VMBO interessanter kunnen maken voor de leerlingen en hun ouders. Uit de eerste gesprekken blijkt dat er een imagoprobleem is aangaande het VMBO. Dit imago is echter niet terecht en doet te kort aan het goede onderwijs wat gegeven wordt en moeten we zien te veranderen.

Maar hoe poets je een imago op? Waar komt dit imago vandaan? Waar ligt de bron van dit imago, wie werpt dit op en wie houdt dit in stand? Zomaar wat vragen die passeren als we nadenken over dit probleem. In een aantal blogs bespreek ik een aantal van deze problemen. In deze eerste blog probeer ik eerst het onderwijssysteem kort uit te lichten, hieruit komen de eerste ‘vreemde’ situaties al gelijk naar boven die leiden tot de bijzondere situatie.

Om een en ander te begrijpen is het van belang dat we snappen hoe het onderwijssysteem grofweg in elkaar zit. In het bovenstaande schema is dit schematisch weer gegeven.

Het Praktisch Onderwijs laat ik in het geheel buiten beschouwing in de blogs en richt mij slechts alleen op de 3 overige stromingen welke vanuit het BO (basisonderwijs) gekozen kunnen worden, te weten:

  • VWO
  • HAVO
  • VMBO

De eerste verbijzondering dient zich al aan. HAVO is een vreemde eend in de bijt. Waar de MAVO is verdwenen van het toneel (dit heet voortaan VMBO-TL) bleef de HAVO als instantie bestaan. Het zou in de lijn der verwachtingen liggen als ook deze een aanpassing behoeft naar bijvoorbeeld VHBO. Zie ter ondersteuning de doorstromingen (blauwe pijlen) welke plaatsvinden. Hiermee zou de volledige indeling logisch en begrijpelijk zijn.  Echter zou je je af kunnen vragen, wat maakt het nu uit hoe het heet? Maar toch zit hier een bron van het imagoprobleem waar het VMBO mee speelt.

Laten we als voorbeeld Apeldoorn pakken. Apeldoorn is de 11e gemeente (bron: Wikipedia 2019) van Nederland met ruim 160.000 inwoners. Apeldoorn kent 20 voortgezet onderwijsscholen, waarvan 10 scholen binnen de scope van dit blog vallen. Gezamenlijk bieden deze scholen 7x VWO, 6x HAVO en 3x VMBO aan (bron: Scholenopdekaart.nl 2019). Bijzonder is dat er ook (nóg steeds) 8x “MAVO” wordt aangeboden via de eigen sites van deze scholen. Een onderwijsstroom die formeel niet eens bestaat!! Van de 8 zijn er 3 specifieke VMBO-scholen, scholen die zich dus specifiek op het VMBO hebben gericht, maar alle drie via hun website “MAVO” ook nog steeds als stroming onderkennen.

Kennelijk wordt “MAVO” graag gelezen door de ouders van (toekomstige) leerlingen, of is er in ieder geval het gevoel bij de scholen dat dit zo is. MAVO lijkt een marketingterm te zijn geworden. Dit wordt trouwens gestaafd door de termen MAVO+, MAVO Extra, etc.  Dit zou te maken kunnen hebben met de mogelijke doorstroming naar de HAVO! Er zijn 5 scholen die een “MAVO” aanbieden, waar ook een HAVO-afdeling aanwezig is. Doorstroom hier zou makkelijk moeten zijn en naar verwachting ook veel gebruikt moeten worden. Echter de cijfers uit 2018 (bron: Onderwijsincijfers.nl 2018) bewijzen een totaal ander beeld:

  • Doorstroom VMBO-MBO: 17900 (97%)
  • Doorstroom VMBO-Havo: 600 (3%)

Kortom de doorstroming die de indeling van ons onderwijssysteem voor ogen heeft, is ook de doorstroming die het overgrote merendeel van de leerlingen volgt (mbt het VMBO dan). Toch kiest ruim de helft van alle ouders van leerlingen voor de onderwijsinstellingen waar MAVO-HAVO-VWO aangeboden wordt tov de VMBO scholen. Kennelijk houden we vast aan oude termen en oude gevoelens en zou de praktijk ons moeten leren dat het VMBO een plaats verdient in ons stelsel en in imago niets onder hoeft te doen aan de andere stromingen.