Menselijkheid in een verharde wereld

Over luisteren en zien en gezien worden….

Soms lijkt het alsof we vergeten zijn hoe we mens moeten zijn. Niet in biologische zin, maar in de manier waarop we met elkaar omgaan. We luisteren steeds minder echt, kijken vaker weg en vullen het zwijgen met meningen. Toch geloof ik dat menselijkheid niet verdwenen is – ze is alleen stiller geworden. Ze leeft in kleine gebaren, in ogen die even blijven hangen, in een hand op een schouder op het juiste moment.

Tijdens mijn wandelingen langs het Pieterpad kwam ik dat steeds weer tegen. In mensen die me drinken aanboden zonder iets terug te willen, in gesprekken met onbekenden die begonnen met een glimlach en eindigden met iets dat op vriendschap leek. Het waren geen grote daden, maar momenten van echtheid. Ze herinnerden me eraan dat menselijkheid niet iets is dat we hoeven te verdienen – het is iets dat we delen.

Op één van mijn etappes ontmoette ik een man. Ik zat op een bankje te rusten en te kletsen met twee andere wandelaars toen hij aan kwam lopen. Hij bleef iets voorbij het bankje staan. Toen de twee anderen doorliepen kwam hij naast me zitten. Er ontstond een mooi gesprek. Hij is hard met zichzelf aan het werk, hij vindt zichzelf “te lief”. Ik leg hem uit dat dat niet kan, hij breekt. Een paar dagen later kom ik hem weer tegen. Ons gesprek had hem op het spoor gezet om door te kunnen.

We leven in een tijd waarin alles sneller, harder en zekerder lijkt te moeten. Wie twijfelt, wordt gezien als zwak. Wie luistert, lijkt te laat. Toch is precies dat luisteren, dat kleine beetje vertraging, misschien wel onze grootste daad van verzet. Menselijkheid begint niet bij antwoorden, maar bij aandacht.

Ik geloof dat we diep vanbinnen allemaal verlangen naar gezien worden. Niet om wat we doen, maar om wie we zijn. En ik geloof dat dat verlangen pas echt wordt vervuld als we bereid zijn hetzelfde te doen voor een ander. Om iemand niet te beoordelen op zijn verhaal, maar het gewoon te horen. Niet om te corrigeren, maar om te begrijpen.

Menselijkheid is geen groot gebaar. Het is het fluisteren in een wereld die schreeuwt. Het is blijven staan waar anderen weglopen. Het is durven zien wat ongemakkelijk is, zonder de blik af te wenden.

Tijdens mijn tocht leerde ik dat compassie niet betekent dat je alles kunt oplossen. Het betekent dat je aanwezig blijft, ook als het ongemakkelijk wordt. Dat je de mens achter het meningsverschil blijft zien. Want uiteindelijk, onder alle lagen van overtuiging en angst, willen we allemaal hetzelfde: Gehoord worden. En misschien begint daar de echte verandering – niet in beleid of debat, maar in een blik, een woord, een stil moment van mens tot mens.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.