Na een prima ontbijt in de Gerhardushoeve vertrek ik met een goed gevoel. Het belooft een warme dag te worden, maar de frisse ochtend geeft me nog even energie. Ongeveer op een derde van de route stuit ik op iets wat me meteen een glimlach bezorgt: de Toetjesbank. Een eenvoudige picknicktafel met daarnaast een koelbox vol yoghurtjes, zomaar voor het grijpen, met alleen het vertrouwen dat je betaalt wat je pakt. Zulke kleine gebaren van vertrouwen en gastvrijheid vind ik misschien wel net zo waardevol als de tocht zelf.
Terwijl ik daar even pauzeer, ontmoet ik twee dames die samen met Steffen zijn. De dames lopen de andere kant op, maar Steffen vertelt enthousiast over zijn plannen. Hij is goed op weg en heeft besloten binnenkort wat gewicht kwijt te raken. Ik geloof er heilig in dat hij dat doel gaat halen. Kort nadat zij weer vertrekken, zit ik nog maar heel even alleen voordat er opnieuw gezelschap verschijnt: twee dames, waarvan er één het hele Pieterpad in losse etappes loopt en de ander vandaag één stuk meewandelt. Het is mooi om te horen dat iedereen zijn eigen reden en verhaal heeft om deze tocht te maken, en dat die verhalen onderweg zo vanzelfsprekend gedeeld worden.
Ik loop verder en kom, na een tijdje, opnieuw bij de Vecht. Daar staan veel vogelaars, druk turend door hun verrekijkers. Ze hebben net een groene specht en zelfs een bijeneter gespot. Ik raak aan de praat met Rob, die in zijn werk bij een waterwinmaatschappij al jarenlang strijdt voor betere natuur- en waterbeschermingsmaatregelen. Soms voelt het voor hem alsof hij tegen de stroom in zwemt, maar hij is vastbesloten zijn inzet voort te zetten, ook na zijn pensioen. Mijn eigen verhaal raakt hem zichtbaar en doet hem denken aan Li An Phoa, die langs rivieren wandelt om aandacht te vragen voor schoon drinkwater. Hij raadt me het boek over haar aan – een tip die ik zeker meeneem.
Na een lang stuk doorlopen kom ik eindelijk weer een bankje tegen. Het laatste deel van de route is niet zo ver meer, maar in deze warmte is een korte pauze bijzonder welkom. Twee mannen voegen zich bij me en al snel blijkt dat zij oud-collega’s zijn: de een was basketbalcoach, de ander zijn manager. Uit die samenwerking is een hechte vriendschap ontstaan die ze tot op de dag van vandaag onderhouden met wandelingen. Niet per se over het Pieterpad, maar gewoon samen de natuur in om te praten over sport, boeken, actuele ontwikkelingen – of simpelweg om elkaars gezelschap te waarderen.
Vlak voor hun vertrek loopt er een andere man langs. Eerst lijkt hij zijn weg te vervolgen, maar zodra de basketbalvrienden opstaan, draait hij om en komt naast me zitten. Ook met hem ontstaat een gesprek, eerst over mijn tocht en de gedachten daarachter, daarna over zijn eigen Pieterpadreis. Hij vertelt dat hij hard aan het werk is met zichzelf: na een gebroken relatie en een moeilijke jeugd maakt hij nu eindelijk een tocht naar zichzelf. Het wordt een warm, open gesprek, waarin emoties bij ons beiden niet ver weg zijn. We zitten in een prachtig stuk bos, waar het stil genoeg is om zulke woorden ruimte te geven. Ik vertel hem dat onze ontmoeting geen toeval is en dat hij een goed mens is. “Te lief,” zegt hij terug, maar ik antwoord dat ‘te lief’ niet kan bestaan – tenzij je niet eerst lief voor jezelf kunt zijn. Eerst liefde voor jezelf, dan pas voor een ander. Zoals bij de veiligheidsinstructies in het vliegtuig: eerst je eigen zuurstofmasker op.
Wanneer ik Ommen binnenloop, valt mijn oog op een man die langs de weg zit en rustig naar passerende mensen kijkt. Hij vertelt dat hij dat af en toe doet, en dan bestudeert wie er wel of niet terugzwaait. Zijn hofje blijkt een verborgen parel in het hart van Ommen. Hij is vandaag al de tweede die me een boek aanraadt – het lijkt wel boekendag. Dit keer gaat het om Wild van Cheryl Strayed, over haar lange-afstandstocht langs de Pacific Crest Trail.
Echt veel herken ik niet van het Ommen uit mijn herinneringen. Misschien is er gewoon veel veranderd, of speelt mijn geheugen me parten. Het is druk en toeristisch, en mijn zoektocht naar eten en onderdak begint. Bij het eerste hotel waar ik aanbel, krijg ik mijn eerste echte “nee” van de tocht, maar de reden is eenvoudig: volgeboekt.
Ik steek de Vecht over en loop het centrum in. Terwijl ik nog steeds nadenk waar ik zal eten, bel ik in de schaduw mijn vriendin om haar voor het slapengaan nog even te spreken. Ze wil nog even verder praten, en ik steek de straat over om op een bloembak te gaan zitten. Recht tegenover me ligt Italiaans restaurant Felice. Iets zegt me dat ik hier straks eens moet vragen of ik kan eten.
Op dat moment spreekt Jenny me aan, een vrouw met een rollator die geniet van het mooie weer en de gezelligheid in de stad. Ze vraagt naar mijn rugzak en mijn ervaringen op het Pieterpad. Ik vertel haar mijn verhaal, inclusief de reden achter deze tocht. Ze blijkt jarenlang B&B te hebben gedraaid voor wandelaars en fietsers, en biedt me spontaan een slaapplek aan. We praten verder over haar jeugd in Staphorst, over familie, en over de vele gasten die ze door de jaren heen in haar huis heeft verwelkomd. Ze straalt als ze erover vertelt. Wat een prachtig mens, met verhalen die ik de hele avond wel zou willen horen.
Josephine, mijn vriendin, hangt uiteindelijk op; mijn aandacht is helemaal bij Jenny. Ik besluit mezelf uit te dagen: ik ga proberen om bij Felice een diner te regelen, maar dan voor twee personen. Jenny verdient dat. Hilde, de serveerster, luistert naar mijn verhaal en belt de baas om toestemming. Even later komt ze terug met een glimlach: het mag. Jenny wil de drankjes betalen. Zij kiest pizza Salmone, ik Penne al pollo. Cassis voor mij, witte wijn voor haar. Het smaakt uitstekend.
Aan het eind van de maaltijd blijven we nog even zitten, nagenietend van het eten en de onverwachte gezelligheid. We praten over de verschillen tussen het leven in een dorp als Staphorst, over hoe de omgang tussen mensen verandert naarmate je ouder wordt, en over de kleine dingen die het leven kleur geven. Jenny vertelt over wandeltochten die ze vroeger zelf deed, altijd met plezier en vaak in gezelschap van mensen die haar later nog jarenlang opzochten. Het soort verhalen waarbij je als luisteraar haast even mee terug in de tijd reist. Terwijl de avond langzaam valt, schuiven we onze borden aan de kant. Ik besluit toch zelf de drankjes af te rekenen — een kleine afwijking van mijn gebruikelijke principe, maar soms moet je doen wat op dat moment juist voelt. Het gebaar wordt met een warme glimlach ontvangen.
We verlaten het restaurant en wandelen samen door de straten van Ommen naar haar huis. Bij haar thuis sluit ook een goede vriend van Jenny aan, iemand die duidelijk een vaste waarde in haar leven is. We blijven bij haar huis nog even napraten. Voor ik het weet is het laat geworden, veel later dan ik had verwacht toen ik vanochtend de Gerhardushoeve verliet. Maar het is precies dit soort dagen — vol onverwachte wendingen, menselijke warmte en gesprekken die blijven hangen — die deze tocht zoveel rijker maken dan alleen maar wandelen van A naar B.