De dag begint met een heerlijk ontbijt in de B&B. Ik maak ook dankbaar gebruik van de mogelijkheid om een lunchpakket samen te stellen — altijd fijn om onderweg iets bij de hand te hebben. Niet veel later komen Corrie en Marja me ophalen om me naar Holten te brengen. Op het station praten we nog even na, waarna ik — iets later dan gepland — aan mijn tocht begin. Met slechts 15 kilometer voor de boeg is dat geen enkel probleem.
Na zo’n drie kilometer ontmoet ik een vrouw te paard. Het is een IJslands paard, een prachtig dier met sprekende ogen. We raken in een mooi, open gesprek over de herkomst en het karakter van dit bijzondere ras, en natuurlijk komt Walking for Humanity ook ter sprake. Ze besluit me te gaan volgen, en ik vervolg mijn weg richting het zuiden.
Vlak voordat ik op een derde zit passeer ik de snelweg A1. Niet het mooiste stukje van de tocht, voor mij wel een bijzonder moment. Deze snelweg loopt van oost naar west door Nederland. En hij loop onder Apeldoorn door. Waar hij de A50 kruist ligt Apeldoorn. De stad waar ik bijna mijn hele leven heb gewoond en in Nederland ook het liefste woon. Mijn kinderen zijn daar, mijn leven ligt daar. Tot dit moment liep ik naar Apeldoorn toe, vanaf dit moment loop ik er langzaam weer vandaan.
Op een derde van de route staat een bankje. Daar tref ik de fitte oma met twee van haar kleinkinderen. Ze lopen dit keer in tegengestelde richting. Als even later een kitten verschijnt op het toneel gaat alle aandacht naar deze kleine lieverd. Hun vakantie zit er bijna op en we nemen afscheid. Ik eet nog wat voordat ik verderga.
Dan komt er een man op leeftijd aanlopen, net als ik onderweg van Holten naar Laren. Ook morgen lopen we dezelfde etappe. Hij traint voor de pelgrimstocht naar Santiago, die hij samen met een vriend gaat maken. Hij is onder de indruk van mijn project, waarop ik vertel dat ik juist onder de indruk ben van de mensen die ik onderweg en op de rustplaatsen ontmoet. Niet veel later volgt een kort, maar mooi gesprek met een stel op de fiets. We wisselen gegevens uit — waarschijnlijk spreken we elkaar nog wel eens.
Op tweederde van de route vind ik een mooi Rustpunt. Schoenen uit, lunch erbij: even genieten. Vlak voor vertrek arriveren vier dames. Ik zeg inmiddels niet meer “op leeftijd” — die fout maakte ik ooit één keer, en dat verhaal achtervolgt me nog steeds. Vier vriendinnen die regelmatig samen fietsen of wandelen, dit keer het Pieterpad vanuit het zuiden. Dagelijks hebben ze er bijna 80 kilometer opzitten. Daar kunnen veel jonge mannen nog wat van leren. 😅💪🏻
Als ik eindelijk weer op pad ga, kom ik amper vijftig meter verder Ellis tegen, samen met haar hond. Honden zijn altijd een makkelijke ijsbreker, zeker als je zelf gek bent op honden. Het gesprek is kort, maar zodra ik mijn naam noem is er herkenning: een Scandinavische naam! Dat leidt tot een uitnodiging voor avondeten en overnachting. Vanavond praten we verder.
Nog zo’n vijf kilometer te gaan. Aan de rand van Laren ontmoet ik Ludi, 28 jaar oud en ook bezig met het Pieterpad. Ze wil het, net als ik, in 26 etappes lopen. Ze is twee dagen eerder gestart, maar heeft twee etappes in twee dagen gedaan, waardoor we vandaag samen in Laren eindigen. We praten over haar reis, haar studie en Walking for Humanity. Ze zit nog midden in haar zoektocht, met haar studie. Ik beloof dat de volgende keer we elkaar weer ontmoeten dat we daar eens aandacht aan kunnen geven.
In Laren zoek ik eerst verkoeling in de schaduw en drink wat. Dan blijkt het adres waar ik heen moet 2,9 kilometer de verkeerde kant op te liggen. Dat worden dus extra kilometers vandaag én morgen. Maar morgen is een korte etappe, dus dat kan ik hebben.
Bij Ellis aangekomen tref ik een prachtige boerderij met een rijke familiegeschiedenis. Haar opa woont er nog, en ook haar man is er deels opgegroeid. Generaties daarvoor zaten hier eveneens. Het is nog steeds een boerderij, maar niet meer intensief. Ellis en Erik hebben allebei hun eigen bedrijf naast het werk op het erf.
We eten heerlijke wraps en brengen daarna een gezellige avond door in de tuin met de hele familie. Het weer is zacht, de plek prachtig. In huis is geen ruimte, dus ik slaap in een tentje in de tuin. Heerlijk toch?
Tot morgen!