Vroeg wakker op deze heerlijke plek. Nog voor ik mijn schoenen heb gestrikt, verschijnt Egbert, de beheerder, met een tas vol verrassingen: ontbijt met een eitje, brood voor de lunch, yoghurt, jus d’orange. Zo lief en zo welkom. We praten even over onze gedeelde liefde voor Noorwegen. Hij en zijn vrouw bouwden er zelf een hytte. “Dat wil ik ook, als ik later groot ben,” grap ik — maar stiekem meen ik het.
Als hij weg is, pak ik het ontbijt uit. Bovenop ligt een klein briefje en een bijdrage — ik maak er een donatie voor het goede doel van. De woorden raken me. Wat een gul gebaar. Ik voel me belachelijk dankbaar dat ik juist op deze plek ben beland.
Rond negen uur stap ik op. De etappe van vandaag is korter (gelukkig), maar wel een stuk warmer. Al snel kom ik de dames van gisteren weer tegen. Ze hebben een aantal van mijn blogs gelezen en zeggen dat ze de toon en het tempo fijn vinden. Het doet me goed — blij en een beetje trots. We lopen door, ieder op eigen ritme. Later die dag komen we weer op dezelfde plek uit. Precies daarom houd ik van dit pad: het leven is geen wedstrijd, het is een reis; we komen er toch wel, en onderweg mag je genieten.
Het pad wordt zwaarder: mul zand, de zon duwt in mijn rug. Dan opent het landschap zich tot een prachtig uitzichtpunt. Daar raak ik in gesprek met een oma van 71 met drie kleinkinderen. Ze lopen stukjes Pieterpad; opa heeft vandaag moeten afhaken door blaren. De kinderen glimmen van plezier. Op de camping slapen zij in de camper, opa en oma in de tent. “Uit veiligheid,” zegt oma; in haar kring is ooit iets vervelends gebeurd met een kind in de tent terwijl de ouders in de camper lagen. Triest om te horen — ik begrijp haar keuze en zorg meteen. De tienermeiden hadden het vast liever anders gezien, maar je voelt liefde in hoe ze het samen oplossen.
Even later schuift de man van twee dagen terug aan (ik dacht gisteren, maar hij had gelijk). Vandaag is het gesprek lichter: muziekhelden van weleer, zoals Mark Knopfler. Hij is hoorbaar liefhebber; de verhalen rollen. Concerten die raakten, momenten waarop je even groter ademhaalt dan normaal. Voor we uit elkaar gaan, komt hij terug op ons eerste gesprek: het had hem geholpen, zegt hij, hij kan mooi verder. In Holten scheiden onze wegen. “Stuur gerust een bericht als je het nodig hebt,” zeg ik. We knikken, elk onze eigen kant op.
Ook Steffen komt voorbij, zichtbaar lichter. Hij heeft wat kilo’s achtergelaten en merkt het verschil. We wisselen een paar woorden, bemoedigend, en dan is hij weer weg — zijn pas is nieuw, bijna verend.
Het laatste stuk denk ik vooruit: hoe gaat het straks in Holten met eten en slapen? In het dorp loop ik eerst wat doelloos rond tot ik bijna letterlijk naar een pannenkoekrestaurant word getrokken. Ik stap naar binnen en stel mijn vraag. Na een belletje met de baas: “Jazeker.” Het is nog vroeg in de middag; ik mag later terugkomen. Ik vraag meteen tips voor een bed. “Probeer het Kulturhus,” zegt men.
Daar ontstaat een gesprek over veranderende wijken, vooral in de Randstad. “De Spreidingswet had volgens mij veel kunnen schelen voor integratie,” zegt ze. We praten nog wat door, waarderend en nieuwsgierig. Dan bel ik wat hotels en B&B’s op, vol! Allemaal zitten ze vol, het doemscenario van Hellendoorn komt weer omhoog…. Zal het dan hier alsnog mis gaan? Dan vind ik B&B Wesseldijk, hij ontvangt me graag. Deze ligt echter 5km uit de route. Datis dus vandaag 5km extra, maar morgenochtend ook.. Toch zeg ik ja, ik moet toch wat. En dan…….. duiken, via een PB op Insta, Marja en Corrie op (Gerry helaas niet). We eten een ijsje, ik krijg wat lekkers mee voor morgen, en — alsof de dag nog niet mild genoeg was — bieden ze zichzelf aan als taxi: van en naar een B&B.
Bij de B&B ontmoet ik boer Wesseldijk. Naast de kamers runt hij zijn bedrijf: hij krijgt kalveren van zo’n negen maanden, laat ze opgroeien tot volwassen dieren, dan gaan ze terug om te kalven, en later komen ze weer negen maanden** terug om verder te groeien. Hij vertelt er rustig en precies over, vakmanschap in eenvoudige zinnen. Hij laat me mijn kamer zien: Alles wat ik nodig heb, vooral een lekker bed en een raam op een horizon die morgen vast een prachtige zonsopgang tekent.
’s Avonds, als de warmte eindelijk wat zakt, denk ik terug aan vandaag: Egbert met zijn tas vol goedheid, het briefje, de dames die lazen, de oma met haar kleinkinderen en die ene pijnlijke geschiedenis, de muziekverhalen, Steffen die lichter loopt, Marja en Corrie met ijs en taxi, de boer met zijn kalveren. Het is een stoet van kleine grootheden. En ik besef weer: dit pad draag je niet alleen met je voeten, maar vooral met de menselijkheid die je onderweg vindt.