Menselijkheid eerst: lessen uit een Limburgs pad

Na een heerlijk ontbijt, een lange douche en het noodzakelijke inpakken, stond ik rond negen uur klaar voor de laatste grote stap van deze tocht. Eerst twee kilometer terug naar het Pieterpad – een kleine omweg waardoor de route van vandaag een kilometer langer werd. Maar dat voelde helemaal goed, ik zat vol energie en had er zin in. Het besef dat dit de laatste etappe zou zijn, gaf me vleugels.

Voor me lag een flinke klim langs de Geul. Het landschap begon steeds meer een on-Nederlands karakter te krijgen, met glooiende hellingen en vergezichten die je niet snel in ons vlakke land verwacht. Ik wist dat dit eraan zat te komen, maar toch blijft het bijzonder om dit stukje Limburg zo te ervaren. Halverwege die klim ontmoette ik een man die wat vreemd langs de helling stond, zijn telefoon voor zich uitgestrekt. Even dacht ik dat hij geluiden aan het opnemen was – een paar dagen terug had ik wandelaars gezien met een app die vogelgeluiden herkende. Maar hij bleek gewoon een foto te maken van een bijzondere zwam. Grappig genoeg betrapte ik mezelf later op bijna dezelfde houding toen ik deze zwam ook op de foto wilde zetten.

We raakten in gesprek. Hij vertelde dat hij hier in de omgeving was geboren en opgegroeid, maar dat de liefde hem naar een ander deel van Limburg had gebracht. Toch kwam hij af en toe terug om het verleden op te snuiven. Want dit landschap, dat miste hij. Ik herkende in zijn verhaal dat gevoel van heimwee, het verlangen naar plekken die je gevormd hebben, zelfs als je elders gelukkig bent.

Na de klim werd het lopen een stuk lichter. De route bood veel schaduw, en waar het open was stond er een zachte wind. Het maakte het lopen aangenaam en gaf ruimte om om me heen te kijken. Steeds opnieuw waren er prachtige uitzichten, met mergelgrotten en indrukwekkende mergelwanden die het landschap een bijna buitenlands karakter gaven.

Na zeven kilometer vond ik mijn vertrouwde plek voor een eerste pauze. Dit keer was het een zogenaamd Corona-bankje. Van een afstand leek het net een hottub waar twee mensen in zaten. Dichterbij bleek het een houten cirkelconstructie te zijn, met stoelen op anderhalve meter afstand van elkaar. Op een bordje ernaast stond een tekst in het Limburgs dialect (rechts de vertaling 😊):

Zèt uuch
pak ’n mintsje rös
’t leve raos
al hel genòg veurbee
Zèt uuch
luuster nao de sjtèlte
um uuch heen
en ontdek uuch zèllef
Zet u neer
pak een moment rust
het leven raast
al genoeg voorbij
Zet u neer
luister naar de stilte
om u heen
en ontdek uzelf

Die woorden raakten me. Hoe eenvoudig ze ook zijn, ze vatten precies samen wat deze tocht me gebracht heeft. Het Pieterpad is niet alleen een pad om te lopen, het is een pad om stil te vallen. Om de stilte toe te laten en in die stilte jezelf en anderen écht te ontmoeten.

Bij het bankje kwam ik opnieuw de twee dames uit Urk tegen, dit keer samen met hun broer en zijn partner. We maakten even een praatje, haalden herinneringen op aan de ontmoetingen van de vorige dagen, en vervolgden daarna ieder onze weg. Even later ontstonden weer nieuwe ontmoetingen. Met een van de passanten had ik een mooi gesprek over regels en menselijkheid. Hij zei iets dat bleef hangen: In een organisatie (en elke samenwerkingsomgeving kan je zien als een organisatie) moet altijd het doel voorop staan. Regels zijn slechts een handvat om dat doel te bereiken. En als dat handvat in de weg staat, dan mag – of zelfs moet – je daar van af willen en durven wijken.

Het deed me denken aan wat een van de dames uit Urk me gisteren vertelde. In haar gemeente was de opvang voor Oekraïense vluchtelingen geregeld door bewust de regels even opzij te schuiven. Eerst de mensen opvangen, daarna kijken naar de regels. Precies zo zou het moeten werken. Eerst menselijkheid, daarna de systemen. Niet andersom.

Met die gedachte liep ik verder, zonder nog een pauze te nemen. Mijn broer zou me ophalen, en hij had nog afspraken in de avond. Ik wilde op tijd zijn. Tot mijn eigen verrassing liep ik vlot Maastricht binnen. Natuurlijk maakte ik de bekende selfie bij de stadsgrens (het bekende blauwe bord), maar de route ging nog verder. Over de Maas, door een ander deel van Maastricht, met prachtige kleine straatjes en oude gebouwen en dan omhoog richting de St. Pietersberg. Zelfs dat klimmen voelde licht, alsof de wetenschap dat het eindpunt zo dichtbij was me extra kracht gaf.

Boven bij Fort St. Pieter liep ik het laatste rondje langs de top. Halverwege staat daar het officiële eindpunt van het Pieterpad, met de groeve op de achtergrond. Daar stond ik dan, na al die kilometers, na al die ontmoetingen en verhalen. Wat is het hier mooi… en wat was deze reis bijzonder. Ik maakte een paar foto’s en liep terug naar het fort, waar mijn broer net arriveerde. Alsof het zo had moeten zijn.

De tocht zit erop, mijn doel gaat echter verder…..

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.