Lopen voor Menselijkheid, Thuiskomen voor Familie

De dag begint in alle rust in de pastorie, waar ik wakker word met het zachte geluid van een huis dat langzaam tot leven komt. Samen met Ellen, de dominee, en haar man Henk geniet ik van een uitgebreid ontbijt. We praten wat, lachen, en ik krijg zelfs aangeboden om een lunchpakket mee te nemen. Maar mijn rugzak zit al vol verrassingen: gisteren had Ludmilla, de Oekraïense moeder van Agnela en oma van August, me overladen met lekkers voor onderweg.

Om 9 uur moet ik het huis uit – Ellen en Henk hebben beiden verplichtingen – en dus sta ik al vroeg buiten. Het is een mooie kans om de dag rustig te beginnen met alle tijd voor de 21 kilometer die voor me liggen. De route voert grotendeels door de natuur, stil en groen. Na een paar kilometer volg ik een kanaal, soms links, soms rechts. Het laatste stuk links is dichtbegroeid: hoog gras, prikkende bramenstruiken – al maken die laatste het helemaal goed met hun zoete smaak.

Plots hoor ik lawaai aan de overkant van het kanaal: een groep jonge mannen in een auto, muziek loeihard, schreeuwend naar alles en iedereen. Dan verschijnt er achter me een jongen, hardlopend, lichtvoetig. In het voorbijgaan bevestigt hij dat die herrieschoppers ‘zijn maten’ zijn. Ik vertel hem dat ik zijn hardlooptempo stoerder vind dan hun gedoe. Hij lacht, zwaait, en verdwijnt weer in de verte. Even later keert de stilte terug.

Op een kwart van de route neem ik mijn inmiddels traditionele pauze. Mijn oudste zoon is jarig vandaag; hij zal nu wel wakker zijn. Wanneer ik de tas van Ludmilla open, vind ik tot mijn verbazing een bakje gebak. Perfect. Ik eet het als verjaardagstaart voor Davyn en bel hem op. We praten een tijdje, ik wens hem een fijne verjaardag – zonder te verklappen dat ik hem later vandaag nog in levende lijve zal feliciteren.

Er passeren wat wandelaars, we groeten elkaar, maar er ontstaan geen lange gesprekken. Net als gisteren is het vandaag vooral een dag van genieten in stilte. Na 12 kilometer vind ik een mooi bankje voor de lunch. Uit Ludmilla’s tas komen boterhammen met rollade, en ook nog eens vers fruit. Wat een verwennerij. Terwijl ik eet, denk ik terug aan de warme gesprekken van gisteren in de kerkelijke opvanglocatie.

Na een lange pauze bel ik met mijn maatje JP. We praten over de tocht, de redenen erachter, en over hoe het is om het gewoon te dóen. Ik zeg hem dat alles begint met het zetten van de eerste stap. Het is niet ingewikkeld – maar het kan wel moeilijk zijn. Toch is dat het verschil tussen kunnen en willen.

Opeens appt mijn broer dat hij al in Coevorden is, een uur te vroeg. Hij komt me ophalen om me naar Davyn te brengen. Ik besluit geen extra pauze meer te nemen en loop in één keer door. Na precies vier uur arriveer ik in Coevorden – mijn snelste etappe tot nu toe.

Op het terras van Brasserie de Huuskamer krijg ik voor Walking for Humanity een gratis cassis en een warme appeltaart aangeboden. Die smaakt fantastisch. Daarna rijden we naar Apeldoorn. Bij mijn zoon aangekomen mag ik eerst douchen en al mijn kleren wassen – alles weer fris en fruitig voor de komende dagen. ’s Avonds eten we een heerlijke macaroni-schotel en brengen we een gezellige avond door met onze drie kinderen, hun moeder en haar vriend. Wat fijn dat dit nu zo ontspannen en leuk kan.

Aan het einde van de avond brengt Bart me naar mijn broer, waar ik blijf slapen. Morgen gaan we terug naar Coevorden, maar zondag pas loop ik weer verder. Want soms is er geen betere reden voor een rustdag dan de verjaardag van je zoon – en geen betere plek om die te vieren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.