De dag begon rustig, met een lekker ontbijt bij B&B De Tweelingen. Daarna ging ik op pad voor een etappe die vrijwel volledig door de natuur liep. Veel groen, weinig mensen – hooguit een paar wandelaars. De meesten liepen noord-zuid, dus ik verwachtte een rustige route. Dat kwam uit. Soms passeerde ik iemand tijdens een rustpauze, soms werd ik zelf ingehaald. Bekende gezichten, maar ook onbekenden. Vandaag geen diepe gesprekken, en dat mocht ook. Het was boven alles gewoon heel mooi.
Net voorbij de helft week ik iets van de route af om hunebed Papeloze Kerk te bezoeken. Een paar honderd meter heen en terug extra lopen, maar absoluut de moeite waard. Dit hunebed is deels in oude glorie hersteld, zodat je beter kunt zien hoe ze er ooit uitzagen. Daar ontmoette ik drie dames op leeftijd, zichtbaar in opperbeste stemming. Eindelijk hadden ze het hunebed gevonden – al liggen er in Drenthe zoveel dat ik me afvroeg wat er dan bij hen fout gaat. Ze kibbelen gezellig met elkaar, lachen veel en blijken alledrie weduwe. Pas sinds kort hebben ze elkaar na vele jaren weer gevonden. Ik maakte wat foto’s voor hen.
Even later arriveerde er nog een groep van vier, onder wie een spraakmakende man genaamd Florian. De geintjes vlogen over en weer, en echt zeker ben ik niet welke van zijn verhalen nu wel of niet waar waren. Tussen alle humor door kreeg ik wel de kans mijn eigen verhaal te delen. Zowel de dames als Florian wilden doneren. De dames stelden voor dat ik er wat lekkers van zou kopen, maar ik besloot het, samen met de bijdrage van Florian, over te maken naar de actie.
Verderop stuitte ik op een oorlogsmonument, gemaakt van de resten van een neergestorte geallieerde bommenwerper. Jongens uit de buurt hadden deze resten destijds bewaard en later omgevormd tot een monument. Een daad van respect, waar geschiedenis en menselijkheid elkaar raken.
Vlak voor Sleen was mijn water op. Bij een boerderij hoorde ik het geluid van een rc racemotor, maar het bleek een 22-jarige jongen met een modelwagen te zijn, racend over een zelfgemaakte baan van zware waterslangen. Hij gaf me zonder aarzeling water. In zijn tuin stond een flinke speedboot op een trailer. “Voor de vakantie,” zei hij trots. “Hij haalt 70 km/u.” Ik wenste hem veel plezier en veilige kilometers.
In het dorp at ik bij restaurant De Deel een aangeboden kom soep met stokbrood. Daar schoof ik aan bij de inmiddels bekende familie met twee tieners. Ze trakteerden me op een cassis en vertelden over de moeilijke scheiding van de vader, maar ook over het hervonden geluk in en met dit nieuwe gezin. Ze nodigden me uit om later op de camping mee te eten, maar ik had een ander plan: in het dorp verbleef een groep Oekraïners in de kerk, en ik wilde hen ontmoeten. Vivianne, een medewandelaarster, vertelde waar ik ze kon vinden en dat er op haar camping waarschijnlijk ook nog plek was. Keuze genoeg dus.
Ik liep naar de kerk en werd warm begroet. Niemand leek zich af te vragen wat ik kwam doen. Een jongen van zeven, August, fungeerde als tolk. Ik vertelde hem in grote lijnen mijn verhaal. Hij leidde me naar een tafel met telefoonnummers, zodat ik via de kerk of gemeente toestemming kon krijgen om te blijven slapen. Ondertussen werd ik bedolven onder thee, gebak, koekjes en bonbons.
Na wat telefoontjes kwam het bericht dat het niet lukte de gemeente te bereiken. Zonder toestemming kon ik er niet blijven slapen – anders zouden de bewoners problemen kunnen krijgen. Gelukkig bood dominee Ellen Sonneveld, wonend naast de kerk, spontaan aan dat ik bij haar kon overnachten.
Ik sprak nog even met Angela, de moeder van August, en haar moeder Ludmilla, die me zo gastvrij had bediend. Angela vertelde dat haar vader nog in een dorp in Oekraïne woont, inmiddels in bezet gebied. Ze weet niet of hij veilig is. Toen ik naar haar man vroeg, barstte ze in tranen uit. Hij was vorig jaar omgekomen. Mijn tranen vloeiden met de hare mee. Ze vertelde over de pijn, maar ook over haar hoop: een veilige toekomst voor August. Terug naar Oekraïne kan ze niet, haar dorp ligt nu in Rusland. “Ik moet zorgen voor August, dat ben ik verplicht aan zijn vader,” zei ze.
Voordat ik ging, kreeg ik een boodschappentas vol hapjes en fruit mee “voor onderweg”. Met tranen in mijn ogen nam ik afscheid.
Ellen stond al in de deuropening toen ik aan wilde bellen. Ze was oprecht geïnteresseerd, stelde talloze vragen en luisterde met warmte. Het werd een mooie avond met fijne gesprekken, een salade en thee.
Een dag die begon als een rustige wandeling door de natuur, eindigde in een reeks ontmoetingen die me diep raakten. Van luchtige humor bij een hunebed tot het rauwe verdriet van een oorlogsvluchteling. Van kleine donaties tot grote gebaren van gastvrijheid. Menselijkheid in al haar vormen.