Bijna iedere dag rijd ik door het Drentse boerenlandschap.
En bijna iedere dag geniet ik daarvan.
Van de uitgestrekte akkers, de weilanden, de boerderijen, de bomenrijen langs de wegen en dat prachtige samenspel van landbouw en natuur dat grote delen van Drenthe zijn karakter geeft. Ik kijk er met plezier naar. Met trots ook. Dit landschap is voor een belangrijk deel gevormd en wordt onderhouden door generaties boeren die er wonen, werken en hun bestaan hebben opgebouwd.
Ik heb veel waardering voor die boeren.
Voor mensen die vroeg beginnen en laat eindigen. Voor familiebedrijven die soms generaties teruggaan. Voor het vakmanschap dat nodig is om voedsel te produceren, dieren te verzorgen en grond te beheren. Ook voor de onzekerheid waarin boeren terecht kunnen komen wanneer regelgeving verandert, bedrijfsmodellen onder druk komen te staan en besluiten vanuit Den Haag rechtstreeks ingrijpen in hun bedrijf en hun toekomst.
Die waardering wil ik vooropzetten.
Omdat wat daarna komt anders gemakkelijk wordt uitgelegd als een aanval op boeren.
Dat is het niet.
Het is een aanval op iets wat een deel van de boeren en hun sympathisanten doet.
Want tegenwoordig gebeurt tijdens die dagelijkse rit door Drenthe ook iets anders met me.
Ik word verdrietig.
En steeds vaker word ik boos.
Aan lantaarnpalen, langs boerenerven en langs wegen hangt onze Nederlandse vlag ondersteboven.
Blauw-wit-rood.
Ik vind het verschrikkelijk om te zien.
Niet omdat ik de boodschap erachter niet begrijp. Juist omdat ik begrijp welke boodschap ermee wordt geprobeerd uit te dragen.
Een vlag ondersteboven is historisch geen gewoon protestbord. In de scheepvaart werd een omgekeerde vlag gebruikt als noodsignaal. Een schip verkeerde in nood, iemand was overboord, hulp was noodzakelijk. Het moderne politieke gebruik van een omgekeerde Nederlandse vlag is veel jonger. Tijdens de boerenprotesten werd blauw-wit-rood het beeld waarmee werd gezegd: het land staat op zijn kop, Nederland is in nood.
En juist dát vind ik zo respectloos.
Want waar is die nood?
Boeren in Nederland kunnen voor enorme problemen staan. Een bedrijf dat al drie generaties in de familie is kan in zijn voortbestaan worden bedreigd. Een boer kan financieel klem komen te zitten. Overheidsbeleid kan onbetrouwbaar, tegenstrijdig of ronduit slecht zijn. De angst je levenswerk kwijt te raken is werkelijk en verdient het om serieus genomen te worden.
Alleen is dat niet hetzelfde als een land in nood.
Wij leven niet in oorlog. Er heerst geen hongersnood. Onze democratie is niet afgeschaft. Boeren worden niet beroofd van hun stemrecht. Ze mogen zich organiseren, demonstreren, procederen, Kamerleden aanspreken, politieke partijen oprichten, verkiezingen beïnvloeden en iedere dag opnieuw publiekelijk vertellen dat ze het fundamenteel oneens zijn met het gevoerde beleid.
Dat is nogal een verschil met de nood die een omgekeerde nationale vlag historisch kan uitdrukken.
Daarom stoort het mij wanneer juist dit symbool wordt toegeëigend voor een politiek conflict.
Het is bovendien míjn vlag ook.
De Nederlandse vlag behoort niet aan de boeren. Niet aan de regering. Niet aan links of rechts. Niet aan voor- of tegenstanders van stikstofbeleid.
Rood-wit-blauw is van ons allemaal.
Ik wil haar dus ook niet kilometers achter elkaar ondersteboven zien hangen omdat een beroepsgroep vindt dat haar belangen onvoldoende worden behartigd.
En mijn irritatie houdt niet op bij de vlag.
Ik heb hetzelfde gevoeld bij de tractoren op de snelwegen.
Ook daar werd naar mijn gevoel een grens overschreden. Natuurlijk mag je demonstreren. Gelukkig maar. Wie woedend is op de regering mag naar Den Haag trekken en daar met tienduizenden anderen laten horen wat hij ervan vindt.
Ga vooral.
Neem de trein. Stap in een bus. Rijd met de auto. Organiseer tweehonderd touringcars. Zet het Malieveld vol.
Alleen ga niet met een tractor de snelweg op.
Een tractor wordt geen geschikt snelwegvoertuig omdat degene achter het stuur een politiek doel heeft. Met langzaam landbouwverkeer de snelweg op gaan, verkeer blokkeren of gevaarlijke situaties veroorzaken is voor mij geen vanzelfsprekend onderdeel van het demonstratierecht. Het is gedrag waarop gewoon gehandhaafd zou moeten worden.
Ook boeren staan niet boven de regels omdat hun zorgen serieus zijn.
Misschien raakt precies daar mijn teleurstelling.
Ik wil namelijk graag respect houden voor de boeren die ik iedere dag om mij heen zie.
Ik woon tussen hun land. Ik rijd dagelijks langs hun bedrijven. Ik geniet van een landschap waaraan zij een enorme bijdrage leveren. Ik weet dat achter zo’n erf geen karikatuur woont, alleen een mens met een bedrijf, een gezin, rekeningen, zorgen en dromen over de toekomst.
Daar kan ik veel respect voor hebben.
Alleen respect werkt voor mij twee kanten op.
Wie respect vraagt voor zijn bedrijf, zijn geschiedenis, zijn bezit en zijn manier van leven, mag ook respect tonen voor wat van ons allemaal is.
Voor onze wegen.
Voor onze veiligheid.
En voor onze vlag.
Dus protesteer.
Word boos.
Ga naar Den Haag.
Maak spandoeken. Organiseer acties. Vertel mij waarom het beleid niet deugt. Overtuig me. Desnoods schreeuw je het uit.
Daar kan ik naar luisteren.
En wanneer ik morgen weer door dat prachtige Drentse boerenlandschap rijd, wil ik nog steeds met dezelfde waardering naar die boerderijen kunnen kijken.
Alleen die vlaggen doen iets met dat gevoel.
Iedere blauw-wit-rode vlag aan een lantaarnpaal maakt me een beetje verdrietiger en een beetje bozer.
Niet omdat ik geen respect heb voor boeren.
Omdat ik graag wil dat zij hetzelfde respect tonen voor iets wat ook van mij is.
Onze vlag is rood-wit-blauw.
Laat haar zo hangen.
Je wordt boos om een vlag ondersteboven en vraagt je af waar de ‘nood’ is, want “er is geen hongersnood”. Maar nood ontstaat niet pas als de schappen leeg zijn. Nood ontstaat wanneer je de fundamenten onder je eigen land vandaan zaagt.
We zijn onze eigen voedselproductie aan het slopen. En we noemen het vooruitgang.
Nederland sloopt een koploper op het gebied van efficiëntie, innovatie en voedselzekerheid. We jagen generaties aan vakmanschap de afgrond in met krimp-eisen die op papier nauwelijks iets oplossen. We sluiten onze eigen schone bedrijven, om straks eten te importeren uit landen waar milieu- en dierenwelzijn niet eens bestaan.
Dit gaat niet meer over stikstof. Dit gaat over strategische onafhankelijkheid. Energie hebben we al weggegeven. Industrie staat onder druk. En nu zetten we de zaag in ons eten. Een land dat niet meer voor zichzelf kan zorgen, maakt zichzelf chantabel. Afhankelijkheid is geen probleem — totdat de wereld wankelt.
Je valt over de vorm. Je ergert je aan een vlag en een tractor. Maar het echte schandaal hangt niet ondersteboven aan een lantaarnpaal; het staat op papier in Den Haag.
Die omgekeerde vlag is geen disrespect naar jou. Het is een wanhopige kreet om te laten zien dat we de tak afzagen waar we allemaal op zitten. Onze nationale trots wordt ons niet afgenomen — we breken haar zelf af. En we staan erbij te kijken.
Je maakt de problemen (weer) veel groter dan ze feitelijk zijn en je gelooft weer in de sprookjes en propaganda val (radicaal) rechts Nederland!!!
Nederland zaagt niet “in zijn eigen eten”. Onze landbouw produceert veel meer (slechts 20-25% blijft in Nederland en is ook nog eens niet eens allemaal ‘ons’ voedsel, maar ook zaaigoed, pootgoed en sierteelt of veevoer) dan nodig is voor de Nederlandse voedselvoorziening: in 2024 exporteerden we voor €128,9 miljard aan landbouwgoederen. De stikstofaanpak raakt bovendien niet alle boeren, zoals jij, en radicaal rechts, suggereren, en het betekent al helemaal niet het einde van onze voedselproductie.
Ook energie hebben we niet “weggegeven”. Nederland kan juist een koploper worden in duurzame energie. Wie investeringen daarin afremt, kan vervolgens moeilijk klagen dat onze onafhankelijkheid verdwijnt.
Je presenteert politieke keuzes rond een deel van de landbouw alsof Nederland zijn voedselvoorziening, energie en industrie tegelijk vernietigt. Dat klinkt alarmerend. Feitelijk is het klinkklare nonsens. En het maakt het ondersteboven hangen van onze vlag nog steeds niet gerechtvaardigd.
Het romantische etiket van “koploper” levert geen klinkende munt op, maar een economische kater. Duitsland – pionier van de Energiewende – oogst de wrange vruchten van een mislukt energiebeleid, met als direct politiek signaal de historische overwinning van de AfD in Saksen-Anhalt. Terwijl de industrie krimpt, kampt Nederland met een vastgelopen stroomnet en de hoogste energietarieven ter wereld.
Jij daagde mij maanden geleden uit om met een visie op de verdiencapaciteit te komen. Hier is het antwoord, samengevat in een keiharde economische blauwdruk om onze welvaartsstaat te redden:
De maakindustrie als fundament: Zonder fysieke productie, havens, chemie en agro- en techsectoren hol je de belastingbasis uit. Je kunt geen sociaal land blijven als je de basiselftalspelers van de economie wegpest.
Welvaart vooraf: Sociale zekerheid en zorg worden uitsluitend gefinancierd met verdiend geld uit reële economische activiteit, niet met onbetaalbare groene holle frazen of subsidiecarrousels.
Europese autonomie en infrastructuur: Schrap verstikkende regelgeving en investeer direct in betaalbare energie (inclusief kernenergie) en een opgeschaald stroomnet om de achterstand op de VS en Azië in te halen.
Economisch realisme: Stop met dogmatisch beleid. Betaalbare energie en een betrouwbare infrastructuur zijn de randvoorwaarden voor elke sociale ambitie.
Zolang de reële economie kraakt onder hoge kosten en netcongestie, is de angst voor maatschappelijke afbraak volkomen terecht. Dit is de visie op onze verdiencapaciteit: herstel de economische basis, of al het andere valt onherroepelijk in duigen..