Een tijd geleden schreef ik een blog met de titel Laat je niet vangen door de tijd. Ik probeerde daarin iets te begrijpen van dat wonderlijke verschijnsel dat ons hele leven bepaalt en zich tegelijkertijd nauwelijks laat begrijpen. Een minuut duurt altijd zestig seconden en een uur altijd zestig minuten, terwijl onze beleving zich daar weinig van aantrekt. Een mooie avond kan voorbij zijn voordat je beseft dat hij goed en wel begonnen is. Een moeilijke dag kan eindeloos lijken te duren. Juist wanneer we de tijd willen vasthouden, vliegt hij voorbij. Wanneer we verlangen naar het einde van een vervelend moment, lijkt de klok ineens alle haast verloren te hebben.
Aan het einde van die blog kwam ik uit bij een gedachte die ik nog steeds mooi vind: laat je niet vangen door de tijd, vang het moment.
De afgelopen tijd keerde die gedachte onverwacht bij mij terug. De aanleiding kwam eigenlijk uit twee verschillende gesprekken. Mimah zei tegen mij drie eenvoudige woorden toen ik graag vooruit wilde kijken en wilde weten wat de toekomst zou brengen: Time will tell. De tijd zal het leren. Vrijwel in dezelfde periode hoorde ik Mark, de man achter Walking Is The Best Medicine, vertellen over het belang van leven in het nu. Twee gedachten die op het eerste gezicht los van elkaar stonden en in mijn hoofd steeds dichter bij elkaar kwamen. Ze brachten mij terug bij mijn eerdere blog over tijd en lieten mij opnieuw nadenken over wat ik toen schreef.
Want wat bedoelen we eigenlijk wanneer we zeggen dat we in het nu moeten leven? Kunnen we überhaupt ergens anders leven? En hoeveel invloed hebben we werkelijk op die toekomst waarvan uiteindelijk alleen de tijd kan vertellen hoe zij eruitziet?
Die eerste vraag bleef vooral hangen nadat ik Mark had gehoord. We zeggen het vaker tegen elkaar. Leef in het nu. Geniet van vandaag. Maak je niet te druk over morgen. Het klinkt als een levenshouding die we onszelf kunnen aanleren, alsof we kunnen kiezen tussen leven in gisteren, vandaag of morgen.
Alleen kun je feitelijk nergens anders leven.
Gisteren bestaat niet meer. Morgen bestaat nog niet. Het enige moment waarin ik besta, denk, voel, handel, liefheb, verdriet heb, verlang of twijfel, is dit moment. Zelfs wanneer mijn gedachten volledig bij gisteren zijn, denk ik daar vandaag aan. Wanneer ik mij zorgen maak over volgende week, maak ik mij daar nu zorgen over. Wanneer ik verlang naar iets wat over een jaar werkelijkheid zou kunnen zijn, bestaat dat verlangen uitsluitend in het heden.
Zelfs het nu laat zich nauwelijks vastpakken. Terwijl ik een gedachte formuleer, verdwijnt het moment waarin die gedachte ontstond alweer naar het verleden. Het heden lijkt daardoor een flinterdunne grens tussen twee gebieden die voor ons onbereikbaar zijn. Aan de ene kant ligt alles wat geweest is en nooit meer veranderd kan worden. Aan de andere kant ligt alles wat nog moet komen en waarvan we niet weten hoe het eruit zal zien.
Toch besteden we ongelooflijk veel van onze tijd aan beide.
We kunnen blijven nadenken over keuzes die we gisteren hebben gemaakt. Over woorden die we anders hadden willen uitspreken. Over mensen die we missen, kansen die voorbij zijn gegaan, gebeurtenissen die we graag opnieuw zouden beleven. Het verleden kan ons vormen, leren, troosten en pijn doen. Alleen veranderen kunnen we het niet.
De toekomst behandelen we vaak alsof die zich beter laat beheersen. We maken plannen, stellen doelen, boeken vakanties, maken afspraken en proberen met onze keuzes richting te geven aan wat komen gaat. Daar is niets verkeerd aan. Vooruitkijken hoort bij het leven. Zonder plannen zouden veel mooie dingen nooit ontstaan.
Alleen verwarren we plannen gemakkelijk met zekerheid.
Terwijl ik hierover nadacht, zat ik in mijn taxi en reed ik naar huis. Ik wist ongeveer hoe lang de rit nog zou duren. Tien minuten, een kwartier hooguit. Ik kon dus vrij gemakkelijk zeggen dat ik over een kwartier thuis zou zijn. De afstand was bekend, de route vertrouwd en het verkeer gaf geen aanleiding om iets anders te verwachten.
Toch wist ik het niet zeker.
Er kon onderweg van alles gebeuren. Een vrachtwagen kon onverwacht oversteken. Ik kon pech krijgen. Een ongeluk kon de weg blokkeren. Een telefoontje kon ervoor zorgen dat ik mijn route veranderde. De kans dat ik gewoon thuis zou komen was vele malen groter dan al die andere mogelijkheden, alleen honderd procent zekerheid bestond niet.
Dat alledaagse voorbeeld zegt eigenlijk veel over hoe wij met de toekomst omgaan.
We kunnen richting kiezen. We kunnen verstandig handelen. We kunnen omstandigheden creëren waardoor een gewenste uitkomst waarschijnlijker wordt. We kunnen onze handen aan het stuur houden en opletten waar we rijden. Alleen kunnen we de uitkomst nooit volledig afdwingen.
Dat geldt voor een taxirit en het geldt nog veel sterker voor de grotere dingen in ons leven.
Daar komen die drie woorden van Mimah opnieuw terug.
Time will tell.
Die woorden kunnen behoorlijk onbevredigend zijn wanneer je graag wilt weten waar je aan toe bent. Wanneer iets waardevol voelt, wil je weten of het blijft. Wanneer je liefde voelt, wil je weten waar die liefde naartoe gaat. Wanneer je samen een prachtige tijd hebt gehad en voelt dat je verder zou willen, ontstaat bijna vanzelf het verlangen om vooruit te kijken.
Waar staan we straks? Wat wordt dit? Waar brengt dit ons?
Time will tell.
Voor mij kregen die woorden een heel persoonlijke betekenis. Ik had een relatie beëindigd en daardoor ontstond in mijn hoofd ruimte voor een toekomst met Mimah. We zijn samen geweest, we zijn samen op vakantie gegaan en we hebben een fantastisch mooie tijd met elkaar gehad. Een tijd waarin het gemakkelijk werd om verder vooruit te kijken en te verlangen naar meer van wat zo goed voelde.
Ik zou wel verder willen.
Alleen ligt die toekomst niet klaar om vandaag al gelezen te worden.
Mimah vatte dat samen in die drie woorden: Time will tell.
In eerste instantie klinkt dat bijna alsof je de toekomst uit handen geeft. Alsof je achterover kunt leunen en moet wachten tot de tijd op een dag vertelt hoe het verhaal afloopt. Daar zit iets fatalistisch in wat mij niet aanspreekt. Ik geloof namelijk wel degelijk dat onze keuzes ertoe doen.
Een relatie blijft niet leven doordat twee mensen ooit hebben uitgesproken dat ze van elkaar houden. Liefde vraagt aandacht. Ze vraagt tijd, interesse, eerlijkheid, ruimte en de bereidheid om naar elkaar te blijven kijken. Wie niets investeert in een relatie en tegelijkertijd verwacht dat die relatie vanzelf blijft bloeien, legt de verantwoordelijkheid ten onrechte bij de tijd.
De toekomst ontstaat voor een deel uit wat we vandaag doen.
Hoeveel liefde, aandacht en goede bedoelingen we vandaag ook geven, we kunnen niet afdwingen hoe morgen eruitziet. We kunnen ons best doen. We kunnen zorgvuldig omgaan met wat waardevol voor ons is. We kunnen keuzes maken die passen bij wat we hopen. Vervolgens blijft een deel buiten onze handen.
Dat besef kan onzeker maken. Tegelijkertijd kan daarin ook rust ontstaan.
Ik hoef vandaag niet te weten hoe mijn leven er over een jaar uitziet. Ik hoef niet nu al antwoord te hebben op iedere vraag die de toekomst oproept. Ik mag verlangen naar iets wat nog niet bestaat zonder te eisen dat het vandaag al zekerheid wordt.
Ik kan alleen doen wat binnen mijn bereik ligt.
Vandaag aandacht geven aan de mensen van wie ik houd. Vandaag zeggen wat gezegd moet worden. Vandaag luisteren wanneer iemand iets probeert te vertellen. Vandaag werken aan wat belangrijk voor mij is. Vandaag genieten van een gesprek, een wandeling, een maaltijd, een aanraking, een autorit, stilte of samenzijn.
Als ik plannen maak voor morgen, maak ik die plannen vandaag.
Daarmee kijk ik ook anders naar mijn eerdere gedachte over het vangen van het moment. Het moment laat zich uiteindelijk net zo weinig vangen als de tijd zelf. Zodra je het probeert vast te houden, is het alweer voorbij. We hoeven het nu ook niet te zoeken. We bevinden ons er al middenin.
De werkelijke vraag is wat we ermee doen.
We kunnen het heden vullen met spijt over iets wat niet meer veranderd kan worden. We kunnen het vullen met angst voor iets wat nog helemaal niet gebeurd is. We kunnen zo sterk verlangen naar een toekomst die we voor ons zien, dat we nauwelijks meer opmerken wat vandaag al voor ons ligt.
Verleden, heden en toekomst hebben ieder hun eigen plaats.
Het verleden kunnen we meenemen. We kunnen ervan leren en het een plek geven. De toekomst mogen we tegemoetgaan met dromen, plannen en verwachtingen. Het heden geeft ons de mogelijkheid om daadwerkelijk iets te doen.
Daar ligt onze invloed.
Dat betekent niet dat we ieder moment gelukkig moeten zijn. Het leven kent verdriet, gemis, onzekerheid en pijn. Ook die ervaringen bestaan in het nu en verdienen ruimte. Leven in het heden betekent voor mij steeds minder dat je voortdurend moet genieten. Het betekent aanwezig zijn bij wat er daadwerkelijk is, zonder het huidige leven voortdurend af te meten aan wat geweest is of aan wat nog zou moeten komen.
Daar raken de gedachten van Mark en Mimah elkaar voor mij.
Mark bracht mij aan het denken over het enige moment waarin we daadwerkelijk kunnen leven. Mimah liet mij nadenken over alles wat daarna komt en over onze behoefte om daar nu al zekerheid over te krijgen. Tussen die twee gedachten ligt ons hele leven. We bestaan vandaag en proberen tegelijkertijd richting te geven aan een morgen die we nog niet kennen.
Daarin vind ik de rust van die drie woorden.
Time will tell.
Ze hoeven geen excuus te zijn om niets te doen. Ze hoeven ook geen overgave te betekenen aan een lot waar we zelf geen enkele invloed op hebben. Ze kunnen eenvoudig erkennen dat niet iedere vraag vandaag een antwoord nodig heeft.
We mogen bouwen zonder te weten hoe het gebouw er uiteindelijk uit zal zien. We mogen liefhebben zonder garantie op een levenslang vervolg. We mogen plannen maken terwijl we weten dat plannen kunnen veranderen. We mogen hopen zonder van de toekomst een belofte te maken. En we mogen zelfs genieten van het gemis dat we voelen.
Die laatste gedachte klinkt op het eerste gezicht misschien vreemd, terwijl ik haar steeds mooier begin te vinden. Gemis ontstaat tenslotte niet uit het niets. We missen iemand omdat die persoon iets voor ons betekent. We missen een moment omdat het mooi was. We missen een aanraking, een gesprek, een vakantie, een avond samen of gewoon iemands aanwezigheid omdat we daar graag opnieuw zouden willen zijn. In het gemis ligt daardoor ook iets waardevols besloten.
Wanneer ik iemand mis, kan dat pijn doen. Tegelijkertijd brengt datzelfde gemis mij terug naar wat ik heb meegemaakt. Naar een moment waarvan ik blijkbaar zo heb genoten dat ik verlang naar een herhaling. Het gemis vertelt daarmee ook iets over wat er wél is geweest. Over liefde, verbondenheid, plezier en herinneringen die waardevol genoeg zijn om naar terug te verlangen.
Ook daarvan mogen we genieten. Niet door het verdriet weg te drukken of te doen alsof gemis prettig hoort te zijn. Wel door te herkennen waar het vandaan komt. Het verleden kan niet opnieuw het heden worden, terwijl een herinnering in het huidige moment nog steeds warmte kan geven. Zelfs gemis kan zo onderdeel worden van het leven in het nu.
Een halfjaar geleden schreef ik dat we ons niet moesten laten vangen door de tijd en dat we het moment moesten vangen. Nu zou ik die gedachte iets anders formuleren.
Laat het moment zichzelf zijn.
Kijk naar wat er vandaag voor je ligt. Zorg ervoor. Geef het aandacht. Heb lief. Maak plannen. Durf te dromen. Koester wat waardevol is en accepteer dat niet iedere vraag vandaag een antwoord nodig heeft. En wanneer je iets of iemand mist, sta dan ook even stil bij de reden waarom dat gemis bestaat. Waarschijnlijk ligt daar ergens een moment dat waardevol genoeg was om vandaag nog steeds iets in je wakker te maken.
Morgen bestaat nog niet. Als het komt, noemen we het opnieuw vandaag en wat al die dagen uiteindelijk samen zullen vertellen?