Ik ben geschrokken… drie keer zelfs!

Als eerste van de daad, de gewelddadige poging tot verkrachting. Die is afschuwelijk, laten we daar duidelijk over zijn. Gelukkig kon de dader gepakt worden en volgde er rechtszaak. De uitspraak van de rechter die hieruit volgde was, in het kort, als volgt:

  • 3,5 jaar gevangenisstraf (42 maanden)
  • TBS met dwangverpleging
  • €12.000 schadevergoeding (plus materiële schade)

Op verkrachting staat een maximumstraf van 12 jaar. Bij een poging ligt de maximale straf doorgaans een derde lager, dus 8 jaar. Dus ja: je kúnt zeggen dat 3,5 jaar kort is. En als ik eerlijk ben: elke straf is te kort voor een vergrijp als dit. Daarmee komt de straf altijd korter uit dan wat het slachtoffer met zich meedraagt. Dat is namelijk levenslang.

Maar precies daar moet ik iets heel belangrijks bij zetten: geen enkele straf neemt het leed weg. Geen enkele straf maakt het ongedaan. Geen enkele straf “compenseert” wat iemand is afgenomen. Dat kan ook niet, helaas. En daar is strafrecht ook niet primair voor bedoeld. Strafrecht is óók vergelding, óók afschrikking, óók bescherming van de samenleving – maar vooral: een juridisch systeem dat binnen bewijsregels en wettelijke kaders moet blijven functioneren, juist wanneer onze emotie schreeuwt dat het meer moet zijn.

In deze zaak is óók TBS opgelegd. En dat is geen straf, maar een maatregel: gericht op het voorkomen van herhaling. TBS kent geen vaste einddatum, kan jarenlang duren en wordt telkens verlengd zolang het risico aanwezig wordt geacht. Daarmee is er een traject ontstaan dat in de praktijk langer kan duren dan de gevangenisstraf – en dat, hoe wrang het ook klinkt, vooral één doel dient: voorkomen dat er nóg een slachtoffer valt.

Uit de stukken begrijp ik dat poging tot moord/doodslag niet bewezen is. Ik ken de inhoud verder niet, dus ik kan daar niets zinnigs over zeggen. En eigenlijk geldt dat voor bijna iedereen. Niemand kan dit écht, behalve de behandelende rechters en de mensen met diepgaande dossierkennis. En dus moeten we er ook niet doen alsof we dat wél kunnen. Daarvoor hebben we in Nederland hoogopgeleide, onafhankelijke rechters – en een systeem dat vraagt om terughoudendheid wanneer je het dossier niet hebt gelezen, de getuigen niet hebt gehoord en de bewijsconstructie niet hebt doorgrond.

En toch… daar komt het tweede waar ik van geschrokken ben.

De tweede schrik: politici die rechters “beoordelen” zonder dossierkennis

We hebben in dit land politici die te pas en te onpas, zonder die noodzakelijke inhoudelijke kennis en kunde, wel denken er wat van te kunnen – en mogen – zeggen. En dat wél doen is uitholling van de rechtspraak.

Ik zag het gebeuren in de manier waarop JA21 en Ingrid Coenradie in een fragment bij RTL Tonight hintten naar deze zaak, met de suggestie dat het “onrecht” zou zijn. Begrijp me goed: verontwaardiging over geweld en seksueel geweld is gezond. Morele woede over wat iemand is aangedaan, is menselijk. Empathie met slachtoffers is noodzakelijk.

Maar er is een grens. En die grens heet: de scheiding der machten.

In een rechtsstaat hebben we grofweg drie machten die elkaar in balans houden:

  • de wetgevende macht (politiek): maakt de regels en stelt strafmaxima (en soms minima) vast
  • de uitvoerende macht (regering/ministerie/OM binnen hun rol): voert beleid uit en vervolgt strafbare feiten
  • de rechterlijke macht: oordeelt onafhankelijk over individuele zaken binnen de wet, op basis van bewijs

Dat betekent dat politici wél mogen discussiëren over het systeem. Sterker nog: dat is hun taak. Als de samenleving vindt dat straffen voor zedendelicten hoger moeten kunnen, dan is het aan de politiek om het Wetboek van Strafrecht te wijzigen. Als men vindt dat er meer gespecialiseerde zedenkamers moeten komen, of betere slachtofferzorg, of snellere doorlooptijden, dan hoort dat debat in de politieke arena.

Maar politici die zich inhoudelijk uitlaten over een individuele uitspraak – zeker met het frame “onrechtspraak” – raken aan iets anders. Dan ga je niet meer over beleid, maar over het delegitimeren van de rechterlijke macht. Dan zet je niet de wet ter discussie, maar de mensen die die wet onafhankelijk toepassen. En dat is precies het moment waarop het niet meer “kritiek” is, maar druk. Niet meer “controle”, maar ondermijning. Niet meer “democratie”, maar erosie.

Je kunt een rechter verwijten dat hij de wet toepast zoals die luidt – maar dan verwijt je hem feitelijk dat hij in een rechtsstaat leeft.

De derde schrik: het applaus op LinkedIn

En toen kwam mijn derde schrik. Niet de daad. Niet de uitspraak. Maar de reacties.

Onder de post zag ik hoe gemakkelijk mensen op LinkedIn steun betuigen aan het idee dat een politieke partij een rechter kan veroordelen zonder exacte dossierkennis. Hoe achteloos er woorden worden gebruikt als “onrechtspraak”, alsof je daarmee iets zegt dat op hetzelfde niveau ligt als “ik vind het laag”.

Maar dat is het niet.

“Onrechtspraak” is een zwaar woord. Het suggereert dat rechters structureel onrecht doen. Dat ze niet te vertrouwen zijn. Dat hun oordeel niet legitiem is. En zodra dat idee landt – niet bij een kleine groep aan de randen, maar bij het “normale midden” dat zichzelf graag redelijk noemt – dan schuift er iets. Dan verplaatst de grens van wat we acceptabel vinden.

Want dit is de glijdende schaal:

Eerst zeggen we: “Het voelt te laag.”
Daarna zeggen we: “De rechter is te soft.”
Daarna: “Rechters deugen niet.”


En voor je het weet: “Als de rechter niet levert wat wij willen, dan is het systeem corrupt.”

Dat is precies hoe rechtsstaten van binnenuit slijten. Niet door één grote klap, maar door duizend kleine normaliseringen. Door het gemak waarmee we een onafhankelijk instituut verdacht maken omdat de uitkomst ons niet bevalt. Door het idee dat de emotie van vandaag belangrijker is dan de rechtsbescherming van morgen.

Nogmaals: de politiek mag (en moet) wat vinden van maximale en minimale straffen. Maar politici horen zich niet populistisch te bemoeien met individuele uitspraken. Zeker niet wanneer zo’n uitspraak binnen de bandbreedte van de wet valt, en zeker niet zonder dossierkennis.

Er is maar één scenario waarin het zuiver is om politiek te reageren op een individuele zaak: als die zaak een structureel manco blootlegt in het wettelijke kader. Bijvoorbeeld wanneer een rechter expliciet zou moeten zeggen: “Ik wil hoger straffen, maar de wet laat het niet toe.” Dan is het aan de politiek om te kijken naar de wet. Maar dát is iets anders dan vanuit een talkshow een rechterlijk oordeel ondermijnen, terwijl je tegelijk weet dat het publiek het dossier niet kent en de nuance niet meekrijgt.

Respect voor slachtoffers én voor de rechtsstaat

Ik blijf terugkomen bij die ene waarheid die niemand echt wil horen: elke uitspraak is te laag voor het slachtoffer. Dat zal elk weldenkend mens waarschijnlijk met me eens zijn. Dat mág je zeggen. Dat mág je voelen. Dat mág je benoemen.

Maar er zit een wereld van verschil tussen:

  • “Dit is verschrikkelijk, en ik wou dat geen enkel slachtoffer dit ooit mee hoefde te maken.”
    en
  • “Dit is onrechtspraak, want de straf voelt mij te laag.”

Het eerste is menselijk. Het tweede is gevaarlijk.

Als we iets willen doen voor slachtoffers, laten we dan doen wat wérkt: betere preventie, snellere procedures, betere begeleiding, betere opsporing, betere opvang, betere behandel- en risicotaxatie. En als we vinden dat strafmaxima anders moeten: laten we het daarover hebben, openlijk, inhoudelijk, in het parlement. Maar laten we alsjeblieft stoppen met het kapot praten van de rechterlijke macht voor het applaus van het moment.

Want als je eenmaal gewend raakt aan het idee dat “de rechter” een politieke tegenstander is, dan is niemand meer veilig. Dan is recht niet langer een fundament, maar een wapen. En dat is precies de wereld die we níet moeten willen.

Ik ben geschrokken.
Van de daad
Van de politieke uitholling
En van hoe gemakkelijk wij als samenleving applaudisseren wanneer die uitholling zich voordoet

Laten we de machten blijven scheiden. Laten we respect hebben voor het werk van rechters. En laten we onze woede over het onrecht dat slachtoffers wordt aangedaan richten op wat écht helpt – in plaats van op het ondermijnen van het systeem dat ons allemaal beschermt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.