Wie heeft hier eigenlijk de beperking?

Ik denk de laatste tijd vaak na over het begrip “mensen met een beperking”. Misschien komt het doordat ik als invalchauffeur in het bijzonder vervoer regelmatig met deze groep onderweg ben. ’s Ochtends breng ik hen naar de dagbesteding, in de middag weer terug naar hun woonomgeving. In planningssystemen staan ze geregistreerd met codes, indicaties en zorgprofielen. Maar in mijn bus zitten geen codes. In mijn bus zitten mensen. Mensen met verhalen, met humor, met gevoeligheid, met angsten, met dromen – net als jij en ik.

En vrijwel elke rit levert iets op wat me raakt, verrast of laat glimlachen.

Soms begint het heel klein. Een muziekje dat toevallig aanslaat. Een blik in de spiegel. Een lachje achterin. En voor je het weet zitten we met z’n drieën – inclusief ikzelf – midden in een spontane karaoke op Queen-liedjes, terwijl één van de cliënten me ondertussen enthousiast alles vertelt over het nummer dat we zingen. Wie het geschreven heeft, wanneer het uitkwam, waarom juist dit lied zo bijzonder is. Ik rijd, luister, lach en zing mee, en denk: dit is geen taxirit, dit is een moment van puur samen zijn.

Een andere keer stapt er een jongen in, zittend in zijn rolstoel. Zijn lijf is onrustig, zijn blik schiet heen en weer, zijn handen bewegen rusteloos over de armleuningen. Je ziet aan alles dat de wereld op dat moment te hard binnenkomt. Ik rijd rustig weg, zet zacht blauw licht aan in de bus en draai klassieke muziek. Terwijl we onderweg zijn, kijk ik af en toe in de spiegel. Langzaam zie ik hoe zijn ademhaling zakt, hoe zijn schouders ontspannen, hoe zijn ogen minder zoeken en meer rust vinden. Tegen de tijd dat we aankomen zit hij stil achterover, alsof zijn lichaam eindelijk toestemming heeft gekregen om te landen. Er is niets spectaculairs gebeurd. Geen groot protocol. Geen ingewikkelde zorg. Alleen aandacht, zachtheid en afstemming. En toch maakt het alles verschil.

Dan zijn er die ritten met een groep waarmee ik de grootste lol heb. Waarbij we voor de grap een extra rondje over de rotonde doen, zij zich vasthouden aan de stang achter mijn stoel “omdat ik anders uit mijn stoel zou vallen”, en de bus gevuld is met gelach en vrolijk geroep. Het zijn momenten waarin de wereld even licht wordt, waarin niemand bezig is met beperkingen of labels, maar alleen met plezier.

Of die keer dat we samen een voicemail inspreken voor hun vaste chauffeur, die met vakantie is. Met veel drama verklaren ze dat we hem natuurlijk totaal niet missen – om hem daarna, bijna in één adem, de allermooiste vakantie toe te wensen. Het is ontwapenend, eerlijk en warm tegelijk.

En soms zijn er gesprekken die dieper snijden.

Zoals die rit met een jongen die al veel van de wereld heeft gezien. Terwijl ik rijd, kijkt hij me ineens aan en vraagt: “Zeg… weet jij eigenlijk waarom mensen met een beperking zo vaak worden buitengesloten?”. Die vraag bleef bij me hangen. Want waarom noemen we hen eigenlijk zo?

Omdat ze zich anders gedragen dan wij als maatschappij van “de mens” verwachten?
Omdat ze misschien niet zo goed zijn in de dingen die wij normaal vinden om te kunnen?
Omdat hun manier van voelen, denken of reageren niet past binnen onze standaarden?

Maar als je daar eerlijk naar kijkt, is dat toch eigenlijk onzin.

Iedereen heeft ergens een beperking. De één is slecht in luisteren. De ander in voelen. Weer een ander in ruimte geven, of in eerlijk zijn, of in kwetsbaarheid toelaten. Alleen bij deze groep kunnen we hun beperking makkelijk benoemen, classificeren en administreren. En zodra dat lukt, zetten we de hele mens er meteen bij in hetzelfde vakje.

Wat ik bij vrijwel elke rit opnieuw leer, is dit: als de wereld meer op deze mensen zou lijken, hadden we een veel mooiere wereld.

Hun wereld is puur. Direct. Zonder maskers.

Ben jij lief voor hen, dan zijn zij lief voor jou.
Ben jij oprecht, dan krijg je oprechtheid terug.
Ben jij aanwezig, dan zijn zij dat ook.

Zelfs als invalchauffeur probeer ik met elke cliënt in mijn bus een band op te bouwen. Dat is niet altijd makkelijk. Veel van hen zijn gehecht aan hun vaste chauffeur, en een wisseling kan spanning of onzekerheid oproepen. Juist daarom probeer ik elke rit zo veilig en prettig mogelijk te maken. Niet gehaast. Niet zakelijk. Maar menselijk. En soms, bij het uitstappen, krijg ik een schouderklopje. Of een boks. Of een voorzichtige glimlach van iemand die bij het instappen nog schuchter en angstig was.

Dan ben ik oprecht zo blij als een klein kind. Daar doe ik het voor.

Want dan weet ik: zijn of haar reis is prettig geweest. En de volgende keer stapt diezelfde persoon misschien met een grote glimlach bij me in. Niet omdat ik zo bijzonder ben, maar omdat ze onthouden hoe ze zich bij je voelden. Want zo zijn deze mensen. Ze ontvangen je met open armen, zelfs als het hen moeite kost. Ze zijn eerlijk, aandachtig en open. Ze spelen geen rollen. Ze verbergen zich niet achter façades. En soms denk ik: op veel vlakken zijn zij een veel beter mens dan velen van ons. Dus stel ik mezelf steeds vaker dezelfde vraag:

Wie heeft hier nu eigenlijk de beperking?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.