Mama, ik mis je

Wat als er geen stilte is, zelfs niet wanneer alles stil lijkt. Dan lig ik in het donker, ogen gesloten, en voel ik je ineens weer. Ik voel dan echt je aanwezigheid, het is sterker dan een herinnering. Het is alsof je naast me zit, je nog één keer de dekens recht en strak om me heen trekt. Zoals je dat vroeger bij me deed. Dan lijkt het alsof je me voor de nacht nog even vasthoudt, om me veilig te laten slapen in mijn wereld die jou mist.

12 april, is jouw geboortedag. Ik mis je, mama. Niet alleen omdat je er niet meer bent, jij was diegene die mij zag. Echt MIJ zag. Achter de glimlach. Achter het doorzetten. Achter het sterke gezicht dat ik zo vaak liet en laat zien. Jij zag het kind dat soms nog steeds bang was. Het jongetje dat hoopte dat iemand zou zeggen: “Ik zie je. Het is goed.”

Jij was die stem. Je was zorgzaam, zacht, oneindig trouw. Dat was niet alleen voor mij, dat was er voor iedereen. Je gaf jezelf weg – keer op keer. Aan wie het nodig had. Aan wie pijn had. Aan wie liefde zocht. Je kon niet anders dan geven. Dat was wie je was. En ik denk dat het ook dat is waarom het je uiteindelijk het leven kostte. Omdat je altijd de ander vóór jezelf zette.

Maar wat een liefde.
Wat een toewijding.
Wat een voorbeeld.

Nu ik dagelijks bezig ben met menselijkheid, met zien wie iemand werkelijk is, met ruimte maken voor (mijn eigen) kwetsbaarheid, ben jij zo vaak mijn stille voorbeeld. Niet als een ideaal, wel als een herinnering aan hoe liefde er echt uitziet. Liefde was voor jou niet luid of groots. Liefde was voor jou aanwezig zijn. Dragend en onvoorwaardelijk! Soms praat ik met je. Meestal niet hardop, vaak van binnen, alleen en in stilte.

Dan stel ik me voor wat je zou zeggen en hoor ik je stem. Ik voel dan weer hoe je me aankeek met die zachte, warme blik die alles goed maakte, zelfs als niets goed was. Je had dan die blik, die even alle twijfel en angst deed vergeten. Het lied dat onlangs op mijn pad kwam, zegt het misschien beter dan ik het ooit kan verwoorden:

“When I am lost, I whisper your name.
Mama, your love still feels the same.”

Dat is precies wat het is. Als ik verdwaal in het leven, in keuzes, in vermoeidheid, in twijfel – dan fluister ik jouw naam. En dan is er iets dat me weer grond geeft. Iets dat zegt: je staat niet alleen. Je geloof in mij werd de grond onder mijn voeten. Ook nu je er niet meer bent.

Ik heb je foto hier. Dichtbij. Maar nooit dichtbij genoeg. Ik kijk ernaar en probeer je vast te houden, maar een beeld is geen omhelzing. En wat ik het meest mis, is jouw armen om me heen, zoals ik als kind zo vaak bij je op schoot lag. Dat woordeloze weten: hier mag je zijn. Hier hoef je niets. De nachten zijn kouder zonder jou. Niet omdat het echt kouder is. Maar omdat de warmte die jij gaf niet meer fysiek aanwezig is.

“Like a child with no shoulder to lean on.”

Zo voelt het soms. Zelfs nu ik volwassen ben. Soms ben ik weer dat jongetje met tranen in zijn ogen, zoekend naar zijn moeder. En toch…

Je bent er.

In mijn keuzes.
In mijn zachtheid.
In mijn manier van luisteren.
In mijn behoefte om mens te blijven in een wereld die dat soms vergeet.

Ik draag je bij me.

Mama, dank je wel dat ik jouw zoon mag zijn. Dank je wel voor je liefde. Dank je wel voor je opoffering. Dank je wel voor wie je was – en voor wie je nog steeds bent ín mij.

Ik houd van je.
Ik mis je.

En ergens weet ik: op een dag vind ik je weer. Op een manier die ik nu nog niet begrijp, maar die ik diep van binnen al voel. Tot die tijd fluister ik je naam. En draag ik jouw liefde verder.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.