De afgelopen dagen voelden anders dan de dagen daarvoor. Dit kwam niet omdat er niet iets gebeurde, integendeel. Er gebeurde van alles. Het schrijven ging door zoals het altijd gaat, in momenten, soms meerdere achter elkaar en dan weer even niet. Alleen het delen ervan met de wereld, het dagelijks publiceren, viel weg.
Een verhuizing van servers. Techniek die niet meewerkt. Dingen die buiten invloed liggen en toch doorwerken in iets wat juist zo dichtbij ligt. Het ritme dat er was, elke dag een blog publiceren, werd onderbroken zonder dat daar een bewuste keuze aan voorafging.
En ergens, in die stilte, kwam een gedachte op die zich niet direct liet wegduwen.
De vraag of het eigenlijk wel gemist werd.
De gedachte dat het misschien helemaal niet gelezen wordt. Dat het er blijkbaar ook even niet kan zijn, zonder dat iemand iets zegt. Het zijn geen gedachten die zich opdringen wanneer alles loopt zoals je het in je hoofd hebt. Ze ontstaan juist in de ruimte die valt wanneer dat ritme wegvalt. En die ruimte was er. Het bleef stil.
Geen berichten. Geen vragen. Geen “ik mis je blog vandaag”. Dat is geen verwijt. Het is een constatering die iets zichtbaar maakt wat normaal gesproken verborgen blijft wanneer alles volgens de planning verloopt die je voor jezelf hebt. Wat die stilte betekent, laat zich niet direct invullen. Het kan zijn dat er gelezen wordt zonder dat het wordt uitgesproken. Het kan ook zijn dat het minder gemist wordt dan gehoopt. Misschien ligt de waarheid ergens daartussen.
Die gedachte kreeg in die dagen steeds meer vorm, in de vraag voor wie er eigenlijk geschreven wordt en of het gemist wordt wanneer het er even niet is.
Het antwoord kwam niet in één keer. Het zat al die tijd al onder de oppervlakte. Schrijven is voor mij in de eerste plaats een manier van kijken naar de wereld en te verwerken wat ik van die wereld vind, van mijn eigen wereld, van mijn omgeving. Het helpt om gedachten niet alleen te laten passeren, maar ze ook vast te pakken, er woorden aan te geven en ze een plek te geven.
En ja, er is ook die hoop. Dat iemand het leest. Dat iemand iets herkent. Dat een gedachte ergens landt. De bedoeling daarachter verschilt per blog. In de persoonlijke blogs zit vooral de behoefte om te ventileren en te verwerken, met de hoop dat iemand zich erin herkent of er iets van steun uit haalt. In de politieke blogs zit nadrukkelijk de wens om iets te veranderen, om iets te bereiken. En in de andere blogs, zoals die over onderwijs en ontwikkeling, gaat het er meer om gedachten te delen, een zienswijze neer te leggen en hopelijk te inspireren.
De afgelopen dagen laten zien dat die verschillende lagen naast elkaar mogen bestaan. De stilte buiten en de beweging vanbinnen.
Vanaf 12 april, met de blog over mijn moeder, heb ik het ritme weer opgepakt. Vanaf dat moment kon het ook weer. De toegang was er weer, de mogelijkheid om te publiceren ook. Wat geschreven was, kon weer gedeeld worden. Vanaf hier loopt het weer door.
Ik ga deze dagen niet achteraf alsnog vullen, ik ga ook niet doen alsof er niks is gebeurd. De blogs die al geschreven waren krijgen hun plek in de komende dagen. Het is daarmee geen inhaalactie, maar een makkelijke voorraad die onverwacht is ontstaan.
En ergens voelt dat ook logisch.
Ritme gaat niet over perfectie.
Ritme gaat over terugkomen.
Terug naar de woorden.
En weer delen wat al die tijd al geschreven werd.
Ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf. Dat is altijd zo geweest en dat blijft zo. Tegelijk hoop ik dat wat ik schrijf ook iets kan betekenen voor een ander. Dat iemand zich herkent in een situatie, of iets meeneemt, of er even bij stilstaat. Dat hoeft niet zichtbaar te zijn. Het hoeft niet uitgesproken te worden. Dat het er kan zijn, is al genoeg.
De wens om elke dag een blog te delen, die er was sinds mijn tocht van Walking for Humanity over het Pieterpad, heeft in deze periode een onderbreking gekregen. Niet omdat die wens verdwenen is, eerder omdat het simpelweg even niet kon. Dat is wat het is.
Niet alles laat zich dwingen in het ritme dat je voor ogen hebt. Soms valt er iets stil, zonder dat je daar zelf voor kiest. En daarna ga je weer verder, op het moment dat het weer kan.
We pakken de draad weer op en gaan weer verder zoals het bedoeld was.
En ergens hoop ik ook dat wat ik deel niet alleen gelezen wordt, maar dat het iets losmaakt. Dat er gereageerd wordt, dat gedachten terugkomen, dat er gesprekken ontstaan. Dat iemand laat weten wat het met hem of haar doet, of dat het ergens steun heeft gegeven. Dat lijkt me mooi.
En tegelijkertijd blijft het in de kern wat het altijd was.
Schrijven om te begrijpen.
Schrijven om vast te leggen.
Schrijven omdat het voor mij klopt.
De stilte heeft zijn plek gehad en het delen neemt zijn plek weer in.