Zaterdagmorgen was mijn oudste broer nog bij haar. Hij was even langsgegaan, zoals dat ging. Ze praatten wat, dronken koffie. Maar hij zag het meteen: ze had klachten. Niet vaag, niet subtiel. Hartklachten. Hij herkende ze, omdat hij ze zelf kent vanuit zijn werk.
Hij zei het tegen haar. Drong aan. Je moet naar de dokter. Mijn moeder wilde daar niets van weten. Niet omdat ze koppig was of omdat haar gezondheid haar niets kon schelen. Ze wist wat er zou gebeuren als ze zou gaan. Dan zouden ze haar onderzoeken. Dan zouden ze haar opnemen. En als zij opgenomen werd, kon ze niet meer voor mijn vader zorgen. En dat… dat was onbespreekbaar!
Mijn vader had fysieke beperkingen. Zij was zijn anker. Zijn armen, zijn benen, zijn dagelijkse structuur. Als zij wegviel, viel alles weg. En dat wilde ze niet. Dus bleef ze. Ze zei dat het wel ging. Dat het vast mee zou vallen. Mijn broer bleef aandringen. Uiteindelijk beloofde ze dat ze maandag naar de dokter zou gaan.
Alleen… maandag kwam niet meer.
Die nacht kreeg ze een hartaanval in haar slaap. Ze kwam nog even overeind. Viel half uit bed. Mijn vader werd wakker van het geluid. Probeerde op te staan. Probeerde bij haar te komen. Probeerde het licht aan te doen. Probeerde de deur te openen voor de ambulancebroeders. Maar hij was lichamelijk niet in staat om op tijd te helpen. En zo stierf ze daar. In hun slaapkamer. Terwijl hij naast haar vocht tegen zijn eigen lichaam.
“Ze is rustig ingeslapen”, zeggen mensen dan. En zo voel ik het ook…
Maar ze stierf niet alleen aan haar hart. Ze stierf aan haar verantwoordelijkheid. Aan haar zorg. Aan haar onvermogen om zichzelf op de eerste plaats te zetten. Drie maanden daarvoor was mijn jongste geboren. En gelukkig – mijn moeder heeft haar wél ontmoet. Ze heeft Maíra vastgehouden en ze heeft Maíra op schoot gehad. Ze heeft bij haar geslapen. Dat is allemaal gebeurd en daar ben ik dankbaar voor. Maar Maíra was slechts 3,5 maanden oud toen haar oma stierf. Voor haar is er geen actieve herinnering. Geen beeld. Geen geur. Geen stem. Wat zij later zal kennen, zijn onze verhalen, de foto’s, de muziek. En natuurlijk hoe wij over oma praten. Mijn moeder leeft voor haar niet in herinnering, maar in overdracht, in wat wij doorgeven.
Wat het wrangst is: ze bleef thuis om voor mijn vader te zorgen. Dat was haar keuze. Dat was haar liefde. En juist daardoor moest mijn vader verder leven zonder haar – afhankelijker dan ooit. Met zorg van anderen. Met handen die zij nooit had gewild.
Het laatste wat ze wilde, is precies wat er gebeurde.
Maar mijn moeder is niet alleen “deze nacht”. Mijn moeder is ook “Noorwegen”. Ze is die autoritten door het land, de overtochten met de boot. Ze is dat metalen ruim van het schip, waar je stilzit met z’n allen, wachtend tot de deuren opengaan. Op de heen- en terugweg. Vooral op de terugweg was dit bijzonder. Iedereen is dan een beetje stil. Vakantie voorbij en weer terug naar huis. Dat zachte verdriet dat altijd komt als iets moois eindigt. En dan ging de muziek van Egil Storbekken aan. Wij mochten nooit de muziek hard zetten in de auto, maar deze mocht hard.
En het geluid droeg door dat metalen schip. Door het staal. Het ging verder dan onze eigen auto. Je zag mensen opkijken. Glimlachen. Hun schouders ontspannen. Alsof iemand even zei: het is goed zo. Die muziek hoorde bij onze vakanties.
Bij bergen en fjorden
Bij macaroni met muggen op de Hardangervidda
Bij wachten op het pondje
Bij samen genieten van al het moois
En daarom draaiden we die muziek ook op haar uitvaart. Niet omdat het vrolijk moest zijn. Maar omdat zij daarin zat. Omdat die klanken herinneringen droegen. Omdat we even terug wilden naar Noorwegen. Omdat we haar wilden voelen in iets dat licht was.
Even geen ziekenhuis
Geen slaapkamer
Geen maandag die niet meer kwam
Maar zij, zoals ze was
Soms denk ik: Mam, je was te trouw. Te sterk. Te verantwoordelijk. Je hebt jezelf opgeofferd voor ons allemaal. En wij dragen dat nog steeds met ons mee.
Niet als schuld, maar als stille rouw
Maandag kwam niet meer, maar jij blijft…. altijd
In onze herinnering, in deze muziek en in alle verhalen
In alles wat je ons hebt geleerd over zorgen, liefhebben en blijven
zelfs als het eigenlijk te veel is.
