De waanzin van De Vos (FvD)
Het klinkt verleidelijk, de toespraak van De Vos van FvD bij de Algemene Beschouwingen van 2025. Een land waarin je aan het eind van de maand honderden euro’s overhoudt, benzine weer “gewoon” één euro kost, de overheid kleiner wordt en ingewikkeld beleid over klimaat, stikstof, EU en migratie simpelweg wordt stopgezet. Wie zou daar tegen zijn? Toch is dit precies het soort verleidelijke eenvoud die een land duur komt te staan. Niet omdat we geen ambitie mogen hebben, maar omdat de route die wordt geschetst botst met wetten, verdragen, contracten en—niet onbelangrijk—met rekenwerk. Als je de beloftes laag voor laag afpelt, blijft er geen hervormingsplan over maar een rekening die we met z’n allen betalen.
Begin bij het juridische fundament. Nederland is geen eiland; we hebben wetten gemaakt en verdragen ondertekend die ons binden. Asiel en migratie zijn niet iets wat je “uitzet” zoals een lichtknop. Non-refoulement is een hard principe: je zet mensen niet terug naar onveiligheid. Gelijke behandeling voor langdurig legaal verblijvende migranten is verankerd. En binnen de EU gelden afspraken over vrij verkeer, gelijke sociale rechten en minimumnormen. Wie zegt: “we doen het toch” presenteert geen beleid, maar een uitnodiging aan rechters om het direct terug te fluiten. Je kunt natuurlijk kiezen voor confrontatie met dat recht—“we betalen de boete wel”—maar dan ruil je rechtszekerheid in voor permanente rechtsstrijd. Dat is geen soevereiniteit, dat is rechtsonzekerheid.
Hetzelfde geldt voor klimaat en stikstof. Of je het beleid sympathiek vindt of niet: Nederland heeft een Klimaatwet en is gebonden aan Europese doelstellingen. Die doelen zijn niet symbolisch; ze zijn juridisch en financieel vertaald in emissiehandel, vergunningstelsels en miljarden aan lopende contracten met energie- en netwerkbedrijven. “Wind uit, gas weer aan” klinkt stoer, tot je beseft dat bestaande parken langlopende afspraken hebben, dat netbeheerders investeringen plannen op basis van jarenlange regulering en dat het ETS elke extra ton CO₂ in klinkende munt beprijst. Alles terugdraaien betekent niet dat de kosten verdwijnen; het betekent dat de kosten verschuiven—naar schadeclaims, boetes, hogere emissierekeningen en een energievoorziening die afhankelijker wordt van geopolitieke grillen.
Energiebeleid is überhaupt geen schakelaar. Groningen heropenen? Dat vraagt wetgeving terugdraaien, nieuwe veiligheidsbeoordelingen en het opnieuw openen van putten die in veel gevallen definitief zijn afgesloten. Intussen lopen de risico’s—zowel fysiek als financieel—op. En zelfs áls je het juridisch zou forceren, doen de herstelkosten en aansprakelijkheden de vermeende opbrengst verdampen. Huizen massaal weer aan het gas? Dan verbouw je geen ideologie, maar miljoenen woningen; je verandert bouwvoorschriften, netcapaciteit, importstromen en leveringszekerheid. Dat is geen besparing, dat is een megaproject met een prijskaartje.
Dan het geld. Een vlaktaks van 20% met een hoge belastingvrije voet klinkt vriendelijk en overzichtelijk. Alleen: de staat financiert zorg, onderwijs, veiligheid, defensie en een fors deel van onze sociale zekerheid. Als je de grootste inkomstenbronnen fors verlaagt, moet je óf elders net zo fors snijden, óf het tekort laten oplopen. “We betalen dat uit het stoppen met EU, klimaat en migratie” is een optelsom die op papier grootse ruimte suggereert maar in de praktijk vooral tegenvallers oplevert. De Nederlandse EU-afdracht is geen bodemloze put; daar staan ook ontvangsten en markttoegang tegenover. Klimaatgeld is vaak meerjarig, deels investeringskapitaal dat toekomstige kosten verlaagt. Migratie “afschaffen” bestaat niet; je kunt de instroom sturen, maar je blijft uitgaven houden aan procedures, terugkeer, opvang en integratie. En als je regels overtreedt, komen de kosten via een andere deur binnen: inbreukprocedures, dwangsommen, schadevergoedingen.
Wat gebeurt er als je het tóch doordrukt? Eerst zie je het op de kapitaalmarkt. Onzeker beleid en het openlijk negeren van afspraken jagen de risicopremie op. Lenen wordt duurder, niet alleen voor de staat, ook voor banken en dus voor hypotheken en bedrijfsfinancieringen. Tegelijk vergroot je het reputatierisico van Nederland als betrouwbare contractpartner. Projectontwikkelaars, energiebedrijven en internationale investeerders rekenen dan met hogere risico-opslagen of mijden je markt. Dat vertaalt zich in minder concurrentie, hogere tarieven en tragere vernieuwing. De burger die rekende op “honderden euro’s per maand erbij” ziet elders geld weglekken: in rente, in verzekeringen, in duurdere import omdat de munt (bij EU-exit zelfs een nieuwe munt) onder druk staat.
EU-uittreding wordt in dit verhaal vaak gepresenteerd als een simpele winst: je betaalt niet meer “aan Brussel”. Maar uittreden levert frictie op aan de grens, onzekerheid over toegang tot de interne markt, nieuwe douaneprocedures en wisselkoersrisico’s. Exporteurs—onze banenmotor—betalen de rekening. Reizigers merken het aan roaming, verzekeringen, wachtrijen. Pensioenen en beleggingsportefeuilles krijgen klappen bij schokken op de financiële markten. En wie dacht dat de boodschappen goedkoper zouden worden, zal het effect van een zwakkere munt en nieuwe handelsdrempels in de supermarkt terugzien. Je ruilt een voorspelbare last in voor onvoorspelbare, vaak hogere kosten.
“En als we dan boetes krijgen? So what.” Die gedachte miskent hoe boetes en claims optellen én doorwerken. Rechterlijke dwangsommen voor het niet uitvoeren van EU-recht lopen per dag op. Contractbreuk levert niet alleen een schadepost op, maar ook een reputatie die toekomstige contracten duurder maakt. Het is alsof je het slot van je voordeur vervangt door een bordje “vertrouw me maar”; de premie van je verzekeraar stijgt, leveringen komen later, voorwaarden worden strenger. Vrijheid zonder betrouwbaarheid is geen kracht, het is een zwakte die je concurrenten benutten.
Het meest wrange is dat er wél verstandige, haalbare keuzes zijn. Je kunt gericht lasten op arbeid verlagen en die dekken met het versimpelen van regelingen die weinig doel treffen. Je kunt energie betaalbaar houden door betrouwbaarheid (basislast), besparing en schone productie slim te combineren—zodat je niet elke winter aan de gasprijs wordt overgeleverd. Je kunt migratie sturen met heldere selectie en stevige, snelle procedures, terwijl je rechten en plichten in balans brengt. Je kunt stikstof reduceren met investeringen die boeren perspectief bieden en vergunningverlening weer mogelijk maken. Al die dingen zijn niet zo sexy als een simpele vlaktaks of “stoppen met Brussel”, maar ze leveren wel op wat telt: echte voorspelbaarheid, echte groei, echte koopkracht.
De kern is dit: een samenleving is geen spreadsheet waarin je enkele kolommen op nul zet en vervolgens gratis geld vindt. Het is een netwerk van afspraken dat waarde creëert juist omdat je op elkaar kunt rekenen—juridisch, economisch, moreel. Wie dat netwerk achteloos doorknipt, verliest de voordelen die we nu voor vanzelfsprekend houden: lage financieringskosten, stevige handel, investeringsbereidheid, leveringszekerheid, rechtsbescherming. De prijs van makkelijke beloften is hoog en wordt uiteindelijk door gewone mensen betaald: in rente, in banen, in hogere rekeningen en in verloren zekerheden.
Ambitie hebben is goed. Grote woorden kunnen richting geven. Maar echte verandering begint bij eerlijkheid over de route. Niet “alles uit, geld erbij”, maar kiezen, schaven, doorrekenen, bijsturen. Wie dat saai vindt, vergist zich: niets is revolutionairder dan consistent beleid dat vertrouwen verdient. Dat is de enige manier waarop Nederland echt vooruitkomt—zonder sprookjes, mét resultaat.