Er is een motie aangenomen in de Tweede Kamer om Antifa als terreurorganisatie aan te merken. Maar laten we helder zijn: Antifa is geen organisatie. Er is geen bestuur, geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel, geen ledenbestand. Antifa is een beweging, een houding, een overtuiging. Het is de keuze om tegen fascism op te staan.
En laten we ook dát even scherpstellen: tegen fascisme zijn is geen misdaad. Het is juist een morele plicht. Fascisme is de ontkenning van menselijkheid. Het is het verheerlijken van ongelijkheid, onderdrukking en haat. Het is het tegenovergestelde van de samenleving waar we in vrijheid en gelijkwaardigheid samenleven.
Wie zich uitspreekt tegen fascisme, plaatst zich dus in een traditie die teruggaat tot de verzetsstrijders van de Tweede Wereldoorlog, tot de mensen die opstonden toen anderen wegkeken. Antifascisme ís de kern van onze democratie. Zonder antifascisme geen vrijheid, geen grondrechten, geen democratisch debat.
De motie om Antifa als terreurorganisatie te bestempelen, werd aangenomen met 76 stemmen vóór en 74 tegen. De partijen die vóór stemden: PVV, VVD, BBB, FVD, SGP en JA21. De partijen die tegen stemden: GroenLinks-PvdA, NSC, D66, CDA, SP, ChristenUnie, DENK, PvdD en Volt.
Dat laat zien hoe de lijnen in ons parlement lopen: een meerderheid gevormd door radicaal- en extreemrechtse partijen, gesteund door een deel van de conservatieve hoek. Tegenover hen staat een breed palet van partijen die beseffen dat antifascisme géén misdaad is, maar juist de basis van onze vrijheid.
En ja, ik zeg het helder en zonder omwegen: ik bén Antifa. Pak me maar op, als dat volgens de wet niet zou mogen. Want als de wet ooit zo ver afglijdt dat antifascisme verboden wordt, dan is het niet de antifascist die fout zit, maar de wet zelf.
Ik kies ervoor om menselijkheid boven haat te plaatsen. Om te staan voor gelijkwaardigheid, voor vrijheid, voor solidariteit. Niet omdat dat links of rechts is, maar omdat het menselijk is.
Ik ben tegen fascisme. Ik ben vóór antifascisme.