Dare to look silly….

Onlangs zag ik een jeugdvoetbaltrainer die zijn spelers voorbereidde op een training. Hij sprak niet over tactiek, techniek of winnen. In plaats daarvan stelde hij een paar eenvoudige vragen. Wie van jullie kan praten? Wie kan lopen? Wie kan eten? Natuurlijk gingen alle handen omhoog. Vervolgens vroeg hij hoe zij dat ooit geleerd hadden.

Het antwoord kennen we allemaal. Niemand heeft leren praten zonder eerst onverstaanbare klanken voort te brengen. Niemand heeft leren lopen zonder te vallen. Niemand heeft ooit zelfstandig leren eten zonder een periode waarin meer voedsel naast de mond terechtkwam dan erin. De kinderen moesten lachen toen hij dat zei, waarschijnlijk omdat ze zich daar nog iets bij konden voorstellen. Voor volwassenen ligt dat anders. Wij herinneren ons nauwelijks nog hoe vaak wij gevallen zijn voordat lopen vanzelfsprekend werd. Wij herinneren ons het resultaat veel beter dan het proces dat eraan voorafging.

Toch bleef zijn verhaal nog lang in mijn gedachten hangen. Niet vanwege voetbal. Ook niet vanwege kinderen. Het was de eenvoud van de gedachte die me trof. Achter zijn woorden ging namelijk een vraag schuil die veel groter is dan een sporttraining op een willekeurige middag. Waarom accepteren we moeiteloos dat leren gepaard gaat met onhandigheid, terwijl we tegelijkertijd zoveel moeite hebben met diezelfde onhandigheid zodra we haar bij onszelf tegenkomen?

Vrijwel iedereen zegt dat ontwikkeling belangrijk is. In het onderwijs spreken we over een leven lang leren. Organisaties investeren in opleidingen en trainingen. Ouders moedigen hun kinderen aan om nieuwsgierig te blijven. Leidinggevenden vragen medewerkers om initiatief te nemen, nieuwe ideeën te onderzoeken en buiten bestaande patronen te denken. Op papier lijkt onze samenleving leren buitengewoon belangrijk te vinden.

Tegelijkertijd ontstaat er iets opvallends zodra leren zichtbaar wordt. Een medewerker die een nieuwe vaardigheid ontwikkelt, maakt fouten. Een leidinggevende die een andere stijl van leidinggeven probeert, ontdekt dat niet ieder gesprek direct goed verloopt. Iemand die na jaren weer gaat studeren, merkt dat kennis opdoen gepaard gaat met onzekerheid. Wie een nieuwe taal leert spreken, hoort zichzelf zinnen formuleren die verre van vloeiend klinken. Het zijn allemaal volstrekt normale onderdelen van een leerproces. Toch voelen veel mensen zich ongemakkelijk zodra die fase zichtbaar wordt voor anderen.

Dat ongemak heeft waarschijnlijk minder te maken met leren dan met onze behoefte om competent over te komen. We leven in een wereld waarin resultaten voortdurend zichtbaar zijn. We zien de ervaren professional, de goede spreker, de succesvolle sporter of de vakman die zijn werk moeiteloos lijkt uit te voeren. Wat buiten beeld blijft, zijn de jaren waarin diezelfde mensen aan het oefenen waren. De aarzelende eerste stappen verdwijnen uit het verhaal zodra iemand ergens goed in wordt. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat bekwaamheid een eigenschap is, terwijl het in werkelijkheid vaak het eindpunt is van een lang proces vol correcties, fouten, twijfel en herhaling.

Juist daarom vond ik de boodschap van die trainer zo bijzonder. Hij vertelde zijn spelers dat hij graag wilde zien dat ze er af en toe een beetje gek uitzagen tijdens zijn training. Dat was volgens hem geen teken dat er iets misging. Het was juist een aanwijzing dat zij bezig waren iets nieuws te leren. Wie altijd binnen de grenzen blijft van wat hij al beheerst, zal zelden vreemd ogen. Tegelijkertijd zal hij weinig nieuws ontdekken. Groei vraagt bijna per definitie dat we een periode doormaken waarin we nog niet zijn wie we hopen te worden.

Die gedachte reikt verder dan sport. Ze raakt aan onderwijs, aan werk, aan relaties en misschien zelfs aan de manier waarop we naar onszelf kijken. Veel mensen verlangen naar verandering. Ze willen groeien, ontwikkelen of een nieuwe richting inslaan. Tegelijkertijd hopen ze dat dit proces zich zonder ongemak voltrekt. Alsof het mogelijk is om iets nieuws te leren zonder ooit zichtbaar beginner te zijn.

Toch wijst vrijwel alles in ons leven op het tegenovergestelde. Iedere vaardigheid die vandaag vanzelfsprekend voelt, was ooit onbekend terrein. Iedere overtuiging die vandaag stevig staat, begon ooit als een vraag. Iedere vorm van vertrouwen ontstond op een moment waarop vertrouwen nog ontbrak. Groei vraagt daarom niet alleen kennis, tijd of inspanning. Groei vraagt ook de bereidheid om een periode door te brengen in het ongemakkelijke gebied tussen nog niet en nog niet helemaal.

Misschien vergeten we dat omdat we zo gewend zijn geraakt aan het bewonderen van het eindresultaat. Toch bevindt de werkelijke waarde zich vaak juist in het deel van het verhaal dat nauwelijks zichtbaar is. In het oefenen. In het proberen. In het opnieuw beginnen wanneer iets niet lukt. In de bereidheid om er af en toe wat onhandig uit te zien terwijl iets nieuws langzaam vorm krijgt.

De jeugdtrainer sprak die middag tegen een groep kinderen. De les die hij meegaf lijkt echter minstens zo relevant voor volwassenen. Niet omdat volwassenen zijn vergeten hoe ze moeten leren, maar omdat velen van ons zijn vergeten dat leren een prijs heeft. Die prijs bestaat niet uit geld, tijd of inspanning alleen. Vaak bestaat zij uit de bereidheid om een tijdje minder bekwaam te lijken dan we zouden willen.

En juist daar begint opvallend vaak de weg naar groei.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.