Vanochtend begon mijn avontuur écht.
Om 07:00 uur stapte ik in de auto bij mijn broer Wim. Hij had speciaal voor mij zijn vrijdag opgeofferd: twee uur heen, twee uur terug, en tussendoor ook nog twee uur gezelschap bij een warme drank en een stuk appelgebak. Zes uur van zijn tijd – zomaar. Geen groot gebaar met toeters en bellen, maar juist zo liefdevol in zijn eenvoud. Geen woorden over opoffering of moeite, alleen een glimlach, een knik, en: “Veel succes, broertje.”
Onderweg reden we dwars door de regen. En niet zomaar regen: striemende plensbuien, grijze luchten, windstoten. Het weer leek me uit te dagen: “Ben je hier echt klaar voor?” Een eerlijk begin. Want Walking for Humanity gaat niet om gemak. Het gaat om menselijkheid, en die wordt vaak pas zichtbaar in moeilijke omstandigheden.
In Pieterburen aangekomen besloten we eerst nog even samen te zitten. Binnen bij Waddengenot.nl vonden we warmte en rust. Koffie voor Wim, warme chocolademelk met slagroom voor mij, en een stuk vers appelgebak dat ons allebei verraste. Het was een mooi moment van verbinding. Tussen ons, tussen vertrek en aankomst, tussen afscheid en begin.
De proloog: tussen wind, schapen en weidsheid
Na het afscheid begon ik aan de proloog. Geen officiële etappe nog, maar wel het symbolische begin van de tocht: van Pieterburen naar de dijk, naar het uiterste noorden van Nederland, waar het land eindigt en de zee begint.
Het landschap was ruig. Windkracht zes tegen, modderpaden onder mijn voeten, en de geur van zout en nat gras in mijn neus. Overal om me heen liepen schapen – tientallen, misschien wel honderd. Ze lagen in het gras, liepen op het pad, keken me nieuwsgierig aan of negeerden me compleet.
De lucht was dreigend, het licht veranderde voortdurend, en toch voelde het sereen. Dit was het begin dat ik niet had kunnen plannen, maar precies nodig had.
Lunch, schuilen en wachten
Na deze proloog keerde ik terug naar Pieterburen. Nog nat van een nieuwe bui, maar voldaan. In Waddengenot vond ik opnieuw onderdak. Zelfde plek, zelfde warmte. Een goede lunch, een fijne sfeer, en ook ditmaal een plek om te schuilen.
Want opnieuw trok een buienfront over. Dit keer heviger. Donkere wolken, bliksem in de verte. Ik wachtte. Er was geen haast. Met 12 kilometer voor de boeg had ik ruimte genoeg.
En dus vertrok ik pas laat in de middag voor het tweede stuk.
Van Pieterburen naar Winsum
De route voerde me via Eenrum naar Winsum. Het landschap was weids, vlak, stil. Geen hoogteverschillen, maar des te meer zicht op het oneindige. Af en toe kruiste ik een andere wandelaar, met hetzelfde doel. Er werd gegroet, maar verder liepen we ieder ons eigen pad.
In Eenrum nam ik pauze op een klein plein. Schoenen uit, voeten rust. En toen kwam Lisa.
Lisa
Ze liep voorbij, glimlachte en zei: “Sokken uit is nóg lekkerder.” Een kleine opmerking, die leidde tot een groot gesprek.
Ze vertelde me over haar leven. Over jaren waarin ze amper rondkwam, waarin keuzes beperkt waren en luxe ver weg. Maar ook hoe ze leerde overleven zonder bitterheid. Hoe ze vreugde vond in de kleine dingen. Hoe rijkdom niets te maken heeft met geld, maar met wat je vanbinnen bewaart.
Ze had er zelfs een lied over geschreven. Ik vroeg of ze het met me wilde delen. En daar, op dat plein, begon ze te zingen.
Een eenvoudige melodie, een diepe boodschap. En ik stond daar. In de open lucht. Tussen mijn stappen door. En luisterde.
Na afloop omhelsden we elkaar. We liepen nog een stukje samen op, honderd meter misschien. Daarna namen we afscheid.
Alleen verder
Even later haalde ik een man in. We wisselden wat woorden uit, maar ik voelde dat hij liever alleen liep. Geen probleem – deze tocht kent vele vormen van samenzijn. Na een paar minuten keek ik om, maar hij was nergens meer te bekennen. Alsof hij was opgelost in het landschap, ondanks onze gedeelde bestemming.
Een onverwacht welkom
In Winsum kreeg ik een tip van iemand van B&B Dimi: “Ga eens kijken bij De Krakende Wagen.”
Ik liep de tuin in. Daar ontmoette ik een gezin dat me herkende – ze hadden me onderweg zien lopen. Otto, de vader, vroeg me wat ik aan het doen was. Ik vertelde over mijn tocht, over mijn wens om deze reis te maken zonder geld, zoals zovelen moeten vluchten met niets.
Otto luisterde. En zei toen: “Laat mij anders even met de host praten. En als ze weigert, betaal ik de helft.”
Maar toen Eliane – de host – mij zag, hoefde ik nauwelijks iets te zeggen. Ze knikte, glimlachte en zei: “Ja.”
Ze bracht me naar mijn slaapplek: een knus caravannetje met de naam “Wie zoekt – die vindt.” We lachten. Hoe toepasselijk.
Na een warme douche bracht ze me eten: noodles, verse meloen, een schaaltje komkommer. Terwijl ik at, vroeg ik haar waarom ze zo snel ja had gezegd.
“Ik had nog één plek,” zei ze. “Maar ik heb de reserveringen gesloten. Ik wist dat iemand zou komen. En toen jij de tuin in liep, wist ik dat jij dat was.”
Later op de avond kwam Otto nog even langs. Hij was verbaasd dat er plek was – buiten hing immers een bordje VOL. Ik vertelde hem wat Eliane had gezegd. Hij knikte langzaam. En zei: “Sommige dingen gebeuren niet zomaar.”
Tot morgen
Wat een dag. Wat een ontmoetingen. Wat een overvloed.
Moe, maar intens dankbaar, kruip ik in mijn warme, kleine bedje. Een caravannetje in Winsum, met regen op het dak en verhalen in mijn hoofd.
Tot morgen.

Echt Ante, wat een bijzonder verhaal. Nu al en op meerdere vlakken. Zulke ontmoetingen nu al. Dat moet ondanks vermoeidheid een boost geven.
Het geeft een enorme boost wat ik elke dag meemaak en wie ik allemaal ontmoet. De ene dag nog specialer dan de andere. HEt is echt zo mooi.
Mooi verwoord.
Dank je wel 🙂 Het is ook een bijzonder mooie reis, kan ik je zeggen
Dank je wel!!
,Ik wist dat iemand zou komen’ en iemand die voor je zingt. Wauw!