Gisteren ging ik laat naar bed. Toch kroop ik nog even achter de laptop om de site weer een stukje mooier te maken: de planning kreeg een verbeterde weergave en dat voelt toch fijn, alsof je ook digitaal stap voor stap vooruitgaat. Vanochtend was ik alweer vroeg wakker om Josephine, mijn vriendin, te bellen. Een dag beginnen met de vrouw van wie je houdt, middenin een tocht als deze, dat geeft kracht en rust tegelijk.
Ook Therezi was al wakker. We pakten de draad van ons gesprek van gisteren weer op en kwamen tot de conclusie dat ik eigenlijk vandaag een rustdag had moeten nemen. Er viel nog zó veel te bespreken. Toch voel ik me te goed om nu te stoppen. Nog vijf lange etappes te gaan; een rustdag halverwege lijkt me verstandiger. Ze stopt me wat geld toe voor een ontbijt. Ik protesteer eerst, maar ze dringt aan. Dankbaar neem ik het aan en samen verlaten we de flat met uitzicht over de stad.
Langs de winkel haal ik croissants, jus d’orange en een fles drinkyoghurt. Rond negen uur vertrek ik echt. De eerste kilometers gaan door woonwijken en bedrijventerreinen. Totdat ik een klaphekje doorgaan. Ineens is de stad weg. Het rumoer klinkt nog even na, maar verstomt al snel. Een man met een hond ziet mijn verbaasde blik en lacht: “Ja, zo is dat hier. Vanaf nu alleen maar natuur.”
En hij had gelijk. Ik loop over het grenspad: links Duitsland, rechts Nederland. Even later komt er een Duitse vrouw met twee honden voorbij. Ze geeft me een prachtige gedachte mee: “Aan beide kanten is het mooi en gelijk. Er is geen verschil, behalve dat wij mensen er een stempel op drukken en er een verschil van maken.” Die woorden neem ik de hele dag met me mee.
Na zeven kilometer pauzeer ik kort. Een croissant “van Therezi” smaakt extra bijzonder. Tegen de middag ben ik al ver over de helft. Bij een klein lunchtentje geniet ik van een eenvoudige maaltijd. Wat een rijkdom dat dit zomaar kan. Tijdens de lunch luister ik naar een podcast van en over Mark (Walking is the best medicine), en hoor ik dat de maker – Herbert van der Pol – ook mij wil spreken. Dat voelt bijzonder. Mark geeft me bovendien wat contacten voor mijn laatste etappes. Opnieuw een teken dat deze tocht verbindt.
Aan het tafeltje naast me spreekt de man van een Vlaams stel me aan: “Zou jij vandaag geen rustdag nemen en een AZC bezoeken?” Ik leg hem uit dat die dag vervallen (er is geen AZC meer in Venlo) is, en dat mijn rustdag later in de route ligt. Hij volgt mijn tocht duidelijk en noemt me zelfs in zijn eigen blog. Hoe gaaf is dat? Ik loop in Duitsland, word gevolgd vanuit België… Walking for Humanity kent geen grenzen.
Het laatste stuk is misschien nog wel mooier dan het middenstuk. Wat een etappe. Alleen de bewegwijzering mag wat beter. Drie kilometer voor Swalmen neem ik plaats op een houten bank en tafel, gemaakt van stammen. Niet omdat ik echt moe ben, maar omdat ik tijd heb. Nog even zitten, nog even kijken, voor ik het dorp inloop.
En dan Swalmen. Een dorp uit mijn jeugd. Hier was ik op basisschoolkamp, groep 7 of 8. Ik herken de brug verderop en vermoed dat we destijds op dit terrein zaten. Ruim veertig jaar later ben ik terug – en dit keer te voet, vanaf de Waddenzee. Bijzonder.
Ik heb gehoord dat Hotel Asselt nu vluchtelingen opvangt, dus loop ik die kant op. Natuurlijk ligt het aan de andere kant van het dorp, waardoor mijn etappe bijna 25 kilometer wordt. Eenmaal aangekomen blijkt het hotel verlaten. In de tuin ontmoet ik de beheerder, die vertelt dat de vluchtelingen al in april vertrokken zijn. Wat er nu met het hotel gebeurt, is onzeker: opnieuw opvang, of terug als hotel? We praten over de kracht van onrecht, van geweld, van haat – factoren die we niet mogen vergeten als we nadenken over oorzaken en oplossingen van grote problemen.
Schuin tegenover vind ik bij een outdoororganisatie een blokhut voor de nacht. Prachtig, eenvoudig, maar precies goed. Ik zal er heerlijk slapen. Eerst werk ik nog even de site bij: vanaf nu kunnen jullie live meekijken welke etappes ik al gelopen heb en welke nog komen. Ook de verwachte planning staat er in. De bezoekjes aan AZC’s zijn er inmiddels uitgehaald: het COA kan daar logischerwijs niet aan meewerken, en bovendien klopte mijn informatie over locaties niet meer. Ik zal na mijn tocht hier nog nader op terug komen, wellicht wel in een boek 🙂
Ook de kilometerteller verdient uitleg. Die komt rechtstreeks uit mijn horloge, dus elke stap telt. Maar ik maak wel eens een ommetje – en vaker dan eens 🙂. Officieel is het Pieterpad zo’n 515 km. Mijn teller staat al dik 30 km hoger. Ik heb de totaalafstand nu bijgesteld naar 545 km, en zal de komende dagen proberen hem telkens bij te sturen. Want één ding is zeker: deze tocht is niet alleen een route over een kaart, het is ook een reis door herinneringen, ontmoetingen en gedachten die verder reiken dan de weg onder mijn voeten.