Hoe een miezerige dag veranderde in een stroom van bijzondere verhalen

Het is fris en er hangt miezer in de lucht. Na de hitte van de afgelopen dagen voelt dat als een verademing. Onderweg haalt een hardloper me in, op weg naar Doetinchem. Hij houdt even in voor een praatje. “Prachtig hardlopen hier,” zegt hij. We wisselen onze doelen uit. Hij vind mijn verhaal mooi en beloftevol en zal me gaan volgen. Er volgt een opgestoken duim en hij rent weer door.

De ochtend begint gezellig bij Loes. Ik vertrek later dan gepland, maar dat geeft niet. We praten nog wat over haar wijk in Amsterdam, hoe die de laatste jaren veranderde door de komst van nieuwe bewoners. Loes heeft zo haar zorgen, maar tegelijk steunt ze de opvang van vluchtelingen. Ik waardeer die open houding.

Na een uurtje lopen, 5,7 km verder (dat was een snel stukje…), neem ik mijn eerste pauze bij een leuk Rustpunt. Warme chocolademelk en een Mars – simpel en toch een feest. Een ouder stel op de fiets schuift aan. Ze hebben het Pieterpad twee keer gelopen, maar nu gaat dat niet meer: zij heeft twee nieuwe knieën, fietsen lukt gelukkig nog wel. Harm vertelt verhalen over vroeger, en als ik een herinnering uit Sleen deel, lacht hij: “Daar kom ik vandaan.” Hij vertelt hoe hij als jongen de kerktoren beklom toen die in de steigers stond. Twee vrienden werden later betrapt en kregen twee weken huisarrest na 18:00 uur niet meer naar buiten – en de politie hield toezicht, dt was hun buurman nog wel. We lachen er hard om, wat een prachtig verhaal.

Voordat ik verder ga, ontmoet ik nog kort een stel dat ik gisteren uitgebreid sprak tijdens mijn bijzondere pauze. Het zijn die kleine lijntjes die dit pad zo mooi maken.

Bij 11 km plan ik mijn lunchpauze. Geen bankje in de buurt, dus dan maar op de grond. Prima plekje, schoenen uit, brood en drinken. Bekende gezichten trekken voorbij, we groeten elkaar kort. Voor mij voelt het als een luxe lunch, even opladen. Na de lunch nog maar 6 km te gaan. Toch stop ik na 4 km om te checken hoe laat ik word gebeld voor een radio-uitzending van RTV Apeldoorn. Nog 45 minuten hoor ik. Ik besluit het dorp in te lopen en een plek te zoeken. Uiteindelijk lukt dat en we hebben een leuk gesprek op de radio.

Langs de route zie ik B&B “Bij Saartje thuis” (serieus de naam). Vol! helaas… Saartje geeft me tips en luistert toch even naar mijn verhaal. Ze is sceptisch, ervaart vooral negativiteit in Nederland. Ik vertel haar over mijn ervaringen vol menselijkheid. Ze bedankt me, maar wil me niet volgen op de socials. DIe gebruikt ze niet, zelfs niet voor haar B&B. Ze is klaar met socials.

In het centrum herken ik ineens vertrouwde gezichten: Denno met zijn moeder, en nu ook met zijn vader (die kende ik nog niet), samen op een terras. Ik mag hem Benno noemen, bevestigd Dennis. Dat is toch wel een klein feestje. Zijn moeder kijkt verbaasd op en zegt: “Ik zat net naar je foto’s te kijken… dat is toch toevallig!” We lachen erom, maar eigenlijk weet ik: dit soort momenten zijn allang geen toeval meer. Mijn reis hangt er vol van.

Ze nodigen me uit om erbij te komen zitten. Het is meteen vertrouwd. Ze bieden me een drankje aan en we halen herinneringen op aan de etappe. We hebben alle drie genoten van deze dag: mooi loopweer, een vriendelijke route en veel ontmoetingen onderweg. Voor ons alle drie voelde het alsof de kilometers vanzelf gingen.

Natuurlijk willen ze ook weten hoe het met mijn zoektocht gaat. Ik kan alleen maar eerlijk zijn: “Ik heb nog niks,” zeg ik. Dat antwoord is confronterend en tegelijkertijd eerlijk – precies zoals deze tocht voor mij bedoeld is. We praten even door over hoe dat voelt, over de hoop dat er onderweg antwoorden zullen komen, en over de kracht van het blijven lopen, ook zonder dat je precies weet waar het eindigt.
Dan gebeurt er weer zoiets onverwachts: Saartje – van de volle B&B – loopt langs het terras. Ze tikt me op de schouder en zegt: “Misschien is er nog plek bij Rue de montagne, daar moet je eens kijken.”

De familie kijkt me verrast aan. Zo eenvoudig kan toeval dus in elkaar grijpen. Als ik hier niet had gezeten, had Saartje me nooit kunnen aantikken. We lachen en knikken. Ze zeggen: “Dat lezen we straks wel in je blog.” Het is hun laatste dag, ze hebben hun tocht weer even afgerond. Na een warme groet vertrekken ze huiswaarts.

Ik loop naar Rue de Montagne 12 (Bergweg 12), maar twijfel bij het adres, een Twee-onder-een-kap. Bij de eerste niemand thuis. Bij de tweede doet een oudere man open: Wim. Het blijkt niet het juiste huis, maar ik mag wel wachten. Hij zet thee en we raken in gesprek. Bij de tweede deur doet een man van respectabele leeftijd open. Later hoor ik dat hij Wim Blok heet. Hoewel ik bij zijn buurman moet zijn, mag ik binnenkomen en even wachten. Dat wachten verandert al snel in een lange middag vol thee, gesprekken en verhalen.

Wim vertelt dat hij vroeger samen met zijn vrouw een B&B had, maar dat ze daarmee moesten stoppen. De hypotheekverstrekker beschouwde het als onderhuur en daarmee was het gedaan. “En nu wil ik het ook niet meer,” zegt hij. “Het was mooi, maar ik leid nu mijn eigen leven.” Hij wijst me op de schilderijen die door het hele huis hangen. Zijn ogen lichten op terwijl hij vertelt. De meeste zijn van hemzelf, een aantal van zijn vrouw. Het zijn stille getuigen van een gedeeld leven. Zijn vrouw overleed een paar jaar geleden aan Parkinson. Wim vertelt er nuchter over, maar het verdriet klinkt in elke zin door.

Tegelijkertijd straalt er trots door alles wat hij zegt. Vooral over zijn kinderen. Eén van hen kreeg een bijzondere opdracht: hij werd architect van een nieuwe moskee in Amsterdam, een project dat al tien jaar onderweg is en nu eindelijk vorm krijgt. “Hij heeft zelfs een aantal belangrijke religieuze uitingen mogen ontwerpen,” vertelt Wim, zichtbaar geraakt. De waardering die hij voelt van zijn zoon – en omgekeerd – spat er vanaf. Op de site van zijn zoon is dat respect ook prachtig te lezen.

We praten urenlang, terwijl ik eigenlijk alleen maar even op de buurman moest wachten. Uiteindelijk belt Wim hem: er is inderdaad plek, maar pas later vanavond. Geen probleem, want ik geniet van de gesprekken en van de warme gastvrijheid. Wim schuift me een bord pasta toe en vertelt verder. Het moment waarop de twee hardhorenden elkaar bellen, is hilarisch om mee te maken – ik zit er stiekem van te genieten.

Nog een verrassing: RTV Berkelstroom stuurt een berichtje. Ze delen mijn tocht op hun website en willen me graag verder volgen. Het voelt goed, alsof mijn verhaal steeds meer vleugels krijgt.

Dan komt Bert de tuin in. Nieuwsgierig naar mijn verhaal. Ik vertel hem over mijn kinderen, de bedreigingen, de pijn en de zoektocht naar een andere manier. Hoe daaruit Walking for Humanity is geboren. En ik vertel de toevalligheden van mijn tocht – al geloof ik al lang niet meer dat het toeval is. En dan het mooiste: ik mag bij hem blijven slapen. Mijn hart maakt een sprongetje. Ik kan wel dansen van vreugde. Dit is het pad dat zich steeds opnieuw ontvouwt. Menselijk, warm en vol onverwachte ontmoetingen. Samen lopen we naar zijn huis. Hij wijst mijn kamer en gaat het ontbijt voorbereiden. Ik neem een douche en kruip achter mijn laptop. De blog van vandaag schrijft zichzelf.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.