In de aanloop naar “Walking for Humanity” zal ik dagelijks een verhaal vertellen over menselijkheid. Over mijn ervaringen of die van anderen die hun verhaal met mij hebben gedeeld en die ik met liefde weer mag delen met jullie. Ook tijdens mijn “Walk”, zal ik dergelijke verhalen gaan delen. Hopelijk over mooie ontmoetingen tijdens Walking for Humanity. En doneren kan en mag natuurlijk nog steeds op mijn Gofundme-pagina.
Gisteren trapte ik het initiatief af met een terugblik op de verschrikkelijke aanslagen in Oslo en op Utoya in Noorwegen, gisteren precies 11 jaar terug. Vandaag wil ik vooral vooruit kijken. Kijken naar het heden en de toekomst na zo’n aanslag. Een gebeurtenis als deze dreunt door in een maatschappij, maar wat brengt het teweeg. Afgelopen winter was ik een aantal maanden in Noorwegen, waarvan 4 weken in Oslo. Gedurende deze periode heb ik mij verdiept in de aanslag, Gesproken met slachtoffers (of familie van), heb ik herdenkingsplaatsen bezocht en me laten meenemen in de verhalen. Een aantal van mijn ervaringen zal ik de komende periode met jullie delen.
Vandaag deel 1 in deze reeks: Een ontmoeting bij Utoya.
Op 29 januari 2025 besluit ik richting Utoya te tijden. Nog geen uur rijden, is het, naar het meer “Tyrifjorden” waar het eiland in ligt. Het meer ken ik goed, ik ben er in het verleden vaak geweest, echter niet meer sinds die verschrikkelijke aanslag op 22 juli 2011. Op het eiland ben ik nog nooit geweest, maar hoop er vandaag naartoe te kunnen. Ik wil het memorial bezoeken voor de aanslag waarbij zoveel voornamelijk kinderen zijn vermoord. Een aantal zijn (kinderen van) vrienden van mijn vrienden, vrijwel iedereen in Oslo (en zelfs in heel Noorwegen) kende wel iemand die iemand kende. Noorwegen is een groot land, maar niet met veel inwoners.

De wereld is wit en stil, waar ik door heen rijd. Ik merk aan mezelf dat ook ik stiller word naar mate ik dichterbij kom. De luide muziek die ik doorgaans aan heb staan in mijn auto, gaat zacht en uiteindelijk zelfs uit. Ik bereid me voor op de plek en wil daar eerbiedig mee omgaan. Aangekomen moet ik vanaf de hoofdweg een afslag nemen en ook van die zijweg sla ik uiteindelijk af naar de kade waar het pondje vertrekt. Ik leg exact dezelfde route af als de dader destijds, een wrang idee. Ik parkeer mijn auto en loop naar de kade. Het pondje is uit het water getild en wordt opgeknapt door een stel jonge mannen.
Naar het eilandje gaan is dus geen optie, maar aan de wal staat ook een gedenkteken. En die hakt er in! 77 bruinmetalen zuilen met elkaar verbonden en een voetpad er langs gesleten in de sneeuw. Er wordt kennelijk nog steeds en ook in de winter geregeld langs gelopen en geregeld bezocht. Elke pilaar staat voor een slachtoffer, met naam en leeftijd (één pilaar is blanco, de nabestaanden hebben nog niet besloten dat de naam openbaar mag worden weer gegeven). In het cirkeldiagram zie je de leeftijdsverdeling van de slachtoffer, bijna 90% was onder de 20….
Ik loop er langs en de tranen komen in mijn ogen, wat heftig. Ik lees elke naam en leeftijd hardop, om elk slachtoffer zo mijn bescheiden eer te bewijzen… Daarna loop ik naar de kade, waar normaal het pondje klaar ligt om mensen naar de overkant te brengen. Ik kijk over het water en aanschouw mijn prachtige Noorwegen. Ik zie het eiland en probeer in te denken hoe het moet zijn geweest op die 22e juli. Het lukt me niet, tranen rollen vrij over mijn wangen. “Dit mag nooit meer gebeuren!”, bedenk ik mij. “Wat kan ik doen om dit voortaan te voorkomen”. Maar ook: “Hoe komt een land dit te boven? Hoe gaan mensen hiermee om?”

Terwijl ik in gedachten ben verzonken voel ik ineens een hand op mijn schouder. En een jonge stem hoor ik ”Vi vant” tegen mij zeggen. Het dringt eerst niet tot me door. Ik versta hem wel, maar ben overrompeld. Ik ken hem niet, hij kent mij niet en toch zoekt hij me op, legt zijn hand op mijn schouder en zegt ” Vi vant”. “Wij hebben gewonnen”, betekent dat. Ik stamel iets in het Engels, waarop hij zichzelf veronstschuldigt en zijn woorden herhaald, maar nu in het Engels. “We won!”, klinkt zijn stem opnieuw indringender wellicht nog als net. Maar voor ik echt het gesprek aan kan knopen loopt de jonge man terug naar het pondje en vervolgt zijn werkzaamheden in stilte. Beduusd kijk ik nog een tijdje over het water, alvorens ik in mijn Noorse huurauto stap en weg rijd. Voor ik weg rij zwaaien de mannen, die aan het werk zijn, naar mij en werken vervolgens weer stug maar gewoon door, in de vrieskou.
In de auto terug dringen de woorden pas echt tot me door. “we won”, “vï vant”. Wat raakte me nu eigenlijk het meeste? De “Vi” of de “vant”….., het “wij” of het “winnen”? Ik voel aan alles dat het de “Vi” is. Noren zijn niet eenvoudig voor je te winnen, in eerste instantie zijn ze wat koud en afstandelijk. En toch was ik daar, met deze jonge man (en zijn collega’s) eventjes onderdeel van hun “vi”. Ik hoorde erbij, ik – de vreemdeling – was eventjes geen vreemdeling voor hen. En ik voelde dat hij gelijk had. Anders Breivik deed een onmenselijke daad om chaos, haat en verdeeldheid te zaaien, maar bereikte het tegendeel: De samenleving is, bijna 15 jaar later weer even hecht als daarvoor, wellicht nog wel sterker.
De menselijkheid heeft gewonnen…
“WIJ” hebben (of moet ik zeggen “WIJ heeft”) gewonnen!!!
