Menselijkheid gaat niet alleen maar over vluchtelingen of extreem rechts of extreem links gedachte goed (daarover later wellicht nog wel meer). Maar menselijkheid kan en zie je overal. En in mijn ogen is menselijkheid ook overal nodig, geen omgeving uitgezonderd. Vandaag wil ik het hebben over menselijkheid als manager. Ik heb de waarheid niet in pacht en weet niet wat nu wel of niet goed is om als manager te doen. Ik kies er echter voor om boven alles mens te zijn en mijn collega’s ook als zodanig te zien en vooral te behandelen. Als manager ben ik daardoor vooral coachend aanwezig. Ik vertrouw erop dat mijn team meer verstand heeft van de materie dan ik zelf. Dit komt mogelijk ook doordat ik al jaren als interim ingezet wordt op opdrachten. Dan is het steevast zo dat, in het team waar ik word aangesteld, of de rol die ik krijg toebedeeld in de organisatie, ik simpelweg minder weet dan de mensen om mij heen. Zeker op inhoudelijk vlak van wat de organisatie als dienst of product verkoopt. Mijn toegevoegde waarde zit dan vooral in mijn kijk op processen maar vooral op het bij elkaar brengen van de kennis die toch al aanwezig is in de organisatie.
Het volgende verhaal komt uit mijn eigen ervaring als interim manager. Uit privacy zijn namen en organisaties niet genoemd of voorzien van fictieve namen of branches. Het is een voorbeeld hoe menselijk handelen kan leiden tot een ommezwaai in handelen.
Een aantal jaren geleden kreeg ik een opdracht bij een groot internationaal bedrijf. De gesprekken voorafgaand verliepen al bijzonder waardoor ik er eigenlijk alleen maar meer zin in had. Een gesprek met de potentiële opdrachtgevers ging over van alles, behalve het werk. Het resultaat was : “we willen je erbij, u nog een rol waar dat past”. Heerlijk als dat op deze manier verloopt. Ik heb nog wel een paar van die voorbeelden, wellicht voor een andere keer. Maar goed, terug naar deze opdracht.
Ik zou leiding gaan geven aan een team applicatiebeheerders. Toen ik het team leerde kennen bleek dat er één niet aanwezig was, zij was ziek. Dat kan, dus deed er aanvankelijk weinig mee. Het team ging aan de slag en al snel kwamen de eerste knelpunten op tafel waarmee ik aan de slag kon gaan. De zieke medewerkster las vanuit huis wel haar mail en wilde een afspraak met mij om toch even nader kennis te maken. Ik had van mijn opdrachtgever ondertussen gehoord dat deze medewerkster al geruime tijd thuis zat en dat een gesprek daarom eigenlijk ook gewoon goed en verstandig was om eens te kijken hoe het nu met haar ging.
In de week erna had ik een half uur voor haar ingepland om nader kennis te maken. Dat was eigenlijk de insteek van het gesprek: Kennismaken! Daar trok ik altijd een half uur voor uit en dat is doorgaans meer dan voldoende. Zo ook nu. Tussen gesprekken in plan ik echter ook altijd een half uur. Dat klinkt wellicht niet efficiënt, maar ik vind oprechte aandacht belangrijker dan de klok. Een gesprek wat ik moet afkappen vanwege de tijd, voelt voor mij niet goed en dus plan ik ruim in. Na een half uur kan ik zo rustig en met respect naar een afronding zonder belangrijke fases af te kappen en monddood te slaan. Het gesprek begon redelijk standaard, wie ben jij, wie ben ik, wat is je rol en verantwoordelijkheid, voor en over ons allebei. Maar toen ik wilde gaan praten over mijn taken en bevoegdheden vroeg zij of ze haar visie kon vertellen. Uiteraard mocht dat, graag zelfs.
Wat volgde was 45minuten lang bagger en vuil spuien. Zoveel ontevredenheid en emoties had ik zelden gezien. Maar ik liet haar uitrazen en doorpraten. Immers ging alles wat ze zei, niet over mij maar over het verleden. Het was ooit, maar dat moest en zou anders, want zoals het nu ging kon echt niet. Dat was wel duidelijk en er was geen twijfel over mogelijk, hier zat pijn, woede, emotie. En dan in grote hoeveelheden. Na een uur in gesprek was ik uitgeput, zoveel negativiteit vreet energie. Waar ik normaal een gesprek, zeker niet eentje waar iemand haarzelf zo open geeft, niet afbreek was ik blij dat ik dit nu wel kon doen. Ik had een ander overleg en die kon ik niet afzeggen. Ik brak het gesprek abrupt af met de reden van mijn volgende afspraak. Voor ze de deur uit ging, gaf ze duidelijk aan dat ze nog lang niet klaar was en dat ze een vervolggesprek wilde. Ik schrok en twijfelde over mijn reactie. Uiteindelijk beloofde ik haar een nieuw gesprek in te plannen.
Een paar dagen later was dat gesprek. Ik had wederom een half uur gepland, met een half uur uitloop. Ik zou haar dit aan het begin duidelijk maken, maar zover kwam het niet. Ze kwam binnen, gaf mij een hand en ik voelde een volslagen andere houding. Haar blik was anders, haar handdruk voelde zachter, haar ogen stonden anders in haar hoofd. We gingen zitten en voor ik iets kon zeggen, stak ze wederom van wal. Echter nu met een totaal andere houding. Niks was meer verkeerd, fout of slecht. Ze had ideeën, gedachtes en plannen wat ze wilde gaan doen en hoe zij dacht dat dingen anders konden dan voorheen. Ze wilde de week erna weer gaan beginnen, blij dat ze was dat ze de dingen weer op kon pakken. Ik reageerde dat ik niet kon beloven dat alles wat ze wilde ook doorgevoerd kon worden. Er waren andere teamleden, en ook het management moet er natuurlijk wat van vinden. Ik verwachtte een nieuwe stortvloed, maar er kwam begrip en geduld. Dat was logisch, maar zullen we in ieder geval samen kijken wat mogelijk was. Ik zat tegenover dezelfde persoon, een paar dagen later, maar het leek wel een ander mens. Aan het einde van het half uur, rondden we het gesprek in een positieve sfeer af. Ik beloofde haar te kijken naar haar plannen en ideeën. Ik waarschuwde haar ook niet te snel weer volop te beginnen, ze was er immers lang uit geweest.
Ik liep met haar mee om een bakje koffie te pakken (al drink ik dat niet en koos ik voor mijn Chocodeluxe – met twee extra zakjes suiker). Daar vroeg ik tussen neus en lippen door: “wat is er gebeurt in deze paar dagen”. Haar antwoord was even ontwapend als bijna ontroerend: “JIJ”. Ik grapte dat ik niet was veranderd, maar ze drong aan. Ik was uiteraard niet veranderd, maar ik had wel iets veranderd in de organisatie, ging ze door. Nieuwsgierig vroeg ik wat, ik was immers nog maar net binnen en had letterlijk nog niks teweeg gebracht. Haar reactie, voor zo lachend de deur uitliep: “Je hebt geluisterd, oprecht naar me geluisterd! En dat is een groot verschil!” Binnen een paar weken was zij weer volledig aan het werk en vol nieuwe energie samen met het team begonnen aan de zo noodzakelijke veranderingen. Lang niet alles van wat zij wilde werd doorgevoerd, maar ze stond achter elk plan, want er was eindelijk naar haar geluisterd. Wat een beetje menselijkheid al niet te weeg kan brengen….


