De aanleiding voor dit blog ligt in het nieuws van vandaag: een stoet felgekleurde pakken, donkere schmink, rookwolken en een alternatieve intocht in Yerseke, terwijl de officiële intocht was afgelast vanwege aangekondigde protesten. Het is een beeld dat inmiddels elk jaar terugkomt en iets blootlegt dat veel dieper gaat dan de vraag hoe een kinderfeest eruit moet zien. Het raakt aan verlangen, identiteit, geschiedenis, pijn en misschien wel het ongemak dat we voelen wanneer tradities veranderen. En telkens, wanneer dit debat weer oplaait, probeer ik opnieuw te begrijpen waar die felheid vandaan komt.
Wat mij blijft verbazen, is dat de discussie zo ver is losgezongen van de oorsprong van het verhaal. Want wie teruggaat naar de oudste legendes rond Nicolaas – lang voordat hij de heilige Sinterklaas werd – ontdekt geen spoor van racisme. Integendeel zelfs. Eén van de verhalen die het vaakst wordt aangehaald, gaat over een jongen genaamd Piter, afkomstig uit Ethiopië. Piter werd als kind gevangen genomen en verhandeld op een slavenmarkt. Bisschop Nicolaas zag hem staan, kocht hem vrij en gaf hem zijn vrijheid terug. In sommige vertellingen kiest Piter er later zelf voor om bij Nicolaas te blijven, uit dankbaarheid en verbondenheid. Het verhaal gaat niet om ondergeschiktheid, maar om vrijheid, compassie en menselijke waardigheid.
Juist dat maakt de ironie zo groot. Een verhaal dat begint met het bevrijden van een Ethiopisch kind uit slavernij, wordt in onze tijd vaak gebruikt als symbool van vermeend racisme. Terwijl het fundament ervan precies het tegenovergestelde laat zien: het idee dat je de kwetsbaren beschermt, dat je opkomt voor wie geen stem heeft, dat je iemand zijn vrijheid en waardigheid teruggeeft. Het zou een prachtig startpunt kunnen zijn voor gesprekken met kinderen over gelijkwaardigheid, empathie en recht doen. Maar daarvoor moeten we wél bereid zijn het hele plaatje te zien.
Tegelijkertijd weet ik – uit directe omgeving – dat het uiterlijk van Zwarte Piet voor veel mensen pijnlijke herinneringen oproept. Niet vanwege het feest zelf, maar vanwege hoe kinderen onderling met elkaar omgaan. Ik ken mensen die als kind jaar na jaar werden nageroepen met “Zwarte Piet”. Niet speels bedoeld, maar als iets kleinerends. Dat heeft niets met Nicolaas te maken, niets met traditie, niets met oorsprong. Dat heeft alles te maken met gedrag, opvoeding en het ontbreken van ingrijpen door volwassenen. En wie zoveel verhalen hoort van mensen die dat zo hebben ervaren, kan dat niet naast zich neerleggen.
Het feest zelf heeft laten zien hoe flexibel het is. De karikaturale Piet van vroeger is vrijwel overal verdwenen. Kinderen zien tegenwoordig vrolijke, sportieve, fantasierijke Pieten, en het maakt hen niets uit. De magie blijft, de spanning blijft, het verhaal blijft. Het uiterlijk blijkt geen fundament van het Sinterklaasfeest te zijn.
Daarom is het zo’n misverstand om te denken dat het uiterlijk van Piet heilig is. Het feest kan prima verder zonder. En als we weten dat iets anderen kwetst, waarom zouden we dan niet meebewegen? Niet omdat traditie wordt opgeheven, maar omdat menselijkheid belangrijker is dan vormgeving. Tradities veranderen altijd – dat is geen verlies, maar groei.
Het Sinterklaasfeest ís geen racisme, het is ook nooit uit racisme ontstaan. Maar iets dat niet racistisch bedoeld is, kan wel pijn doen. En dat is waar luisteren begint. Als we iets kunnen leren van het verhaal van (Sint)Nicolaas en Piter, dan is het dit: vrijheid is nooit vanzelfsprekend, en medemensen doen ertoe. Misschien moeten we het Sinterklaasverhaal niet gebruiken om elkaar te bestrijden, maar als uitnodiging om elkaar beter te begrijpen. Misschien is dat wel de mooiste traditie die we eraan kunnen toevoegen.
