Is een waar verhaal het hele verhaal?

We leren mensen nooit in één keer kennen. Toch vormen we verrassend snel een beeld van iemand. Een onverwachte daad van menselijkheid krijgt daarin veel gewicht. Iemand helpt een ander zonder dat daar op dat moment een verplichting tegenover staat, steekt zijn nek uit of biedt ruimte waar dat helemaal niet vanzelfsprekend is. Zo’n gebaar is indrukwekkend, juist omdat het plaatsvindt voordat er werkelijk een band is ontstaan. Het vertelt iets over hoe iemand op dat moment naar een medemens kijkt, en dat goede verdient het om als goed herinnerd te worden.

Na zo’n eerste ontmoeting kan er tegelijkertijd afstand zijn. Een genereuze daad betekent niet automatisch dat iemand gemakkelijk mensen dichtbij laat komen. Het dagelijkse contact kan gesloten zijn, terughoudend en moeilijk. Vertrouwen heeft tijd nodig en groeit in kleine bewegingen. Een aangeboden hand wordt aanvankelijk afgeslagen en later toch aangenomen. Een praktisch gesprek wordt persoonlijker. Er wordt iets verteld wat niet iedereen hoeft te weten. Vervolgens nog iets. Langzaam ontstaat een verbinding waarin beide mensen meer van zichzelf laten zien.

Met die groei komen ook de verhalen.

Verhalen over wat iemand in het leven heeft meegemaakt, over mensen die teleurstelden, over relaties die ingewikkeld werden, over conflicten die ontstonden en over momenten waarop iemand zich tekortgedaan, tegengewerkt of gekwetst voelde. Wie langere tijd met iemand optrekt, krijgt zo geleidelijk toegang tot een geschiedenis die bij een eerste kennismaking volledig onzichtbaar was.

Daarbij gebeurt iets bijzonders. We leren de mensen uit iemands verleden kennen zonder hen ooit ontmoet te hebben.

We kennen de buur uit het verhaal. De voormalige collega. Een familielid. Een vriend die geen vriend meer is. Een zakenpartner met wie het verkeerd liep. We weten wat zij volgens het verhaal hebben gezegd, wat zij deden en welke gevolgen dat had voor degene die tegenover ons zit. Tegelijk kennen we van die verteller veel meer. We kennen de emotie achter het verhaal, de teleurstelling, de voorgeschiedenis zoals die wordt herinnerd en de redenen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.

Het ligt voor de hand om vervolgens te denken dat wij weten wat er is gebeurd.

Daar zit een mythe.

Een verhaal hoeft niet onwaar te zijn om onvolledig te zijn. Sterker nog, ieder afzonderlijk feit kan kloppen en toch kan een tweede verteller met precies dezelfde feiten een wezenlijk ander verhaal vertellen. Niet doordat waarheid plotseling relatief wordt, wel doordat feiten nooit zelfstandig bepalen welk verhaal ontstaat. De keuze welke feiten belangrijk zijn, waar het verhaal begint, welke voorgeschiedenis wordt meegenomen en waar het eindigt, geeft betekenis aan wat we horen.

De sociale psychologie kent hiervoor verschillende verklaringsmodellen. Een bekend idee is dat mensen hun eigen gedrag gemakkelijker vanuit omstandigheden verklaren en gedrag van anderen sneller vanuit hun persoonlijkheid. Die zogenoemde actor-observerasymmetrie werd lange tijd als een vrij algemene psychologische wet gepresenteerd. Juist daar zit nog een kleine Mythbuster in deze Mythbuster: een grote meta-analyse van 173 studies vond voor die algemene regel nauwelijks steun. Onder bepaalde omstandigheden werd het effect wel gevonden, alleen bleek de werkelijkheid veel minder eenvoudig dan de populaire psychologische wijsheid suggereerde.

Andere psychologische mechanismen zijn beter gedocumenteerd. Onderzoek naar de zogenoemde self-serving bias laat bijvoorbeeld zien dat mensen positieve uitkomsten gemiddeld gemakkelijker aan zichzelf toeschrijven en negatieve uitkomsten eerder aan externe oorzaken. Een meta-analyse van 266 studies vond daarvoor een duidelijk effect, terwijl ander onderzoek laat zien dat ervaren bedreiging van het zelfbeeld deze neiging kan versterken. Dat maakt iemand niet tot een leugenaar. Het vertelt vooral iets over hoe menselijk onze waarneming is.

Ook het begrip naïef realisme past daarbij. Psychologen Lee Ross en Andrew Ward beschreven hoe mensen geneigd zijn te ervaren dat zij de werkelijkheid redelijk objectief waarnemen. Wie dezelfde feiten ziet en redelijk nadenkt, zou volgens die intuïtie ongeveer tot dezelfde conclusie moeten komen. Wanneer een ander toch een heel andere conclusie trekt, wordt het verleidelijk diens kennis, redelijkheid of onbevooroordeeldheid ter discussie te stellen. Juist in conflicten kan dat mechanisme wederzijds optreden.

Dat maakt verhalen over conflicten zo interessant. Wanneer iemand tien conflicten uit zijn leven vertelt, leren we iets over tien andere mensen. Tegelijkertijd leren die tien verhalen ons tien keer iets over dezelfde verteller.

Dat betekent niet dat die verteller de oorzaak van al die conflicten is. Het betekent evenmin dat eerdere verhalen ineens verdacht moeten worden. Ieder verhaal bevat behalve informatie over gebeurtenissen ook informatie over degene die gebeurtenissen selecteert, interpreteert en betekenis geeft. Welke gebeurtenissen blijven hangen? Wanneer voelt iets als onrecht? Welke intenties worden bij een ander vermoed? Welke eigen reactie voelt logisch en noodzakelijk? Waar ligt het moment waarop begrip plaatsmaakt voor strijd?

Dat laatste wordt vooral zichtbaar wanneer omstandigheden veranderen.

Een relatie kan lange tijd groeien zolang belangen goed naast elkaar bestaan. Mensen leren elkaar beter kennen, helpen elkaar, delen persoonlijke verhalen en ontwikkelen een vorm van wederkerigheid. Vervolgens verandert er iets. Geld komt onder druk te staan, bestaanszekerheid wordt geraakt, angst ontstaat, verlies dreigt of twee belangen die lange tijd probleemloos naast elkaar bestonden komen tegenover elkaar te staan.

Dan komt een kant van iemand naar voren die nauwelijks lijkt te passen bij degene die je eerder hebt leren kennen. De mens die ooit zonder aarzeling hielp, is dezelfde mens die zich later afsluit. De persoon die vertrouwen gaf en kwetsbaarheid toonde, wordt onder druk hard. Iemand die lange tijd verbinding zocht, ervaart vanuit angst of eigenbelang ineens vooral strijd.

Het is verleidelijk om op zo’n moment te zeggen dat eindelijk de ware aard naar boven komt. Ook dat vind ik te eenvoudig. Waarom zou de mens onder druk echter zijn dan de mens die hielp? Waarom zou angst meer over iemands karakter vertellen dan vrijgevigheid? Waarom zou strijd de waarheid zijn en verbondenheid slechts een tijdelijke verschijning?

Ze zijn allemaal echt.

Toch gebeurt er op zo’n moment nog iets anders. Wanneer we gedrag ontmoeten dat we niet eerder van iemand kenden, krijgen oude verhalen ineens een andere betekenis. Niet omdat één feit uit die verhalen verandert. Niet omdat we plotseling weten wat destijds werkelijk gebeurde. Wel doordat we ons ineens kunnen voorstellen dat de mensen uit die verhalen óók een kant hebben ontmoet waarvan wij het bestaan eerder niet kenden.

Een nieuw verhaal kan daardoor onze blik op oude verhalen veranderen zonder dat één feit uit die oude verhalen hoeft te veranderen.

Dat vind ik een ongemakkelijke gedachte, juist omdat zij ook andersom werkt. De verhalen die ik zelf vertel over mensen die mij hebben gekwetst, teleurgesteld of tegengewerkt, vertellen niet alleen iets over hen. Ze vertellen ook iets over mij. Over wat ik belangrijk vind, welke gebeurtenissen ik onthoud, waar ik mijn verhaal laat beginnen en hoe ik mijn eigen handelen begrijp. Iemand die genoeg van mijn verhalen hoort, leert uiteindelijk niet alleen mijn verleden kennen. Diegene leert mijn perspectief kennen.

Daarmee wordt de vraag of een verhaal waar is bijna te klein.

Waarheid doet ertoe. Feiten doen ertoe. Toch ontstaat begrip pas wanneer we beseffen dat een feitelijk juist verhaal nog altijd vanuit één positie wordt verteld. De ontbrekende stem maakt het vertelde verhaal niet automatisch onwaar. Die stem kan dezelfde gebeurtenissen wel in een ander licht zetten.

Dat vraagt iets van ons wanneer we luisteren. Niet dat we ieder persoonlijk verhaal wantrouwen en ook niet dat we bij iedere pijn onmiddellijk op zoek gaan naar schuld aan beide kanten. Wel dat we ruimte laten voor wat we niet weten. Dat we beseffen dat we van de verteller vaak de binnenwereld kennen en van de ander hoofdzakelijk de buitenkant. Dat we voorzichtig zijn met conclusies over mensen die niet aan tafel zitten om hun eigen verhaal te vertellen.

En het vraagt nog iets wanneer we zelf vertellen. De bereidheid om af en toe niet alleen te kijken naar wie er in onze verhalen voorkomt, ook naar de enige persoon die in al die verhalen steeds opnieuw aanwezig is: wijzelf.

Want een waar verhaal kan veel vertellen over wat iemand is overkomen.

Het vertelt tegelijk iets over degene die het vertelt.

En als we lang genoeg luisteren, ontdekken we dat de interessantste vraag uiteindelijk niet is welke versie van iemand de echte was. De behulpzame, de afstandelijke, de verbonden, de angstige, de gekwetste en de strijdende mens kunnen allemaal bij dezelfde persoon horen.

De grotere vraag is daarom niet alleen of een waar verhaal het hele verhaal is.

Ook het verhaal dat wij over één mens vertellen, is nooit die hele mens.

Bronnen
Malle, B.F. (2006), The Actor–Observer Asymmetry in Attribution: A (Surprising) Meta-Analysis, Psychological Bulletin, 132(6), 895–919.
Ross, L. & Ward, A. (1996), Naive Realism: Implications for Social Conflict and Misunderstanding.
Mezulis, A.H., Abramson, L.Y., Hyde, J.S. & Hankin, B.L. (2004), Is There a Universal Positivity Bias in Attributions? A Meta-Analytic Review of Individual, Developmental, and Cultural Differences in the Self-Serving Attributional Bias, Psychological Bulletin, 130(5), 711–747.
Campbell, W.K. & Sedikides, C. (1999), Self-Threat Magnifies the Self-Serving Bias: A Meta-Analytic Integration.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.