Geschiedenis is meer dan een verzameling jaartallen. In oude documenten ligt vaak een gedachte verborgen die veel langer meegaat dan de tijd waarin zij werd opgeschreven. Af en toe komt zo’n document ineens weer voorbij. Een politieke partij deelt een citaat, een krant verwijst naar een historische gebeurtenis of een herdenking brengt een vergeten tekst opnieuw onder de aandacht. Op dat moment ontstaat een kans om niet alleen naar het verleden te kijken, tegelijk ook naar de waarden waarop wij onze samenleving vandaag baseren.
Vandaag gebeurde precies dat.
JA21 plaatste een bericht over het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581. Daarbij stond een zin die onmiddellijk mijn aandacht trok: “De overheid bestaat niet voor zichzelf, maar om de inwoners van Nederland te dienen.”
Ik besloot het Plakkaat zelf nog eens op te zoeken.
Het viel mij op hoe eenvoudig de kern eigenlijk is. Een vorst ontleent zijn gezag aan de verantwoordelijkheid die hij draagt voor de mensen over wie hij regeert. Zodra hij die verantwoordelijkheid verwaarloost, verdwijnt ook de rechtvaardiging van zijn macht. Legitimiteit ontstaat dus niet vanuit een kroon of een titel. Zij ontstaat vanuit de manier waarop een overheid haar taak vervult.
Tijdens het lezen zocht ik naar een omschrijving van wie die inwoners precies waren. Ik verwachtte ergens een afbakening te vinden. Een verwijzing naar geboortegrond, afkomst of wortels. Hoe langer ik las, hoe duidelijker werd dat ik die woorden nergens tegenkwam. Het Plakkaat spreekt over onderdanen en inwoners. Meer niet.
Dat bracht mij vanzelf bij de jaren waarin dit document ontstond.
Twee jaar eerder werd de Unie van Utrecht gesloten. Europa werd in die tijd verscheurd door godsdienstoorlogen. Hele bevolkingsgroepen sloegen op de vlucht omdat hun geloof hun leven in gevaar bracht. Juist in die periode kozen de noordelijke gewesten een andere richting. De Unie van Utrecht legde vast dat mensen niet vanwege hun geloof vervolgd mochten worden. Het Plakkaat van Verlatinghe bouwde daarop voort door uit te spreken dat een overheid haar legitimiteit verliest zodra zij haar inwoners niet langer beschermt.
In de jaren die volgden groeide de jonge Republiek uit tot een toevluchtsoord voor mensen die elders in Europa geen veilige toekomst meer zagen. Protestanten uit de Zuidelijke Nederlanden vestigden zich hier. Hugenoten verlieten Frankrijk. Sefardische Joden vonden vanuit Spanje en Portugal een nieuw thuis. Zij brachten hun kennis, hun ambachten, hun handelsnetwerken en hun cultuur mee. De ontwikkeling van de Republiek werd mede gevormd door mensen die hun geboortegrond hadden moeten verlaten.
Wanneer ik aan de oorsprong van Nederland denk, dan kom ik steeds weer uit bij deze periode. Hier werd een richting gekozen die onze samenleving eeuwenlang heeft beïnvloed. Vrijheid, verantwoordelijkheid en bescherming vormden geen losse idealen. Zij werden onderdeel van de manier waarop de Republiek zichzelf wilde organiseren.
Vanuit die gedachte keek ik opnieuw naar de boodschap van JA21.
De partij spreekt met regelmaat over een overheid die in de eerste plaats bestaat voor “de Nederlanders”. Dat standpunt is bekend en past binnen haar politieke visie. Tegelijkertijd kiest dezelfde partij ervoor om juist vandaag het Plakkaat van Verlatinghe onder de aandacht te brengen.
Daar begon voor mij de verwondering.
Ik lees een document waarin de legitimiteit van een overheid wordt verbonden aan haar verantwoordelijkheid voor de inwoners die onder haar gezag leven. Vervolgens zie ik een politieke boodschap waarin onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende groepen mensen die in Nederland wonen. Die twee gedachten laten zich voor mij moeilijk met elkaar verenigen.
Juist daardoor kwam ik uit bij de titel van deze beschouwing: De legitimiteit van JA21. Niet als verwijt, meer als een vraag. Een vraag die voortkomt uit de historische bron die de partij zelf naar voren schuift. Wanneer een partij haar inspiratie zoekt in het Plakkaat van Verlatinghe, dan mag datzelfde Plakkaat ook dienen als maatstaf voor haar eigen politieke uitgangspunten. Ik lees daarin geen onderscheid naar afkomst, geen onderscheid naar wortels en geen onderscheid tussen groepen inwoners. Ik lees een overheid die haar bestaansrecht ontleent aan de verantwoordelijkheid voor de mensen die onder haar gezag leven.
Geschiedenis geeft zelden eenvoudige antwoorden. Zij biedt wel een venster waardoor het heden scherper zichtbaar wordt. Dat maakt oude documenten waardevol. Zij herinneren ons eraan welke keuzes eerdere generaties maakten toen zij een samenleving wilden opbouwen.
Die gedachte bleef vandaag bij mij hangen, en dan vo vanwege het Plakkaat alleen.
Vooral vanwege de vraag hoe wij, ruim vier eeuwen later, zelf invulling geven aan de waarden waarop Nederland ooit werd gebouwd.