Het schrijven van een verhaal begint vaak in stilte. Niet de stilte van afwezigheid, eerder de stilte waarin gedachten zich ordenen zonder dat ze al uitgesproken hoeven te worden. In die ruimte ontstaan zinnen die nog niet getoetst zijn aan de werkelijkheid, die vooral kloppen in het moment waarin ze worden opgeschreven.
De afgelopen weken bevond ik mij in zo’n fase. Een reeks van vier blogs lag klaar, opgebouwd rondom liefde en alles wat daarin besloten ligt. De eerste twee delen vonden hun plek zonder wrijving. Ze keken terug. Ze gaven woorden aan wat geweest is. Er zat afstand in, en daarmee ook rust.
De derde en vierde lagen klaar om hetzelfde te doen voor wat nog gaande was. Dat voelde op dat moment logisch. Alsof het verhaal zich vanzelf aftekende. Alsof de richting helder was en alleen nog opgeschreven hoefde te worden.
Die helderheid bleek tijdelijk van aard.
Wat er daarna gebeurde laat zich lastig vangen in één moment. Het was geen plotseling inzicht en geen abrupte verandering. Eerder een verschuiving die zich langzaam aandient, zoals het licht aan het eind van de dag anders valt zonder dat iemand het aanzet. De woorden die eerder zo vanzelfsprekend leken, begonnen hun vanzelfsprekendheid te verliezen. Niet omdat ze onjuist waren, eerder omdat ze niet meer volledig voelden.
Dat is een ongemakkelijke plek voor iemand die schrijft.
Schrijven vraagt immers om een zekere vorm van vertrouwen. Vertrouwen dat wat je opschrijft, ook daadwerkelijk iets zegt over de werkelijkheid waarin je leeft. Zodra dat vertrouwen begint te schuiven, ontstaat er spanning. De tekst staat er, de woorden zijn gekozen, en toch wringt het.
In die spanning zit een keuze verscholen.
Je kunt vasthouden aan wat je eerder hebt geschreven. Het verhaal staat immers al. Het heeft vorm, het heeft richting, het is aangekondigd. De buitenwereld verwacht een vervolg, een afronding, een conclusie die het geheel rond maakt.
Je kunt ook erkennen dat een verhaal zich niet altijd laat afronden op het moment dat je dat had voorzien. Dat het leven zich niets aantrekt van planningen, van schema’s of van de behoefte om dingen netjes af te sluiten.
Die tweede weg voelt minder comfortabel. Het vraagt iets wat niet vanzelfsprekend is in een wereld waarin alles gedeeld en geduid wordt: het vermogen om te zeggen dat iets nog niet af is.
Wat hier speelt, raakt aan iets breders dan alleen dit 4-luik.
In veel domeinen van het leven bestaat de neiging om voortijdig betekenis te geven. In onderwijs wordt gezocht naar meetbare uitkomsten voordat een leerproces zich heeft kunnen ontvouwen. In de politiek worden standpunten ingenomen voordat alle perspectieven zichtbaar zijn. In relaties worden woorden uitgesproken die een richting suggereren die nog onderzocht had mogen worden.
Het verlangen naar duidelijkheid is begrijpelijk. Het geeft houvast, richting, een gevoel van controle. Tegelijkertijd kan datzelfde verlangen ervoor zorgen dat complexiteit wordt ingekaderd voordat zij zich heeft laten zien.
Wat er nu gebeurt met deze reeks blogs is daar een kleine afspiegeling van.
De derde en vierde tekst zijn geschreven vanuit een moment dat oprecht voelde. Dat moment bestaat nog steeds. Het is alleen niet meer het enige moment dat ertoe doet. Er zijn nieuwe lagen bijgekomen, nieuwe inzichten, nieuwe vragen die zich niet laten wegdrukken ten gunste van een eerder verhaal.
En dan verandert de vraag en is het niet langer: hoe maak ik dit verhaal af. Het wordt: wat vraagt deze situatie van mij als schrijver en als mens. Dat zijn twee rollen die dicht bij elkaar liggen, en tegelijk van elkaar verschillen. De schrijver wil afronden, duiden, betekenis geven.
De mens zoekt naar eerlijkheid, naar ruimte om te voelen wat nog niet helder is.
Wanneer die twee niet samenvallen, ontstaat er een keuze die niet over tekst gaat, eerder over integriteit.
De derde en vierde blog komen er. De verhalen verdwijnen niet. Ze worden alleen niet gepubliceerd zoals ze nu zijn. Niet omdat ze geen waarde hebben of omdat ze onwaar zijn, maar omdat ze op dit moment niet volledig zijn.
Dat vraagt tijd. Tijd om te ervaren wat er speelt zonder het direct te hoeven vertalen naar woorden die blijven staan. Tijd om te accepteren dat niet elk proces zich laat vangen in een vooraf bepaalde structuur. In die zin is deze tussenstap geen onderbreking van het verhaal. Het is een onderdeel ervan.
De lezer die tot hier is meegegaan, zal herkennen dat dit geen afgerond geheel is. Dat hoeft ook niet. Sommige verhalen winnen aan betekenis wanneer zij niet direct worden afgesloten. Ze nodigen uit tot meebewegen, tot het verdragen van het niet-weten.
Misschien ligt daar de werkelijke waarde van dit moment.
Niet in de conclusie die nog ontbreekt, wel in het besef dat een verhaal pas gedeeld hoeft te worden wanneer het werkelijk iets zegt over de werkelijkheid waarin het is ontstaan.
Tot die tijd blijft het in beweging.
Wordt vervolgd.