Alleen samen

Er is iets ontroerends aan het verhaal van Brian, juist omdat het zo klein begint. Een man die frisbee gooit in een park. Geen stadion, geen competitie, geen medailles. Disc golf, zoals de liefhebbers het noemen. Een spel dat je kunt spelen met een smoothie in je hand. Onschuldig bijna. Een hobby die hij zelfs een beetje gênant vindt om te delen.

Hij vond het opnieuw tijdens de pandemie, een aantal jaren geleden alweer, toen de wereld kleiner werd en de muren dichterbij kwamen. Buiten zijn werd noodzaak. Afstand werd de norm. In dat spel vond hij iets wat veel mensen in die periode zochten: ruimte in zijn hoofd. Een manier om te bewegen zonder geraakt te worden. Aanwezig zijn zonder werkelijk in contact te hoeven staan. Corona verdween langzaam, de wandelingen bleven… En… er waren ook anderen in dat park!

De man met de Chihuahua die tergend langzaam speelde. De vrouw in sportkleding die voortdurend ongevraagd advies gaf. De bebaarde man die classic rock uit zijn Bluetooth-speaker liet schallen, alsof niemand ooit genoeg heeft gehoord van Free Bird. Het waren geen slechte mensen. Ze waren gewoon… aanwezig. Te aanwezig. Hun eigenheid botste tegen zijn verlangen naar stilte.

Dus begon hij vroeger te komen. Wanneer het park nog leeg was en de lucht koel. Op een moment dat niemand iets van hem vroeg. Wanneer hij zijn rondje kon lopen zonder begroetingen, zonder opmerkingen, zonder sociale frictie. Het was heerlijk. Het voelde als controle.

Totdat zijn frisbee vast kwam te zitten.

Hoog in een boom, zichtbaar en toch onbereikbaar. Alsof het hem uitlachte. En precies op dat moment verscheen de man met de Chihuahua. Zonder ironie. Zonder oordeel. Gewoon met de vraag wat er aan de hand was. Wat volgde was een tafereel dat bijna komisch is in zijn onhandigheid: stenen die omhoog werden gegooid, een meetlint dat kansloos de lucht in werd geschoven, muziek die door het park galmde, takken die als speren richting de boom vlogen.

Het was rommelig. Luidruchtig. Ongecoördineerd. Alles wat hij juist had proberen te vermijden. En toch gebeurde er iets anders onder dat chaoslaagje.

Iemand klom in de boom. Bijna 20meter hoog. Op het moment dat de gitaarsolo van Free Bird inzette, sprong de frisbee los en stuiterde langs takken naar beneden. Iedereen hield zijn adem in. En toen het ding de grond raakte, barstte er gejuich los. Armen om schouders. Gelach. Opluchting.

Ze waren allemaal alleen gekomen die dag, zoals ze dat sinds Corona al jaren deden. En toch stonden ze daar, als een kleine, vreemde gemeenschap. Geen zorgvuldig gekozen vriendenkring. Geen mensen die precies op elkaar leken. Gewoon een verzameling excentriekelingen die samen een probleem hadden opgelost.

Op weg naar huis voelde hij zich lichter dan in lange tijd. Niet omdat hij zijn frisbee terug had. Hij had iets anders teruggevonden. Een gevoel van ergens bij te horen.  Iets wat hij, zonder het te beseffen, langzaam was kwijtgeraakt in de jaren van afstand en voorzichtigheid.

Dat raakt me, omdat het zo herkenbaar is.

We denken vaak dat rust zit in je afzonderen. Dat helderheid ontstaat wanneer anderen ons niet (kunnen) storen. Dat autonomie gelijkstaat aan vrijheid. En soms blijkt juist het tegenovergestelde waar. Soms is het de rommelige, ongevraagde, licht irritante betrokkenheid van anderen die ons herinnert aan wie we zijn. We zijn sociale wezens die zich kunnen wijsmaken dat we niemand nodig hebben. Totdat er iets vastzit. Totdat we merken dat alleen redden niet hetzelfde is als vervuld zijn.

Ik denk dat wat Brian ontdekte in dat park iets is wat wij allemaal opnieuw moeten leren. Dat een gemeenschap niet perfect hoeft te zijn om waardevol te zijn. Dat verbondenheid zelden ontstaat tussen mensen die precies op elkaar lijken. Je hoeft niet dezelfde smaak te hebben, niet dezelfde achtergrond, niet hetzelfde geloof, niet dezelfde politieke overtuiging of levensstijl. Je hoeft elkaar niet eens volledig te begrijpen.

Er is iets fundamenteels dat ons bindt. We zijn sociale wezens. We verlangen naar gezien worden, naar samen iets meemaken, naar het delen van een moment, hoe klein ook. Soms voel je je pas thuis wanneer je durft te erkennen dat je onderdeel bent van dat grotere geheel, juist tussen mensen die anders zijn dan jij. Niet ondanks die verschillen, ze mogen er gewoon zijn.

Hij gaat nu niet meer vroeg om iedereen te vermijden. Hij gaat wanneer het druk is. Hij loopt naar de groep toe. En hij groet hen. Niet omdat ze veranderd zijn, hij heeft ontdekt dat hij er zelf ook één is. Dat is een belangrijke essentie van menselijkheid: dat we allemaal een beetje misfit zijn, en dat precies daarin onze gezamenlijke plek ligt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.