Een paar dagen geleden, op 2 september, zou je jarig zijn geweest. Ik was het niet vergeten en zal jou ook nooit vergeten. Je zou 88 zijn geworden. Twee keer het oneindigsymbool op zijn kant – en misschien is dat wel precies de juiste manier om te beschrijven hoe jij nog altijd in mijn leven aanwezig bent: oneindig.
Oneindig veel denk ik aan je. Oneindig veel hou ik van je. Oneindig veel mis ik je, en oneindig vaak merk ik dat ik je nog nodig heb. Je raad, je woorden, je stilte die zoveel kon zeggen – ik had ze nu zo graag nog bij me gehad. Er zijn oneindig veel vragen die ik je zou willen stellen. Over het leven, over de keuzes die ik nu maak, over de weg die ik ga. Soms zelfs over de kleine dingen waarvan ik weet dat jij er met een knipoog en een wijs antwoord op terug zou komen. Maar de antwoorden komen niet meer. Het gesprek blijft uit. Alleen in mijn gedachten voer ik ze nog, alsof jij naast me zit en luisterend knikt.
Op je verjaardag had ik geen woorden. Ik wilde zoveel zeggen, maar de leegte maakte me stil. Wat heeft het voor zin? Jij leest het niet, jij hoort het niet. En toch weet ik: ergens, op een manier die ik niet kan uitleggen, komt het bij je aan. Want je bent er nog steeds, in alles wat ik doe en in alles wat ik voel.
De stappen die ik zet
In de stappen die ik nu zet in mijn leven, voel ik jouw aanwezigheid. Bij elke keuze, bij elke weg die ik insla, loop je met me mee. Het voelt alsof ik nog steeds een deel van jouw kracht bij me draag. Alsof jij me soms zachtjes een duwtje geeft, of juist fluistert dat ik geduld moet hebben. Ik ben oneindig dankbaar voor de tijd die je in mijn leven was, hoe eindig die ook is geweest. Die tijd was liefdevol, warm en wijs. Jij hebt een fundament gelegd dat oneindig doorwerkt in wie ik ben en hoe ik in het leven sta.
Maar tegelijkertijd blijft het gemis schrijnen. Het besef dat die eindige tijd nooit genoeg is geweest. Dat er altijd momenten zullen zijn waarin ik verlang naar jouw woorden, jouw blik, jouw goedkeurende lach.
Het gemis van mijn kinderen
En dan zijn er mijn kinderen. Jouw kleinkinderen. Hun gemis is misschien nog wel groter dan dat van mij, al drukken ze het op een andere manier uit. Zij hebben (weinig tot) geen herinneringen meer die ze kunnen ophalen zoals ik dat kan. Voor hen ben jij vooral een verhaal, een foto, een echo van iets dat had moeten zijn. Ze hadden jou zo hard nodig – een opa die hen zou leren fietsen, die met hen ondeugend zou zijn, die verhalen zou vertellen over vroeger. Een opa die hun zou leren dat oneindige liefde ook in kleine dingen schuilt.
En dan oma… twee jaar eerder al weggevallen, ook veel te vroeg. Het dubbel gemis van opa én oma drukt zwaar. Soms zie ik het in hun ogen, in de stille vragen die ze niet altijd stellen. Soms hoor ik het in hun opmerkingen – waarom zij geen opa en oma meer hebben om naartoe te gaan, waarom anderen wel. Het is een oneindige leegte die ik niet voor ze kan vullen, hoe graag ik dat ook zou willen.
Ik probeer jouw verhalen door te geven. Ik vertel wie je was, wat je zei, hoe je lachte, hoe je keek. Ik laat ze voelen dat er een oneindige lijn loopt van jou naar hen, ook al hebben ze elkaar nooit écht gekend zoals ik dat had gewild. En toch weet ik: ze missen niet alleen een beeld of een verhaal, ze missen de echte aanraking, de warme aanwezigheid. Het is een gemis dat zich niet laat dichten, een oneindige wond die onderdeel wordt van wie ze zijn.
Oneindige liefde
En toch, ondanks het gemis, overheerst de liefde. Die is groter dan de pijn, groter dan de leegte. Oneindig liefdevol was je in je leven, en oneindig liefdevol blijf je aanwezig, zelfs voorbij de grens van de tijd. Dat voel ik, elke dag opnieuw. En dat wil ik mijn kinderen laten voelen: dat liefde nooit ophoudt, dat jouw aanwezigheid niet verdwenen is, maar een andere vorm heeft gekregen.
Ik ben oneindig trots op jou, op wie je was, op wat je me gaf. En ik hoop dat ik iets van diezelfde oneindige liefde en wijsheid mag doorgeven. Aan mijn kinderen, aan de mensen die ik ontmoet, aan de wereld waarin ik verder mag gaan.
Want hoewel ik je mis, en hoewel de leegte soms oneindig groot lijkt, weet ik dat jij er nog bent. In mijn hart. In hun hart. In elke stap die ik zet.