Een maand lang liep ik van noord naar zuid Nederland. Ruim vijfhonderd kilometer te voet, door dorpen, steden, bossen en langs akkers. Het was geen tocht om alleen maar de benen te strekken of kilometers af te tikken. Ik had mezelf een opdracht gegeven: ontmoet zoveel mogelijk mensen. Spreek wie je tegenkomt, stel vragen, luister en wees open in elk gesprek.
Dat is iets wat ik online, op mijn socials, veel minder doe. Daar is het vaak zenden, of reageren in korte opmerkingen. Maar onderweg, face-to-face, ontstond er iets bijzonders. Zonder filters, zonder algoritmes die bepalen wie je wel of niet tegenkomt, ontmoette ik gewoon de mensen die er toevallig waren. En wat bleek: binnen tien minuten lukte het bijna altijd om een brug te slaan. Naar elkaars verlangens, naar zorgen, naar wensen voor de toekomst.
Wat mensen écht willen
Of ik nu sprak met een boer, een student, een gepensioneerde of een vluchteling: bijna iedereen zoekt hetzelfde. Veiligheid. Stabiliteit. Een plek waar je thuis kunt zijn. Een toekomst voor je kinderen. Iets van zekerheid, maar ook ruimte om je eigen leven in te vullen.
Die overeenkomsten raakten me, want vaak zien we vooral de verschillen. Politieke debatten, krantenkoppen en sociale media vergroten die uit. Maar op straat, bij de koffietafel of langs het wandelpad, bleken die verschillen ineens veel kleiner.
Het besef onderweg
Toch kwam er tijdens de tocht een belangrijk inzicht bij. Iets dat ik eerlijk gezegd te weinig in het politieke landschap hoor terugkomen: angsten die mensen hebben zijn écht.
Hoe onterecht ze rationeel gezien soms ook kunnen zijn, ze bestaan wel degelijk. Als iemand bang is dat hij zijn baan verliest, dat er geen betaalbare woning meer te vinden is, of dat zijn buurt verandert op een manier die hij niet begrijpt, dan is dat een echte emotie. Die angst wegwuiven met een handgebaar – “het valt allemaal wel mee” – helpt niet. Sterker nog: het vergroot de kloof.
Links en rechts in de omgang met angst
Daar zie ik een fundamenteel probleem. Politieke stromingen lijken vaak te vervallen in uitersten.
Aan de ene kant heb je partijen die angsten vooral wegzetten als onterecht. “Het klopt niet, dus het telt niet.” Daarmee ontneem je mensen erkenning. Terwijl iemand die zich zorgen maakt, juist eerst gehoord wil worden.
Aan de andere kant zijn er partijen die diezelfde angsten voeden en vergroten. “Je hebt gelijk dat je bang bent – en weet je wie de schuldige is?” Dat werkt politiek gezien vaak heel goed. Angst mobiliseert. Maar het brengt ons geen stap dichter bij oplossingen. Integendeel: het vergroot polarisatie, wantrouwen en verdeeldheid.
Wat er nodig is
Wat mij onderweg duidelijk werd, is dat de kunst zit in het midden. Niet in het wegwuiven van angst, en ook niet in het exploiteren ervan. Maar in het erkennen dat de angst écht is, en vervolgens samen zoeken naar de feiten, de mogelijkheden en de oplossingen.
Dat vraagt om luisteren, niet om roepen. Om gesprekken, niet om slogans. En om de bereidheid om elkaar niet meteen te veroordelen, maar eerst te begrijpen. Precies wat ik onderweg ervoer: binnen tien minuten kun je een brug slaan, mits je open het gesprek in gaat.
Een menselijke opdracht
Mijn wandeling door Nederland heeft me laten zien dat politiek misschien ingewikkeld is, maar menselijk contact vaak verrassend eenvoudig. Als je bereid bent echt te luisteren, vallen muren sneller weg dan je denkt.
De opdracht voor ons – en zeker voor politieke partijen – is dus: neem angst serieus, erken emoties, maar wees eerlijk over oplossingen. Geen wegwuiven, geen opjutten, maar bruggen bouwen.
Misschien klinkt dat idealistisch. Maar ik heb gezien dat het kan. Elke dag, elke ontmoeting, elke stap.