De afgelopen jaren zijn we elkaar kwijtgeraakt. Niet omdat we het oneens zijn, maar omdat we zijn vergeten hóe we het oneens mogen zijn. Populisme heeft van meningsverschil een strijd gemaakt. Van gesprek een gevecht. Van politiek een podium voor verontwaardiging.
Tijdens het wandelen leerde ik iets anders. Wie uren naast iemand loopt, met wind en stilte als gezelschap, merkt dat verschillen vanzelf kleiner worden. Er komt ruimte voor nuance. Voor luisteren. Voor die ene vraag die alles verzacht: “Vertel eens, waarom denk je dat zo?”
Ik logeerde bij een vrouw met een voorkeur voor een partij waar ik me fel tegen afzet. Toch spraken we elkaar en al snel was er een brug. We praatten over het Pieterpad, muziek en hoe de lucht rook na de regen. Daarna over het Pieterpad en mijn Walking for Humanity. Dat als vanzelf over ging in politiek. En toen hoorde ik haar verhaal – haar zorgen, haar teleurstelling, haar behoefte aan erkenning en gevoel van onveiligheid en angst. Niet uit boosheid, maar pijn omdat de politiek daar geen gehoor aan geeft, behalve ‘haar’ partij. Dat gesprek veranderde iets in mij. Niet omdat ik het met haar eens werd, maar omdat ik haar zag. Achter haar mening zat een mens. Haar angsten waren echt, hoe onecht de redenen daar weer achter waren. En daar, precies dat, was de kracht van onze verbinding.
Populisme leeft van vijandbeelden. Het heeft tegenstanders nodig om te bestaan. Maar elke keer dat we meedoen aan die logica, verliezen we een stukje menselijkheid. We worden wat we bestrijden: hard, wantrouwend, vermoeid. De echte tegenkracht van populisme is geen tegengeluid, maar nabijheid. Elkaar weer als mens zien. In het klein begint dat op straat, aan tafel, op het werk. De bereidheid om niet te willen winnen, maar te willen begrijpen.
Democratie is niet de kunst van het gelijk krijgen, maar van samenleven met verschil. Dat vraagt moed. Want luisteren zonder meteen te corrigeren voelt kwetsbaar. Maar precies daar groeit vertrouwen. Ik droom van een politiek die die kwetsbaarheid weer durft te tonen. Waar leiders niet sterker lijken door harder te schreeuwen, maar door eerlijk te twijfelen. Waar verschil geen bedreiging is, maar de zuurstof van onze democratie.
Tijdens het lopen dacht ik vaak: Als we allemaal een dag naast elkaar zouden moeten wandelen, zou het land in een week genezen. Want niemand kan uren zwijgend naast iemand lopen zonder iets van hem te gaan begrijpen. Wie de mens achter het meningsverschil ziet, ontdekt dat er altijd meer verbindt dan scheidt.
En dat hoop, net als wandelen, begint met één stap: Die naar elkaar toe!