We verwachten nogal wat van mensen die in hun leven zijn vastgelopen. Wie worstelt met een verslaving, psychische problemen of schulden, krijgt vaak het advies om eerst die problemen aan te pakken. Stop met drinken, zoek hulp, werk aan jezelf en probeer je leven weer op orde te krijgen. Wanneer je weer gezond en helder bent, wordt het gemakkelijker om werk te vinden. Met werk ontstaat inkomen, met inkomen wordt een woning bereikbaar en met een woning komt uiteindelijk de zekerheid terug die je nodig hebt om zelfstandig verder te kunnen.
Op zichzelf klinkt die redenering volkomen logisch. Toch zit er iets merkwaardigs in de volgorde waarin we verwachten dat mensen dat doen. Want hoe werk je aan herstel wanneer je iedere dag opnieuw moet bedenken waar je die nacht zult slapen? Hoe houd je een behandeling vol wanneer je geen veilige plek hebt om naar terug te keren? En hoe vind je de rust om aan je toekomst te werken wanneer je dagelijks bezig bent met overleven?
Juist die vragen kwamen bij mij op toen ik las over de Finse aanpak van dakloosheid. Finland heeft met het principe Housing First een andere volgorde gekozen. Mensen krijgen eerst een permanente woning aangeboden, met begeleiding die aansluit bij hun persoonlijke omstandigheden. Ze hoeven niet eerst hun verslaving te overwinnen of te bewijzen dat ze hun leven voldoende op orde hebben om zelfstandig te kunnen wonen.
De gedachte daarachter spreekt mij bijzonder aan. Geef iemand eerst een veilige basis, zodat er ruimte ontstaat om aan de problemen te werken die zijn leven beheersen.
Wat ligt er achter onze problemen?
Wanneer we spreken over dakloosheid, denken we al snel aan het ontbreken van een woning. Toch is dakloosheid vaak verweven met andere problemen. Schulden, verlies van werk, psychische kwetsbaarheid, verbroken relaties en verslaving kunnen elkaar versterken. Wat oorzaak is en wat gevolg, valt daarbij lang niet altijd eenvoudig vast te stellen.
Vooral bij verslaving vind ik dat een belangrijk gegeven. We kijken vaak naar het zichtbare probleem, naar het drinken of het drugsgebruik, en verwachten dat iemand daarmee stopt. Alleen kan achter dat middelengebruik een heel andere werkelijkheid verborgen liggen.
Verdriet dat nooit is verwerkt, een trauma dat iemand met zich meedraagt, eenzaamheid, angst of voortdurende stress. Alcohol en drugs kunnen een manier worden om die werkelijkheid tijdelijk te ontvluchten. Om gevoelens te verdoven die anders nauwelijks draaglijk lijken. Om even niet te hoeven denken aan alles wat morgen opnieuw op je wacht.
Natuurlijk ontstaat niet iedere verslaving op dezelfde manier. Afhankelijkheid kan uiteindelijk ook een zelfstandig lichamelijk en psychisch probleem worden. Toch blijft de vraag belangrijk wat iemand probeert te ontvluchten en welke omstandigheden het herstel voortdurend bemoeilijken.
Wanneer we uitsluitend de verslaving proberen weg te nemen, zonder aandacht te besteden aan de werkelijkheid waarin iemand leeft, bestaat het risico dat we vooral het zichtbare probleem behandelen en onvoldoende oog hebben voor wat daarachter ligt.
Een sleutel is meer dan toegang tot een woning
Stel je voor dat je na een lange periode van onzekerheid eindelijk een eigen voordeur hebt. Een sleutel waarmee je naar binnen kunt, een bed waarin je iedere avond kunt slapen en een plek waar je spullen veilig zijn. Je kunt douchen wanneer je wilt, je kunt eten bereiden en je hoeft niet voortdurend rekening te houden met de vraag waar je morgen terechtkunt.
De problemen waarmee iemand worstelt, verdwijnen daardoor niet onmiddellijk. Een woning geneest geen trauma, lost geen schulden op en maakt een verslaving niet ongedaan. Professionele begeleiding blijft vaak noodzakelijk. Toch verandert er iets wezenlijks wanneer de dagelijkse onzekerheid over onderdak verdwijnt.
Er ontstaat rust, waardoor iemand opnieuw aandacht kan besteden aan andere delen van zijn leven. Aan gezondheid, relaties, behandeling, werk en uiteindelijk ook aan persoonlijke ontwikkeling.
Wat mij hierin vooral aanspreekt, is dat we de verantwoordelijkheid voor het eigen leven niet wegnemen. We veranderen de omstandigheden waarin iemand die verantwoordelijkheid moet proberen te dragen. We erkennen dat een veilige plek juist kan helpen om het leven weer op orde te krijgen.
Ruimte om opnieuw te leren
Wanneer iemand voortdurend bezig is met overleven, raakt de toekomst gemakkelijk op de achtergrond. Met een stabiele woonplek kan dat geleidelijk veranderen. Iemand krijgt de gelegenheid om opnieuw na te denken over wat hij wil, wat hij kan en welke mogelijkheden er nog zijn.
En daarmee komen we bij een onderwerp dat op het eerste gezicht weinig met dakloosheid te maken lijkt te hebben: onderwijs.
Want leren is niet uitsluitend iets wat kinderen op school doen. Ook volwassenen blijven zich ontwikkelen. Ze volgen opleidingen, leren nieuwe vaardigheden, laten zich omscholen of proberen na een moeilijke periode opnieuw aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt.
Voor iemand die jarenlang heeft geworsteld met verslaving, werkloosheid of dakloosheid, kan een opleiding lange tijd onbereikbaar zijn geweest. Zodra er weer stabiliteit ontstaat, kunnen zulke mogelijkheden langzaam terugkeren. Een afgebroken opleiding kan worden hervat, een omscholingstraject kan uitzicht bieden op ander werk en het ontdekken van nieuwe vaardigheden kan bijdragen aan het herwinnen van zelfvertrouwen.
Die ontwikkeling verloopt voor ieder mens anders. Voor de een begint herstel met beter slapen, voor een ander met het herstellen van familiecontacten of het leren omgaan met psychische problemen. Toch vraagt iedere vorm van ontwikkeling om ruimte in je hoofd, en die ruimte ontstaat gemakkelijker wanneer je niet voortdurend bezig bent met overleven.
Ook kinderen hebben een veilige basis nodig
De betekenis van een veilig thuis wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar gezinnen die met dakloosheid te maken krijgen.
Een kind dat met zijn moeder of vader in een opvanglocatie verblijft, kan gewoon naar school gaan. Het heeft recht op onderwijs en kan daar dezelfde lessen volgen als zijn klasgenoten. Alleen neemt een kind zijn thuissituatie iedere ochtend mee naar school.
Wanneer een ouder worstelt met verslaving, psychische problemen of voortdurende onzekerheid over huisvesting, kan dat grote invloed hebben op het gezinsleven. Kinderen voelen vaak meer van die spanningen dan volwassenen beseffen. Ze maken zich zorgen over hun ouders, over wat er thuis gebeurt en over wat de volgende dag zal brengen.
Een kind dat slecht heeft geslapen of voortdurend onzekerheid ervaart, begint de schooldag vanuit andere omstandigheden dan een klasgenoot die uitgerust en ontspannen binnenkomt. Dezelfde leerkracht, dezelfde lesstof en hetzelfde klaslokaal betekenen dan nog niet dat beide kinderen dezelfde mogelijkheden hebben om te leren.
Ook hier kan Housing First een wezenlijk verschil maken. Een stabiele woning biedt een vertrouwde plek om te slapen, te spelen en tot rust te komen. Een plek waar kinderen na schooltijd kunnen thuiskomen en waar ouders, met de ondersteuning die zij nodig hebben, opnieuw aan stabiliteit kunnen werken.
Daarmee ontstaat ruimte voor kinderen om kind te zijn, om nieuwsgierig te worden en om te leren.
Een thuis is het begin
Voor mij raakt Housing First aan een veel bredere maatschappelijke gedachte. We kunnen blijven verwachten dat mensen eerst hun problemen oplossen voordat zij toegang krijgen tot de zekerheid die anderen als vanzelfsprekend ervaren. We kunnen ook onderzoeken welke basisvoorwaarden mensen nodig hebben om die problemen daadwerkelijk aan te kunnen pakken.
Zorg eerst voor de mens en zijn basiszekerheid. Een veilige plek om thuis te komen, waar de gebeurtenissen van de dag een plek kunnen krijgen en waar je morgen opnieuw vanuit dezelfde basis kunt beginnen. Van daaruit ontstaat ruimte om te herstellen, verantwoordelijkheid te nemen, relaties op te bouwen, werk te zoeken en nieuwe dingen te leren.
Voor kinderen geldt hetzelfde. Een veilig thuis vormt een belangrijk fundament voor hun ontwikkeling en hun mogelijkheden om onderwijs te volgen.
Toch zijn we daarmee nog niet klaar. Want ook wanneer ieder kind een veilig thuis heeft, betekent dat nog niet dat ieder kind thuis dezelfde mogelijkheden heeft om te leren. De ene leerling beschikt over een eigen kamer, een laptop en ouders die kunnen helpen. Een andere leerling heeft beperkte toegang tot digitale middelen, ouders die nauwelijks beschikbaar zijn of verantwoordelijkheden binnen het gezin die veel tijd vragen.
En toch geven we al die kinderen hetzelfde huiswerk mee.
Daarmee verplaatsen we een deel van het onderwijs naar een omgeving waarin de omstandigheden sterk uiteenlopen en waarop scholen nauwelijks invloed hebben.
Volgende week wil ik daarom een stap verder gaan. Als we gelijke onderwijskansen werkelijk belangrijk vinden, waarom accepteren we dan dat huiswerk die ongelijkheid kan vergroten? En zouden we niet moeten streven naar onderwijs waarin al het schoolwerk op school plaatsvindt?