Wat is jouw talent?

Op mijn reis van de afgelopen twee jaar komen er steeds meer herinneringen boven drijven. Fijne, wrange, helende, grappige, pijnlijke – en alles daartussenin. Ik zie fouten die ik maakte, lessen die ik heb geleerd of nog steeds aan het leren ben. Soms voelt het alsof mijn eigen leven langs me heen wandelt en af en toe even mijn hand vasthoudt: kijk nog eens, begrijp nog eens, ontspan nog eens.

In een gesprek met een coachee hadden we het over talent of, zoals mensen het graag noemen, een gave. Dat woord klinkt zo licht en glanzend, alsof het leven je iets moois heeft toevertrouwd dat alleen nog maar hoeft te worden uitgepakt. Maar een gave is zelden alleen maar mooi. Het schept ook verwachtingen. Van anderen, maar vooral ook van jezelf.

Het schoolsysteem kan je talent in de weg zitten. Je kunt geweldig zijn in muziek, maar het verschrikkelijk vinden om op te treden. Je kunt een gave hebben waarmee je emoties omzet in iets prachtigs, maar zodra anderen van je verwachten dat je dat ‘even’ komt delen, voelt het als een inkijk in je ziel waar je zelf nog nauwelijks woorden voor hebt. Niet iedereen begrijpt dat. Misschien hoeft dat ook niet, maar het maakt het niet minder ingewikkeld.

Mijn vader was hoogbegaafd. Dat ontdekten wij pas na zijn overlijden, toen we zijn lidmaatschap van Mensa tussen zijn papieren vonden. Hij heeft er nooit mee te koop gelopen. Wat hij wél zei, zijn hele leven lang: als je ergens goed in bent, moet je het inzetten voor iets goeds. Voor een ander. Voor de wereld, hoe klein die soms voelt.

In de laatste twee jaar van zijn leven hebben we veel met elkaar gesproken. Gesprekken die nu gouden draden vormen door mijn herinneringen heen. Het overlijden van mijn moeder, twee jaar eerder, maakte dat ik in die gesprekken heel helder wist: dit ben ik met mijn vader.

Mijn ouders leefden met open handen. Als ze konden helpen, dan deden ze dat. Soms financieel, soms praktisch, altijd vanuit het hart. Wij kenden als gezin periodes van weinig en periodes van veel, maar tekort kwamen we nooit. En in de rijke jaren hebben zij mij de wereld laten zien – vaak Noorwegen, want daar lag zijn hart (denk ik), en ik begrijp nu beter waarom het ook het mijne is geworden.

Mijn vader sprak nooit over zijn hoogbegaafdheid, maar hij bewees het dagelijks. Hij las meerdere boeken tegelijk, van sprookjes tot geschiedenis, van fictie tot diepgravende non-fictie. Als ik vroeg waarom ze bij elkaar lagen, legde hij rustig uit welke lijn hij zag tussen verhalen die voor mij geen enkele verbinding hadden. Hij dacht in patronen die ik pas jaren later zou leren herkennen-bij hem, én bij mezelf.

Ook ik ben hoogbegaafd, al wilde ik dat lange tijd vooral niet zijn. Bij mijn Mensa-toets zakte gelukkig ik op één onderdeel op een marge die volgens de examinator veroorzaakt kon zijn door eenvoudig weg een slok water voor ik antwoord gaf ipv daarna. Hij nodigde me uit om het jaar erop terug te komen; ik zou zonder twijfel slagen, de andere cijfers gaven daar meer dan voldoende aanleiding toe. Maar ik deed het niet. Ik wilde het label niet. Ik wist niet wat ik ermee moest. Nu kon ik zeggen: “Ik ben niet hoogbegaafd”.

Dat ik die toets überhaupt deed, was dankzij Fabienne Noe, die mij coachte. Haar begeleiding bleek veel waardevoller dan ik toen kon vermoeden. Ze vroeg na verloop van tijd of ik misschien hoogbegaafd was. Ik lachte dat weg: MAVO, blijven zitten, HAVO, blijven zitten, CIOS in meer jaar dan gepland, HBO begonnen en nooit afgemaakt – hoezo hoogbegaafd? Ik?

Maar de puzzelstukjes vielen pas veel later. Toen ik die thuistest van Mensa deed. En vervolgens in Heemstede bijna slaagde. Toen ik hoorde wat de examinator zei. Toen de woorden van Fabienne terug klonken. Toen mijn eigen leven ineens begrijpelijker werd dan ooit.

En toen kwam het gewicht. Niet het gewicht van ‘ik ben hoogbegaafd’, maar het gewicht van de opdracht die ik van mijn vader had meegekregen: gebruik je talent voor iets goeds. Zonder dat ik het wist, legde ik datzelfde gewicht ook op mijn kinderen.

Maar de afgelopen jaren heb ik iets geleerd wat ik mijn vader graag nog had willen vertellen dat ik het eindelijk begreep: het gaat niet om presteren. Het gaat niet om laten zien wat je kunt. Het gaat niet om voldoen aan een verwachtingspatroon dat talent verandert in druk. Het gaat erom je talent in te zetten op een manier die bij jou past. Op het moment dat het klopt. Op een manier die licht geeft, niet weegt.

Onlangs kwam ik een filmpje tegen dat dit mooier verwoordde dan ik ooit zou kunnen. Vrij vertaald:

‘Een perenboom eet geen peren. De boom krijgt water en zonlicht. De vruchten zijn niet voor zichzelf, maar voor de voorbijgangers. Jouw talent is niet voor jou. Wees niet bang, niet verdrietig, niet ongemakkelijk. Deel de peren. Jouw wijsheid-jouw talent – Deze is bedoeld om door jou heen te stromen naar anderen.’

Wat voor boom ben jij? En welk fruit deel jij uit?

Wees trots op je talent, koester het, bescherm het, maar bovenal:

Deel het, want dáárvoor is het bedoeld!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.