Organisaties besteden veel tijd aan plannen, voorspellen en beheersen. Strategische doelen worden vastgesteld, projecten worden ingericht en resultaten worden geformuleerd. Dat is logisch. Zonder richting ontstaat al snel onduidelijkheid.
Toch kent vrijwel iedere organisatie momenten waarop de werkelijkheid een andere route kiest dan gepland.
Een project loopt vertraging op. Een aanbesteding wordt verloren. Een gewenste kandidaat kiest voor een andere werkgever. Een veranderingstraject levert minder resultaat op dan verwacht. In eerste instantie worden dergelijke gebeurtenissen vaak gezien als mislukkingen of tegenvallers. De aandacht richt zich op wat niet is gelukt.
Dat is begrijpelijk. Tegelijkertijd ontstaat juist op zulke momenten vaak waardevolle informatie.
Veel succesvolle organisaties onderscheiden zich niet doordat alles volgens plan verloopt. Zij onderscheiden zich doordat zij in staat zijn om te leren van situaties die anders uitpakken dan verwacht. Een tegenvaller wordt dan niet uitsluitend gezien als een probleem dat opgelost moet worden, maar ook als een bron van inzicht.
Wie terugkijkt op grote veranderingen binnen organisaties ziet dat regelmatig terug. Een product dat onvoldoende aansloeg leidde tot een beter alternatief. Een mislukt project maakte zichtbaar waar processen tekortschoten. Een afgewezen voorstel dwong een team om scherper na te denken over de behoeften van klanten of stakeholders.
Op het moment zelf voelt zo’n ervaring zelden positief. Mensen investeren immers tijd, energie en betrokkenheid in hun werk. Wanneer resultaten uitblijven, ontstaat teleurstelling. Die reactie is menselijk en hoort bij professioneel eigenaarschap.
De vraag die vervolgens van belang wordt, is hoe een organisatie met die teleurstelling omgaat.
Een cultuur die uitsluitend kijkt naar succes loopt het risico waardevolle lessen te missen. Een cultuur die ruimte biedt voor reflectie creëert de mogelijkheid om ervaringen om te zetten in ontwikkeling. Dat vraagt om leiderschap dat verder kijkt dan de korte termijn en dat bereid is om moeilijke vragen te stellen zonder direct op zoek te gaan naar schuldigen.
Binnen verandertrajecten is dat principe duidelijk zichtbaar. Niet iedere interventie levert direct het gewenste effect op. Niet iedere beslissing blijkt achteraf de beste keuze. Toch vormen juist die ervaringen vaak de basis voor betere besluiten in de toekomst. Organisaties ontwikkelen zich immers niet uitsluitend door wat goed gaat. Zij ontwikkelen zich ook door wat anders loopt dan verwacht.
Dat vraagt om een andere manier van kijken naar tegenslagen. Niet vanuit de gedachte dat iedere tegenvaller automatisch waardevol is, aangezien sommige situaties simpelweg vervelend of kostbaar zijn. Wel vanuit het besef dat iedere gebeurtenis informatie bevat die kan bijdragen aan betere keuzes.
Professionele groei ontstaat vaak op het snijvlak van ambitie en realiteit. Daar waar plannen worden geconfronteerd met de praktijk ontstaat inzicht. Daar worden aannames getoetst. Daar wordt zichtbaar wat werkt en wat aangepast moet worden.
Juist daarom verdienen tegenvallers meer aandacht dan zij vaak krijgen. Niet omdat organisaties moeten streven naar fouten of mislukkingen. Wel omdat duurzame ontwikkeling afhankelijk is van het vermogen om te leren wanneer de werkelijkheid een andere richting kiest dan gepland.
Achter veel succesvolle organisaties gaat een geschiedenis schuil van plannen die niet werkten, projecten die moesten worden aangepast en keuzes die achteraf anders werden gemaakt. Het verschil zit vaak niet in het ontbreken van tegenslagen. Het verschil zit in de manier waarop ermee wordt omgegaan.
De vraag is daarom niet alleen of een resultaat tegenvalt. De vraag is vooral welke inzichten die ervaring oplevert en hoe die inzichten worden benut voor de volgende stap.
Soms blijkt een tegenslag geen bewijs dat een organisatie op de verkeerde weg zat.
Soms blijkt een tegenslag de informatie die nodig was om de juiste weg te vinden.