Wij gebruiken maar 10% van ons brein

Vrijwel iedereen heeft de uitspraak weleens gehoord. We gebruiken maar tien procent van ons brein. Het klinkt als een wetenschappelijk feit. Het klinkt zelfs hoopgevend. Alsof ergens diep in ons hoofd nog een enorme reserve aan intelligentie, creativiteit en talent verborgen ligt. Een soort afgesloten kamer die wacht tot iemand de deur opent.

Het is een aantrekkelijk idee, echter het is niet waar.

Moderne hersenwetenschap laat zien dat wij vrijwel ons hele brein gebruiken. Verschillende hersengebieden hebben verschillende functies. Terwijl je leest, praat, loopt, luistert, herinneringen ophaalt of beslissingen neemt, werken talloze gebieden samen. Zelfs tijdens je slaap blijft je brein actief. Herinneringen worden verwerkt, emoties worden geordend en allerlei lichaamsfuncties worden aangestuurd.

Dat betekent niet dat ieder hersengebied op ieder moment even actief is. Een stad gebruikt ook niet elk gebouw tegelijk. Toch heeft elk gebouw een functie. Zo werkt het brein eveneens. Verschillende delen worden op verschillende momenten ingezet. De mythe van de tien procent houdt daarom geen stand. Toch is dat niet het meest interessante deel van het verhaal. De echte vraag is waarom zoveel mensen het zo graag geloven.

Het antwoord ligt waarschijnlijk niet in de neurologie, maar in iets veel menselijkers. Veel mensen herkennen het gevoel dat er meer in hen zit dan eruit komt. We kennen allemaal momenten waarop we terugkijken en denken dat we meer hadden kunnen leren, meer hadden kunnen proberen of meer van onszelf hadden kunnen laten zien. We zien talenten die nooit volledig tot bloei kwamen. Ideeën die in een la bleven liggen. Dromen die plaatsmaakten voor de dagelijkse routine.

Dat gevoel is echt. Alleen trekken we daar soms de verkeerde conclusie uit. We verwarren ongebruikt potentieel met ongebruikte hersenen. Dat verschil lijkt klein. Toch maakt het een wereld van verschil. De gedachte dat negentig procent van ons brein ongebruikt blijft, legt de oorzaak buiten onszelf. Het suggereert dat ergens een verborgen schakel ontbreekt. Dat wij wachten op een ontdekking, een techniek of een doorbraak die toegang geeft tot een slapend deel van onszelf.

De werkelijkheid is veel minder mysterieus.

Ons potentieel groeit niet doordat nieuwe hersengebieden worden aangezet. Het groeit doordat we nieuwe dingen leren, fouten maken, oefenen, lezen, luisteren, reizen, liefhebben, vallen en weer opstaan. Het groeit door ervaringen. Door nieuwsgierigheid. Door de bereidheid om buiten het bekende te stappen.

Wie een nieuwe taal leert, activeert geen verborgen hersenkwab. Wie een instrument leert bespelen, ontdekt geen geheim compartiment in het hoofd. Wie zichzelf ontwikkelt, gebruikt hetzelfde brein dat hij gisteren ook al had. Alleen op een rijkere, bredere en meer uitdagende manier.

Dat verklaart waarschijnlijk waarom de mythe zo hardnekkig blijft bestaan. De mythe vertelt ons dat de oplossing ergens verborgen ligt. De werkelijkheid vertelt ons dat de mogelijkheden al aanwezig zijn. Dat is tegelijkertijd minder spectaculair en veel krachtiger. Want wanneer iemand zegt dat we maar tien procent van ons brein gebruiken, heeft hij feitelijk ongelijk. Wanneer diezelfde persoon bedoelt dat veel mensen slechts een deel benutten van wat zij zouden kunnen worden, raakt hij aan een waarheid die velen herkennen. Niet omdat ons brein grotendeels ongebruikt is, maar omdat groei geen kwestie is van verborgen hersencellen.

Groei ontstaat wanneer we meer doen met de mogelijkheden die we al hebben.

En dat maakt de werkelijkheid uiteindelijk interessanter dan de mythe. Niet omdat er ergens negentig procent van ons brein op ons wacht. Omdat het volledige brein dat we al bezitten iedere dag opnieuw uitnodigt om iets nieuws te leren, iets nieuws te begrijpen en iets nieuws van onszelf te ontdekken.

Bronnen

  • National Institute of Neurological Disorders and Stroke (NINDS) – moderne hersenscans tonen aan dat vrijwel alle hersengebieden functies vervullen.
  • Mayo Clinic – de claim dat mensen slechts 10% van hun brein gebruiken wordt beschouwd als een mythe.
  • Scientific American – hersenscans, onderzoek naar hersenbeschadigingen en energieverbruik van het brein weerleggen de 10%-theorie.
  • Johns Hopkins Medicine – zelfs eenvoudige activiteiten activeren meerdere hersengebieden tegelijk.
  • Barry L. Beyerstein (neuropsycholoog) – publiceerde meerdere wetenschappelijke analyses waarin de 10%-mythe wordt ontkracht.

Belangrijkste wetenschappelijke argumenten:

  • Hersenscans tonen activiteit in vrijwel alle hersengebieden.
  • Schade aan kleine hersengebieden kan grote gevolgen hebben.
  • Het brein gebruikt ongeveer 20% van de energie van het lichaam.
  • Evolutie zou geen orgaan van deze omvang in stand houden als 90% nutteloos was.
  • Neurologen hebben geen grote ongebruikte hersengebieden gevonden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.