Een lange wandeling door een oud bos brengt een mens vaak in een andere staat van denken. Het tempo van bomen en paden verschilt van het tempo van een hoofd dat vol vragen zit. Stappen door zand en blad laten gedachten rustiger bewegen. Niet alles hoeft direct helder te worden. Het bos lag al eeuwen tussen velden en heide. Oude stammen droegen littekens van stormen die al lang vergeten zijn. Mos had zich vastgezet op stenen die ooit kaal en hard waren. Alles in dat landschap leek geduld te kennen. Een geduld dat wij als mensen zelden kennen.
Tijdens het lopen viel iets op dat eerst nauwelijks betekenis had. Tussen de bomen klonk muziek die niet uit één richting leek te komen. Het leek alsof twee verschillende melodieën door het bladerdak zweefden. Het waren geen harde klanken, er was ook geen strijd om aandacht, ze waren er gewoon allebei. Twee zachte stromen van geluid die ieder hun eigen karakter droegen.
De eerste melodie had een rustige cadans. Wie bleef staan en luisterde merkte hoe het geluid langzaam in het lichaam zakte. Het leek op wind die over een open veld strijkt. Het tempo nodigde uit tot vertragen, om tot rust te komen.
De tweede melodie had een ander ritme. Het geluid sprong lichter door de lucht, alsof een vogel van tak naar tak gleed zonder vaste route. Wie daarnaar luisterde voelde een vorm van levendigheid. Het maakt je echter niet onrustig, het zette je wel vol in beweging.
De wandelaar bleef staan op een plek waar beide melodieën goed hoorbaar waren. Het bos leek geen voorkeur te hebben. De wind droeg beide klanken rustig tussen de bomen door. Lang bleef de wandelaar luisteren. Het viel op hoe rijk een landschap kan zijn wanneer verschillende geluiden tegelijk bestaan. De rust van de ene stroom en de levendigheid van de andere stroom vulden elkaar aan.
Toch groeide een besef dat langzaam vorm kreeg: Een bos hoeft niets te kiezen. Het laat alles bestaan zoals het groeit. Een mens leeft daarentegen anders. Een mens moet uiteindelijk richting geven aan zijn eigen stappen. Toch bracht dat inzicht geen onrust, eerder helderheid. Niet omdat één melodie beter klonk dan de andere. Beide hadden hun eigen schoonheid. De vraag lag dus niet in de waarde van het geluid. De vraag lag in de beweging van de wandelaar.
Wie stil blijft staan hoort beide melodieën tegelijk. Dat moment kan lang duren. Het kan zelfs voelen alsof geen keuze nodig is. Toch verandert dat wanneer een mens besluit ergens naartoe te lopen. Wanneer de wandelaar een paar stappen zette richting de eerste melodie, werd dat geluid langzaam helderder. Het andere geluid verloor aan kracht. Niet omdat het verdween, wel omdat afstand het zachter maakte.
De wandelaar stopte weer en draaide zich om. Hij zette een paar stappen richting de andere stroom en die brachten hetzelfde effect. Dat geluid werd voller, terwijl het eerste verder weg leek te glijden.
In dat moment werd iets duidelijk. Richting geven aan je stappen betekent altijd dat andere geluiden zachter worden. Dat is niet omdat die geluiden minder waarde hebben. Dat komt omdat afstand er onvermijdelijk voor zorgt dat het verandert wat een mens hoort. Wie werkelijk wil luisteren naar een melodie in het bos, kan niet eindeloos tussen alle richtingen blijven staan. Luisteren vraagt nabijheid en die nabijheid vraagt keuze en dat vraagt vervolgens weer beweging.
De wandelaar keek nog één keer rond tussen de bomen. Beide klanken droegen hun eigen schoonheid. Beide hadden iets dat bleef trekken. Toch wist de wandelaar dat blijven staan geen vorm van luisteren is. Echte aandacht vraagt een keuze voor richting.
De eerste stap klonk zacht op het pad. Die stap liet niet alle vragen verdwijnen, het zorgde ervoor dat hij moest lopen om werkelijk te horen wat de muziek te zeggen heeft.
Ook al raak je daar mogelijk de andere muziek mee kwijt…