Een nachtelijk begin
Het is drie uur ’s nachts. Zo’n uur waarop de dag allang voorbij is, maar de volgende nog nergens te bekennen. Het huis is stil, de wereld lijkt even op pauze te staan. Slapen lukt niet. Niet omdat er onrust is, maar omdat er iets wil bewegen.
Ik lig wakker en ineens is daar een gedachte. Geen uitgewerkt plan, geen strak idee, maar een herinnering aan iets wat mij ooit raakte. Willem Meiners. Ooit vertelde hij dat hij een jaar lang, bijna elke dag, een brief schreef aan mensen uit zijn verleden. Mensen die hem gevormd hadden. Bekenden, half bekenden, soms zelfs mensen die hij maar kort had ontmoet. Het idee bleef hangen. Ik schreef er destijds zelfs een blog over. En nu, midden in deze nacht, komt het terug. Niet als herinnering, maar als uitnodiging.
Wat als ik dat ook ga doen?
Zodra ik die gedachte toelaat, gebeurt er iets bijzonders. Namen beginnen zich aan te dienen. Niet netjes op volgorde, niet logisch gerangschikt, maar zoals herinneringen dat doen: associatief, rommelig, levend. Mensen uit mijn verleden. Mensen die nog steeds in mijn heden zijn. Mensen met wie ik ooit een relatie had, mensen met wie ik schreef, mensen die ik één of twee keer ontmoette maar die om een of andere reden bleven hangen. Zelfs vluchtige ontmoetingen. De slager. De bakker. De kaasboer. Mensen van wie ik de naam niet eens meer weet, maar van wie de aanwezigheid blijkbaar toch ergens een spoor heeft achtergelaten.
Het stopt niet meer.
Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe duidelijker het wordt: een leven bestaat uit veel meer mensen dan we doorgaans beseffen. Niet alleen de grote liefdes of de diepe vriendschappen, maar ook al die kleine passages. Al die momenten waarop iemand even onderdeel was van jouw verhaal, en jij van het zijne of hare. Samen hebben ze me gemaakt tot wie ik nu ben. Niet als optelsom, maar als weefsel.
En dan verschuift de gedachte.
En dan verschuift de gedachte. Ik wil niet alleen brieven schrijven aan mensen uit het heden en het verleden. Ik wil ook schrijven aan de toekomst. Aan mijn kinderen. Brieven voor momenten waarvan ik nu al weet dat ik ze wellicht niet allemaal ga meemaken. Het verlies van een baan. Het krijgen van een kind. Het verlies van mij als vader. Maar ook grote successen, mooie momenten, gemaakte reizen, behaalde doelen in hun leven. Misschien ooit een kleinkind. Momenten waarop ik er fysiek niet meer ben, maar waarop ik wel iets zou willen meegeven. Niet als advies, niet als waarheid, maar als nabijheid. Als stem. Als: zo keek je vader naar de wereld, op dit moment in zijn leven.
Het idee ontroert me meer dan ik vooraf had gedacht.
Wat me misschien nog het meest raakt, is hoe vanzelfsprekend het voelt. Alsof dit project niet bedacht wordt, maar opgepakt. Alsof het al een tijd lag te wachten tot het stil genoeg was om gehoord te worden. En misschien is drie uur ’s nachts precies zo’n moment. Geen afleiding, geen verwachtingen, alleen gedachten die hun eigen weg mogen gaan.
Ik weet nog niet hoe vaak ik ga schrijven. Ik weet niet welke brieven verstuurd worden en welke misschien alleen geschreven mogen bestaan. Ik weet niet wat het met de ontvangers gaat doen. Ik weet alleen dat ik dit wil volgen. Dat ik nieuwsgierig ben naar wat het schrijven zelf oplevert. Wat herinneringen doen als je ze opschrijft. Wat woorden doen als je ze deelt. En wat het met mij doet om bewust stil te staan bij de mensen die mijn leven, groot of klein, hebben gekruist. Daarom begint vandaag dit project:
Brieven aan het verleden, heden en toekomst.
Ik zal de komende tijd brieven schrijven. En ik zal hier af en toe delen wat het me brengt. Niet elke brief. Niet elke naam. Maar wel het proces. De beweging. De inzichten. Misschien ook de twijfel. Want als dit iets is, dan is het menselijk. Het begon midden in de nacht. En het voelt alsof het nog maar net begonnen is.
Brieven, verhalen, herinneringen, verbinding, leven, reflectie, schrijven, nalatenschap , verleden, heden, toekomst, revirentem