Bij het eerste hunebed van vandaag ontmoet ik een vriendelijk stel uit België. Ze staan samen voor de monumentale stenen, en ik stel voor een foto van hen te maken. Ze waarderen het gebaar, en zo raken we in gesprek. Ik vertel over Walking for Humanity en mijn doel: aandacht vragen voor menselijkheid in het de wereld. Ze luisteren oprecht, en even later vragen ze of ze ook cash kunnen doneren. Natuurlijk kan dat. Ik neem het geld in ontvangst en maak het later over naar de GoFundMe. We wensen elkaar een fijne dag en gaan ieder ons weegs.
Maar voordat ze echt vertrekken, draait Patrick zich nog even om. Een Nederlands stel is inmiddels gearriveerd, en Patrick vraagt hen of ze een foto van ons drieën willen maken. “Tegen betaling,” grapt de man. Ik lach en ga akkoord. In ruil bied ik aan ook een foto van hen te maken. En zo geschiedt. Na afloop zijn ze nieuwsgierig naar mijn verhaal, en ook zij beloven te doneren. Mooi hoe een klein gebaar kan leiden tot ontmoeting en verbinding.
Even later wandel ik langs het dorpje “Anderen”. Eerst loop ik gewoon door, maar dan keer ik terug voor het inmiddels vertrouwde blauwe-borden-foto moment. Dat lukt helaas niet bij ieder dorp, want het Pieterpad slingert soms ongezien door de dorpen heen. Maar hier, bij Anderen, blijft mijn blik hangen op het bord. “Anderen”. Het zet me aan het denken. Hoe we als mens gevormd worden in onze houding ten opzichte van anderen. Daar ontstaat een verhaaltje in mijn hoofd, dat ik noem: De Jas.
Na een kwart van de route neem ik pauze op een mooi plekje. Veel passanten herken ik van eerdere ontmoetingen. Zo ook Hannah, die ik eerder ontmoette bij Waddengenot in Pieterburen met haar paprika’s in haar rugzak: “lekker en voedzaam”, was toen haar reactie. Nu raken we echt in gesprek. Ze loopt alleen, voor zelfreflectie. Tot Schoonloo, en dan weer naar huis. Ze steunt mijn tocht, geeft me een notenreep en belooft me te blijven volgen. Dankbaar neem ik de lekkernij aan en wens haar een goede reis verder.
Even later kom ik opnieuw het gezin tegen dat ik al een paar keer zag. Het is altijd leuk ze weer te spreken. Ze vertellen me dat deze tocht hen als gezin dichter bij elkaar brengt. Ze wisselen van samenstelling gedurende de dag: vader met oudste zoon, moeder met jongste, of juist de jongens samen. Soms ook even alleen. Maar steeds zijn ze toch samen onderweg. Het raakt me, want het beschrijft precies wat wandelen ook kan zijn: samenzijn in beweging, met ruimte voor jezelf.
Verderop komt een vader met drie jonge kleutertjes uit het bos gelopen. De kleuters zijn gehuld in warme onesies en felgekleurde laarsjes. Een koddig gezicht. De vader vertelt dat ze samen aan het geocachen waren. In de ochtend was het fris, dus gingen ze goed ingepakt op pad. De kinderen waren enthousiast en vertelden dat ze veel caches hadden gevonden, maar ook een paar gemist. De grootste schat? Samen met papa op avontuur zijn.
Vlakbij Schoonloo is mijn water op. Ik heb dorst. Langs de weg zie ik een moestuintje en hoor iemand werken. Het is Wander Bonder, zo stelt hij zich later voor. Ik vraag of hij wat drinkwater heeft, maar hij heeft alleen een pomp voor grondwater. Ik bedank hem en wil al omdraaien, maar hij roept me terug. “Hier,” zegt hij, en geeft me een flesje appelsap. Ik ben geraakt door het gebaar. Ik vertel hem waarom dit me zo raakt en hij luistert aandachtig. Hij is net hersteld van een longontsteking en staat voor het eerst in drie weken weer in zijn overwoekerde tuin. Hij geeft me zelfs zijn naam “voor in je blog”. Als ik hem mijn site wil laten zien, blijkt dat zijn telefoon te simpel is. Hij geeft me het nummer van zijn dochter Jantje. Later op de dag spreek ik haar. Ze wist al van onze ontmoeting. “Typisch mijn vader,” zegt ze. “Altijd omzien naar een ander, zelfs met zijn 90 jaar.”
Als ik in Schoonloo aankom, loop ik direct eetcafé Hegeman binnen. Boven de deur hangt de finishvlag. Etappe vijf zit erop. Een vijfde van de tocht. Het schiet op. Fysiek gaat het goed: zelfs mijn knie, die ik bij etappe twee verdraaide, houdt zich prima. Binnen spreek ik eerst met een serveerster, die later de kleindochter blijkt te zijn van Alie, de eigenaresse van het eetcafé. Wanneer ze hoort van mijn tocht, biedt ze me spontaan een warme, uitgebreide maaltijd aan. En wat smaakte die goed.
Ik praat met de meiden van het cafe over de keerzijde van opvang. De meiden die er werken vertellen me dat zij niet meer alleen over straat durven. Er zijn dingen voorgevallen met jongeren uit een AZC. Ik schrik van hun verhalen. Dit kan niet de bedoeling zijn. Ze benadrukken dat ze vluchtelingen een veilig thuis gunnen, maar dat een paar rotte appels het gevoel van veiligheid hebben aangetast. We zijn het snel eens: strenge aanpak van misstanden, maar met ruimte voor wie wél oprecht veiligheid zoekt. Misschien ligt hier wel een sleutel voor een menselijker beleid.
Ze geven me een lijstje met mogelijke slaapadressen. Bovenaan staat Debbie. Samen met haar man Richard runt zij een B&B buiten het dorp, op 2,5 km lopen. In eerste instantie schrik ik: dat betekent 5 km extra. Maar het ligt op de route naar Sleen, en scheelt me morgen diezelfde afstand. Ik bel haar. Aanvankelijk is het gesprek hartelijk, maar als ik vertel voor welk doel ik loop, verandert haar toon even. Het is niet haar missie. Even schrik ik, maar ik herpak me en zeg: “Dan wil ik juist bij jou overnachten, dan kan ik ook naar jouw kant luisteren.” Ze aarzelt niet: “Je bent welkom. Er is vast meer dat ons bindt.”
Na het eten loop ik erheen. Bij aankomst voel ik me direct welkom. Debbie laat me het terrein zien en we praten honderduit. Als Richard erbij komt en ons ziet staan praten zegt hij lachend: “Er staan hier acht stoelen hoor. Ga lekker zitten.” We moeten lachen. Even later arriveren er meer gasten. We zitten uiteindelijk met z’n vijven in de centrale ruimte, pratend over mijn tocht, maar ook over het leven, over ieders ervaringen. Delen en luisteren. Tot rust komen. Om tien uur wordt het stil, en ieder zoekt zijn plek.
Het einde van een bijzondere dag, vol geven, ontvangen, en het durven aangaan van echte gesprekken.

Weer mooi geschreven…en leuk om te lezen.
Liefs Andrea