Ontmoeting en overgave

De ochtend begon rustig, met een onverwachte ontmoeting. Twee oude vrienden, ergens in de zeventig, liepen samen in fases het Pieterpad. Ze namen de tijd, precies zoals het pad eigenlijk bedoeld is. Terwijl we samen opliepen, vertelden ze me over vroeger. Hun verhalen waren warm en vol diepgang. Toch wilden ze liever niet in mijn blog genoemd worden. Ik beloofde het… maar hé, dat is dus niet helemaal gelukt. 😅

Verderop in de route begon ik vertrouwde gezichten van de afgelopen dagen te herkennen. Een glimlach hier, een groet daar, en telkens weer diezelfde vragen: “Hoe gaat het met je?”, “Lukt het allemaal een beetje?”, “Heb je nog bijzondere ontmoetingen gehad?” Zo eenvoudig, en toch zo krachtig. Het raakte me hoe betrokken mensen kunnen zijn, hoe snel een paar gedeelde kilometers iets van verbinding kunnen scheppen. Ik voelde me gezien, gedragen bijna.

En toen was daar Chantal.

Ik zat even uit te rusten op een bankje toen zij aan kwam wandelen. Net als ik liep ze alleen. Onze blikken kruisten elkaar, een groet volgde, en voor ik het wist zaten we samen op dat bankje. Wat begon als een kort gesprekje groeide uit tot een van die zeldzame ontmoetingen die je bijblijven. We spraken over toeval – over hoe wonderlijk het is dat je soms precies op het juiste moment op de juiste plek bent. Over voelen, over het leven omarmen zoals het zich aandient. Over acceptatie. De gesprekken gingen diep, zonder forceren. Alsof het vanzelf ging.

Later kwamen we erachter dat onze wandelroutes letterlijk slechts honderd meter overlappen. En tóch kruisten we elkaars pad op precies dat ene moment. Wat is toeval eigenlijk? Of is het helemaal geen toeval? Soms lijkt het wel alsof er een groter plan achter zit, iets wat verder reikt dan logica en planning. Alsof we gestuurd worden naar de ontmoetingen die we op dat moment nodig hebben.

Alsof dat nog niet bijzonder genoeg was, ontdekte Chantal later dat haar vroegere werkgever… de moeder bleek te zijn van een oud-collega van míj. Een onverwachte verbinding, als een draad die ons op een ander niveau al met elkaar had verweven. Wat zijn de kansen? En toch gebeurde het precies zo.

Aan het einde van de middag kwam ik de twee oudere mannen van het begin opnieuw tegen. Ze herkenden me, lachten breeduit, en gaven me spontaan een broodje. Even zaten we samen, deelden nog wat woorden, en toen gingen we ieder weer in hun eigen tempo verder. Het voelde als een cirkel die zich sloot.

Ook het gezin met de twee jongens – die ik eerder had gezien – kwam ik onderweg opnieuw tegen. Die herkenning, dat oogcontact, een paar woorden misschien, maar vooral het gevoel: we maken samen deel uit van iets groters. Van dit pad, van dit verhaal.

Later op de dag bezocht ik de kerk in Rolde waar twee vrijwilligers, Marjan en Jan, me hartelijk ontvingen. We raakten in gesprek en er ontstond een warme, open sfeer. Een moment van rust, van bezinning en mooie gesprekken over eenzaamheid in een dorp. Is buitengesloten het zelfde als niet binnengesloten. Daarna begon ik aan een nieuwe zoektocht: eten en een slaapplek.

Bij een huis naast de kerk, een tip van Marjan, ontmoette ik een jong stel met een baby’tje van drie maanden. We raakten aan de praat en zij boden spontaan aan om bij hun oom – in wiens vakantiehuis zij verbleven – te vragen of ik daar misschien zou kunnen overnachten. Helaas kwam er geen groen licht. Wat we toen nog niet wisten: we bleken een volleybalconnectie te hebben. Jammer dat we daar pas later achter kwamen. Maar wat wél kon: ik mocht een frietje met ze mee-eten. Geen uitgebreid diner, maar op dat moment voelde het als een klein feestmaal. Een welkome pauze. Een beetje late lunch, maar precies op het goede moment.

Daarna begon toch echt het serieuze zoeken. Zoals zo vaak probeerde ik uit gewoonte eerst een paar B&B’s, maar het ene adres bleek op vakantie, het andere zat vol. En intussen begon het stevig te regenen. Voor het eerst voelde ik enige twijfel opkomen. Ik had geen plan B. Het dorp had geen hotel meer, en alle andere opties leken gesloten of bezet. Ik begon wat doelloos rond te lopen.

Tot ik bij een Sri Lankaans restaurant belandde. Mijn oog viel op een klein bordje bij de ingang. Het vertelde het verhaal van de boom die daar naast stond – een esdoorn, de nationale boom van Canada. Hij was geplant op 12 april 1945, precies op de vijfde verjaardag van mijn moeder, ter ere van de bevrijding van het dorp door de Canadezen. Was dat toeval? Of opnieuw zo’n teken?

Ik liep naar binnen en vroeg of ze misschien wisten waar ik eventueel zou kunnen overnachten. De serveerster luisterde vriendelijk, maar werd steeds geroepen door andere gasten. Niet veel later nam, naar wat later bleek, haar moeder het gesprek over – een warme, alerte vrouw met een trotse, zachte uitstraling. Ze bleek de eigenares. Ik vertelde mijn verhaal, zoals ik het de laatste dagen al vaker gedaan had. Ze raakte zichtbaar ontroerd en vroeg me of ik al had gegeten. Ik had natuurlijk dat frietje gehad, maar een verse maaltijd uit Sri Lanka sloeg ik zeker niet af.

Ik mocht kiezen van de volledige kaart en genoot van smaken die ik al lang niet meer had geproefd. Toen ik klaar was met eten, zei ze: “Je kunt hier boven blijven slapen. Het is niet luxe, maar het is droog, warm en rustig.” En dat was het enige wat ik nodig had. Wat een ongelooflijke gastvrijheid. Ik voelde me dankbaar en veilig.

Later, toen de andere gasten vertrokken waren, kwam ze bij me zitten. Haar naam is Mano, en haar dochter Thinury kwam er gezellig bij. Mano vertelde hoe ze ooit journalist was in Sri Lanka, werkend voor de president. Tijdens de burgeroorlog op het eiland en de situatie ernstig verslechterde, werd haar werk gevaarlijk. Ze vluchtte – met haar twee jonge kinderen van toen 3 en 6 jaar – met hulp van een vriend naar Europa. Door een uitzonderlijke wending kwam ze in Nederland terecht. In Borger, om precies te zijn. Nederlands leren was al moeilijk genoeg, maar Drents… dat was toch wel andere (Drentse) koek, daar moest ze hard om lachen. Toch bouwde ze een prachtig leven op. De buren namen haar op in hun gemeenschap. Toen ze ooit aangaf misschien te willen verhuizen, kwam de hele buurt in opstand. Ze woont er nog steeds, en haar kinderen – inmiddels volwassen – studeren en werken. Ze is trots. En terecht.

Deze dag echter gingen mijn gedachtes ook naar iemand anders. Een bericht van Anja bereikte mij halverwege de tocht, een dierbare vriendin, raakte me diep. Haar vader, tot voor kort nog haar altijd parate klusjesman – en al ruim in de negentig – had een TIA gehad. Hij was net weer thuis uit het ziekenhuis, maar de impact was groot. Ze vertelde me over het moment waarop haar ouders – beiden op hoge leeftijd – elkaar weer in de armen sloten. Een kus, tranen, pure liefde. Zo krachtig. Zo kwetsbaar. Zo samen.

Terwijl ik daar aan tafel zat, met de geur van kruiden nog in de lucht en het verhaal van Mano in mijn hart, waren mijn gedachten ook weer even bij hen. Ik wens pa en ma Brink, Anja en hun hele familie alle kracht om het veranderde leven opnieuw vorm te geven. Zó lang samen in liefde… dat kan alleen maar hoop geven voor wat nog komt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.