Rustig opgestaan en nog even gekletst met Ulrike, de uitbater van het hotel. Wat een mooi en lief mens is zij. Pas om half tien vertrek ik voor mijn 19e etappe alweer. Over ongeveer een week hoop ik in Maastricht te zijn… wow! Maar eerst deze etappe, en daarna volgen nog een paar flinke. Vandaag heb ik trouwens om 11.30 uur een zakelijke meeting, dus ik moet een rustige maar wél een plek vinden met goed netwerk.
Dat lukt na ongeveer zes kilometer. Het gesprek is pas over een half uur, dus ik heb ruim de tijd om me voor te bereiden. Doorlopen durf ik niet, bang om in het bos slechte ontvangst te hebben. Bovendien zit ik hier nét naast de route; wel zo rustig. Er volgt een mooi gesprek van een uur. Al met al werd het zo een erg lange eerste pauze, maar top dat het zo kon.
Ik loop verder, en probeer wat tijd in te halen, maar faal daar jammerlijk in. Onderweg ontstaan een paar fijne kleine gesprekjes. Ik krijg een blikje cola—heerlijk—en dan ook nog op een prachtige plek. En als ik daarna doorloop…… zit er een jongedame op een bank. Ze kijkt op haar mobiel terwijl het uitzicht prachtig is. Ik maak er een grapje over en ze legt uit dat ze informatie opzoekt over de juveniele Waterral—een vogeltje, legt ze me uit. Het was dus functioneel 🙂 Aannames; we maken ons er allemaal schuldig aan.
We raken verder aan de praat, tot me ineens opvalt dat er een duif op haar rugtas zit. “Braam” heet ze. Haar nieuwe huisdier, nu mee op kampeervakantie. Hoe gaaf is dat. Met een tuigje en een lang, licht elastiek heeft ze veel vrijheid, maar ze blijft eigenlijk altijd bij haar.
Dan hebben we het natuurlijk ook even over mijn tocht, en over houding en gedrag van sommigen mensen. Tot slot vragen we ons beiden af waarom we onderling zo makkelijk bruggen kunnen slaan, maar dat in de politiek maar niet lijkt te lukken. Kennelijk, denken wij, spelen daar andere belangen. Jammer eigenlijk, want het houdt echte oplossingen tegen.
Ondertussen is het al half drie en ben ik amper over de helft. Dat wordt wat straks… De tijd wordt krap om én eten én onderdak te vinden. Ik hoopte even bij Harry (mijn eerste teamleider) te logeren, maar de privé-situatie maakt dat onverwachts bezoek moeilijk is. Als ik straks een plekje heb gevonden, komt Harry me wel even opzoeken om bij te praten. Daar kijk ik naar uit. Het is ongeveer 25 jaar geleden dat we elkaar voor het laatst ontmoetten…
Ik besluit het laatste stuk in één keer door te lopen om nog enigszins op tijd aan te komen. Dat lukt aardig en ik kom tegen 5pm aan in Vierlingsbeek. Als ik het dorp inloop, ga ik door naar het dorpsplein waar een mooie kerk met een bijzondere toren naast staat. Een stel raakt met me aan de praat nadat ze vragen of ik het Pieterpad loop. Ik vertel over Walking for Humanity en we praten al snel over veel meer dan dat. Ze delen dat ze beiden een partner veel te vroeg hebben verloren, en dat ze pas na jaren weer toestonden een ander in hun leven toe te laten. Ze ervaren de “sleur” van een relatie juist vaak als fijn en als een solide basis—lekker vertrouwd en veilig bij elkaar. Ook dat is mooi aan een relatie. De liefde en het respect voor elkaar spat er vanaf. Ze zijn aan het oefenen op de fiets voor een flinke uitdaging binnenkort: samen naar Rome fietsen. Slapen in een klein tentje, de fietsen testen, alles alvast een beetje meemaken. Ze hebben er duidelijk zin in en ik voel me dankbaar dat ik hen hier op het plein net tegen het lijf loop.
Ze tippen me het gebouw achter hen voor mijn overnachting. Het is het Vitaliteitscentrum Brabant. Ze hadden daar een mooi gesprek met een gastvrouw—een lieve vrouw—en deelden met haar persoonlijke verhalen. Ze denken dat het bij mij en mijn verhaal past. Het zou wel bijzonder zijn, aangezien het dan weer de eerste plek is waar ik “aanbel” op zoek naar een overnachting. Zij stappen snel op de fiets; ze willen 100 km per dag halen (het Pieterpad op de fiets in ongeveer een week) en hebben nog wat kilometers te gaan. We nemen afscheid en ik kijk ze nog even na voor ik naar binnen stap. Wat een mooi en lief stel, en wat fijn dat ze na hun persoonlijke verlies elkaar zo hebben gevonden.
Ik loop het Vitaliteitscentrum Brabant binnen. Het is een ontmoetingsplaats op basis van selfservice en volledig vertrouwen. Boven zijn een aantal hotelkamers en achterin zit een sportschool. Alles voelt huiskamerachtig en ademt een fijne sfeer. In een aparte kamer staat een biljart. Er is een tafelvoetbal (helaas zonder balletje). Allerlei soorten stoelen en een bar. Er is niemand te zien. Een bordje zegt “zelfbediening” — wat ontzettend mooi is dat. Ik voel me gelijk thuis en op mijn gemak. Dit is inderdaad dé plek om te zijn; ik voel het aan alles.
Even later komt Danny binnen. Hij werkt hier, blijkt wanneer ik hem aanspreek. Hij kan me echter niet helpen met de overnachting; daarvoor moet ik Susan hebben. Ik bel haar en vertel het verhaal van Walking for Humanity. Aanvankelijk zijn er wat reserves, maar al snel draait dit naar enthousiasme. In de avond is er een spelletjesavond in de gemeenschappelijke ruimte beneden. Daar ben ik van harte welkom. Ik krijg kamer 1, maar naast dat het kamer een nummer heeft, heeft het ook een naam. Of eigenlijk beter een boodschap. Of nog beter: Een dimensie van positieve gezondheid. De kamer waar ik in lig heet : “Lekker in je vel zitten”. Een welkome boodschap na de roerige ontmoeting eergisteren. Wat mooi dat ook dit weer gewoon klopt. En daar houdt het niet mee op, op dee bijzondere plek. Elke kamer (schat ik in) heeft een boek liggen (of staan) over gezondheid. Het boek heet “Anders op zoek naar gezondheid”. Een mooie titel die je dubbel kan lezen. Het boek helpt je anders naar je gezondheid te leren kijken. En dit verteld het boek door de ogen van een nieuwsgierige jongen, die luisterd naar de naam Anders. Anders gaat op reis en beleefd avonturen met verschillende dieren die allemaal over gezondheid gaan. Weer een Anders die op reis gaat voor een betere, in dit geval gezondere, wereld.
Ik ga nu wel eerst even snel wat eten bij de cafetaria van Herberg Thijssen. Een hartelijke ontvangst, een lekker frietje en een warme berenhap worden mijn eten voor vanavond. Het smaakt prima, al realiseer ik mij dat dit waarschijnlijk niet geheel meewerkt aan wat Anders op zijn reis ontdekt over gezondheid. Maar wellicht vergis ik mij daarin.
Even later komt Harry langs. Hij woont verderop langs de route, maar door privéomstandigheden is dit nu een betere optie. Met Harry neem ik plaats in de gemeenschappelijke ruimte van het Vitaliteitscentrum Brabant. We drinken wat en praten vooral bij. Heel veel. Vijfentwintig jaar is een lange tijd waarin we elkaar niet hebben gezien. Het bijzondere is dat het na een paar minuten voelt alsof we elkaar regelmatig spreken. De gedachte speelt door mijn hoofd dat het eigenlijk zonde is dat we 25 jaar voorbij hebben laten gaan. Als je zo makkelijk de draad weer oppakt, had dat toch 25 jaar lang ook gezellig kunnen zijn. Maar terugkijken verandert niets; we kunnen alleen bedenken dat we niet nóg eens 25 jaar gaan wachten.
We wachten dan ook maar een paar uur. Morgen loop ik bijna langs zijn huis, dus dan “loop ik even aan” (zo noemen ze dat hier, geloof ik) voor een kopje thee. En als ik hier geen ontbijt kan eten, eet ik daar een boterhammetje. Ik heb er nu al zin in…
