Heerlijk geslapen in de bar. Roes uitslapen is anders, maar wakker worden op de vloer in een bar geeft toch even de gedachte: “wat is er gisteren allemaal gebeurd”
Na een gezellig ontbijt met Gijs en Wendy vertrek ik rond 9 uur. In het bos kom ik meerdere keren een oudere hardloper tegen. Hij is verbaasd mij telkens tegen te komen, maar ja hij maakt omwegen door het prachtige bos, ik niet…. Een aantal keer per week loopt hij hard in “zijn achtertuin”. Het zou je achtertuin zijn…., heerlijk lijkt me dat. Rond de 7 km wandelt hij een klein stukje met me mee. Bij een bankje stop ik voor mijn eerste korte pauze, althans dat is de intentie. Beetje laat, maar ik voel me prima. Er is vlak voor mij een andere man, ook al op leeftijd denk ik, gaan zitten. Ik zeg de hardloper gedag en voeg me bij de zittende man.
We raken gelijk in een gezellig gesprek. Over van alles, ook over mijn tocht. Niet veel later schuift er een stel aan en even later nog een man. Ze kennen elkaar allemaal en we hebben het over van alles. De boventoon is vooral in alle onderwerpen: laat elkaar in zijn waarde en geniet van het leven, zolang dat alles van de wet mag…. Dan blijft discriminatie als vanzelf ver weg en is er alle ruimte voor menselijkheid.
Als ik wegloop wijzen ze me op het bordje over Winand, geboren in 1945. Winand was een man uit de omgeving die door een hersenbloeding op zijn 20e blind raakte aan beide ogen. Na zijn revalidatie pakte hij zijn leven weer op. In de jaren ’70, ’80 en ’90 heeft hij vele verenigingen gesteund door het “kienen” (een soort bingo, laat ik me vertellen). Op het bankje waar wij zitten, zat hij ook altijd. Hij praatte met Pieterpadlopers en andere voorbijgangers. Zoals nu de mensen om mij heen. De weg naar huis kon hij altijd zonder problemen terugvinden, ondanks zijn handicap. Net als de vele wandelingen die hij maakte in het gebied rond het bankje.
Op een zekere dag in 2011 kwam Winand echter niet meer terug van zijn wandeling. Hij werd als vermist opgegeven en er volgde een grote zoekactie. Pas na vijf dagen werd hij door een politiehelikopter gespot. Hij lag in een greppel, niet ver van “ons” bankje. Naast hem zijn trouwe viervoeter, zijn hond. Het verhaal raakt me. Een markante man die 14 jaar na zijn overlijden nog steeds herinnerd wordt. Niet alleen in de plaquette die er hangt, maar ook in de verhalen en herinneringen van hen die hem kennen. Een ontroerend moment op deze wandeling.
Op naar Anneke’s huis. Daar staat een lunch voor me klaar achter het huis. Zelf is ze er niet. Hoe ontzettend mooi en lief gebaar is dat. Het komt een beetje vroeg voor mijn lunch en ook vroeg op de route, zeker na deze lange eerste stint, maar ik ga er heerlijk van genieten. Uiteindelijk zijn het juist deze gebaren waarom ik loop. Gebaren van menselijkheid, zelfs als je elkaar niet kent. Steeds meer wordt me duidelijk dat menselijkheid om “anderen” draait en vrijwel niets (hoeft te) kosten, maar zoveel oplevert. Voor alle betrokkenen….
Vlak voor Slek kom ik Anneke haar moeder tegen. Zij spreekt me aan of ik toevallig naar een specifieke plek loop. Ik heb gelijk door dat het de moeder moet zijn. We lachen en stellen ons voor. Ik loop alvast door, zij laat Anneke haar hond uit. Wanneer ze terugkomt praten we over mijn tocht, maar ook over menselijkheid in regels. Zij woont in de achtertuin in een zelfstandige woonunit. De overheid doet hier moeilijk over. Maar hiermee bespaart ze juist veel gemeenschapsgeld, en haar woning beschikbaar komt voor nieuwe gezinnen. Dit is toch hoe het hoort, en eeuwenlang ook ging… maar tegenwoordig dus even niet. Bijzonder toch, hoe regels soms boven mensen worden geplaatst.
Als ik even later doorloop ligt er een enorme zwerfkei voor de kapel. Het verhaal gaat dat de duivel zijn zinnen had gezet op de kerk van Susteren. Vol woede tilde hij een enorme kei op, om die dwars door het dorp te slingeren en zo het heilige gebouw te verwoesten. Maar de kei bleek zwaarder dan gedacht. Halverwege de worp verloor hij zijn kracht en viel de steen met een dreun neer – precies in Slek. Sindsdien ligt de Duvelse Kei daar, stil en zwaar, als een tastbare herinnering aan dat oude volksverhaal. Eeuwenlang hebben dorpelingen hun kinderen gewaarschuwd: “Blijf bij de steen vandaan, want de duivel rust daar nog steeds.” Tegenwoordig zien we de kei niet meer als een teken van angst, maar als een bijzondere getuige van de ijstijd én van de rijke Limburgse verhalen die het landschap kleur geven.
Na deze korte onderbreking verlaat ik Slek alweer, op naar de volgende 6 à 7 kilometer. Ik kijk wel hoe ver ik kom. De overnachting is in principe rond, ik heb tijd genoeg om te genieten. Ik krijg nog wat toffe berichten van Mark en hoor dat het hem ook goed gaat op Schiermonnikoog.
Ik loop door, maar merk dat ik hopeloos in een niet lekker schema zit. Gelukkig is de overnachting geregeld, dus geen zorgen: gewoon aankomen is meer dan voldoende. Na 14,5 km stop ik nog maar eens, ik wilde verder, maar het voelt even niet goed. Ik bel mijn vriendin voor een peptalk. Het is niet dat ik fysiek stuk zit of moe ben. Maar een schema van 7-3-5 km is zoveel anders dan de voorgaande dagen, dat het ritme er even niet in komt. Ik kom niet in een lekkere pas, mijn rugzak lijkt niet goed te zitten – wat onzin is – maar het doet mentaal wel iets. Na de peptalk loop ik verder.
Op 15,5 km, bij de grens met Duitsland, kom ik een Vlaams stel tegen, van net onder Breda. We praten eerst over het missen van signalen dat je de grens overgaat. Op dit hoekje staan vijf palen met diverse borden, maar nergens staat dat het de grens is. Jammer vinden we dat. Ik vertel dat ik met het Pieterpad meerdere malen de grens ben overgestoken, maar nergens duidelijke signalering zag. Hierdoor ontstaat nieuwsgierigheid naar mijn tocht. Ik vertel ze over Walking for Humanity. Ze besluiten me te volgen en mijn boodschap te delen. Ook praten we kort over hoe we met verschillen om zouden moeten gaan. In het kort ook hier: Laat elkaar in waarde. Je mag verschrikkelijk vinden wat de ander vindt. Zolang er geen wetten worden overtreden is dat prima. Zo simpel kan menselijkheid zijn.
Leuk detail over dit stukje Nederland trouwens is dat Nederland hier op zijn smalst is. De afstand tussen Duitsland en België is hier slechts vier kilometer. Als ik een afslag zou missen, zou ik zomaar in België uit kunnen komen.
Rond de 20 km, bijna op mijn eindpunt, neem ik nog een korte pauze. Ik heb al contact gehad met Vera, via Mark. Ik mag sowieso bij hen eten en logeren, maar ze wonen in Duitsland en haar man is net geopereerd. Toch was er voor mij een bord en een bed. Ze stuurde me ook de gegevens van Bianca, een B&B met de mooie Suske en Wiske naam: “B&B Bie Bianca” in Sittard, maar die kreeg ik niet te pakken. Ook nu lukt het niet. Ik besluit door te lopen naar het centrum. Zonder bericht van Bianca bel ik Vera: ik kom eraan. Ze geeft me de busgegevens en instructies. Net als ik die ontvang, rijdt de bus voor mijn neus weg. Ik mis hem. Dan ineens belt Bianca: “Zoek je nog een plekje…. je bent welkom!” Ze was druk met werk, maar ze heeft plek. Heb ik daarom wellicht die bus gemist? Ik neem haar aanbod aan en bel Vera met het goede nieuws. Ze had al mijn bed opgemaakt, maar is opgelucht voor ons allebei. Dit is fijner voor iedereen. Mooi hoe dat soms loopt.
Bij Bianca aangekomen word ik warm ontvangen. Achter de Finse blokhut – mijn verblijf voor de nacht – praten we openhartig. Over mijn tocht, over toeval en hoe belangrijk het is toeval toe te laten, over reizen die je dingen aanreiken. Ook delen we onze geschiedenis. Heftige ervaringen, harde lessen. Maar lessen die ons brachten waar we nu zijn. En dat is goed. Wat een mooi mens, Bianca. Kooklerares op een school met veel uitdagingen. Met trots hoor ik haar over haar werk en haar leerlingen spreken.
Tot slot brengt ze me een heerlijke, op school gebakken, courgettetaart. Die gaat erin als zoete koek – toch best bijzonder voor een hartige taart. Met een koud appelsapje erbij. We spreken de tijden voor het ontbijt af en wensen elkaar een fijne avond.
Na het eten stap ik onder de douche en maak mijn blog. Bij het downloaden van de GPX van mijn horloge zie ik dat de teller boven de 500 km staat. Wat een gave gedachte. De komende twee dagen komen daar nog zo’n 40 km bij en dan zit het erop. Voor nu: blog uploaden en slapen.